In totaal worden woensdag, verdeeld over de twaalf Nederlandse provincies, 570 leden van de provinciale staten aangeduid voor een periode van vier jaar. Die provinciale staten zijn vergelijkbaar met Belgische provincieraden: ze duiden de leden van het provinciebestuur (de 'gedeputeerde staten') aan en controleren hen ook.

Dat er op nationaal vlak een groot belang wordt gehecht aan die regionale verkiezing, heeft te maken met het feit dat het eigenlijk ook om getrapte verkiezingen voor de Eerste Kamer (Senaat) gaat. Het zijn namelijk de leden van de provinciale staten die op 27 mei zullen bepalen wie er in die Eerste Kamer mag zetelen.

Dit verklaart waarom het momenteel alle hens aan dek is aan het Binnenhof en waarom alle belangrijke politieke figuren in Nederland mee campagne voeren. En zo ontstaat het nogal bizarre schouwspel waarbij de tv-debatten voor de provinciale staten plaatsvinden tussen de grote nationale partijkopstukken, hoewel die helemaal niet op een provinciale lijst staan. Bovendien komen de provinciale thema's nauwelijks aan bod in die debatten.

De inzet van de provinciale statenverkiezing is deze keer bovendien extra groot door de nogal wankele positie van de regering Rutte III. Zijn kabinet - een coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie - beschikt momenteel over de krapst mogelijke meerderheid in de Eerste Kamer: 38 zetels op 75. Maar volgens de Peilingwijzer, die alle Nederlandse peilingen combineert, stevent de regering af op een verlies van zowat tien zitjes. Omdat alle Nederlandse wetten ook door de Eerste Kamer goedgekeurd moeten worden, dreigt Rutte dus op zoek te moeten naar de gedoogsteun van een of meerdere oppositiepartijen.

Het vermoedelijk verlies aan slagkracht van de regering komt vooral ongelegen omdat er nog altijd gestemd moet worden over de invoering van belangrijke delen van het regeerakkoord, zoals de pensioenhervorming en het klimaatbeleid.

De regeringspartij die de zwaarste klappen dreigt te krijgen, is de links-liberale D66. Die partij wordt wellicht zwaar afgestraft voor de toegevingen die werden gedaan bij het afsluiten van het regeerakkoord, zoals het instemmen met de afschaffing van het raadgevend referendum. Bovendien heeft het partij-icoon Alexander Pechtold in oktober vorig jaar ontslag genomen, waardoor de nog jonge en relatie onervaren Rob Jetten opgezadeld zit met de ondankbare opdracht om de partij doorheen de moeilijke verkiezingen te loodsen. Daarnaast staat ook het christendemocratische CDA van partijleider Sybrand Buma op fors verlies.

De liberale VVD lijkt wel enigszins stand te kunnen houden en blijft wellicht de grootste partij. VVD speelt in de eerste plaats het leiderschap van eerste minister Mark Rutte uit, ondanks diens onuitgesproken Europese ambities. Naast Rutte speelt Klaas Dijkhoff, de VVD-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, wel een steeds nadrukkelijkere rol.

Een van de grote winnaars zou wel eens de partij GroenLinks kunnen worden. De partij zit onder impuls van Jesse Klaver al enkele jaren fors in de lift en wordt nu verder voortgestuwd door het feit dat klimaat ook in Nederland een belangrijk thema is. De winst van GroenLinks gaat vooral ten koste van het sociaaldemocratische PvdA, dat al een tijdje in vrije val is.

Uiterst rechts in het politieke spectrum speelt tot slot nog een strijd tussen de PVV van Geert Wilders en de relatief nieuwe partij Forum voor Democratie (FvD) van Thierry Baudet. Wilders, die het niet gewoon is om op zijn rechterflank te worden aangevallen, moet daardoor alle zeilen bijzetten. Zo neemt hij, in tegenstelling tot de voorbije campagnes, deel aan alle grote debatten.

Zowat 13 miljoen Nederlanders krijgen de mogelijkheid om hun stem uit te brengen. Vier jaar geleden lag de opkomst op 48 procent.