Emmanuel Macron wordt door de pers beschreven als een linksliberaal. Ook in zijn boek 'Révolution' haalt hij dit zelf aan, maar liefst overstijgt hij het links-rechts denken. Misschien is een andere, meer concrete manier om Macron te beschrijven, dat van een moderne doctrinaire. Hierbij dient men in het achterhoofd te houden dat zowel Macron als de doctrinairen kinderen van hun tijd zijn.

De doctrinairen waren een politieke fractie binnen het Frans politieke systeem die een grote invloed uitoefenden tussen 1814 en 1830. Ideologisch bevonden zij zich in het midden van hun politieke opponenten: in het Chambre des Députés bevonden links van hen de radicaallinkse republikeinen en rechts van hen de ultraroyalisten. De doctrinairen trachtte het monarchistische verleden te verzoenen met de idealen van de Franse revolutie. Zij waren dan ook voorstander van het behoud van de monarchie onder parlementaire en constitutionele controle. Een staatsmodel dat later vervolg kreeg in landen als Nederland, Denemarken en België.

De toenmalige liberalen waren gekenmerkt door centristische beleidsvoorstellen, maar desondanks namen ze geen genoegen met het status quo. Integendeel: zij stonden voor drastische hervormingen. Les doctrinaires begrepen dat men Frankrijk niet naar zijn absolutistisch historisch verleden kon reconstrueren, alsook het utopisch ideaal van de revolutie niet te verwezenlijk viel zonder immorele handelingen. De immoraliteit die daarmee gepaard ging, werd na Revolutie pijnlijk duidelijk onder het schrikbewind van Robespierre. Neen, Frankrijk moet erin slagen het heden met de toekomst te verzoenen. Dat gaat alleen door het behoud van het goede en het loslaten van het achterhaalde.

'Macron laat zien dat vertrouwen in de menselijke vooruitgang beste middel is tegen cynisme'

Hierin neemt Emmanuel Macron dezelfde positie als de doctrinairen. Waar de PS een klassiek-linkse kandidaat en Les Républicains een klassiek-conservatieve kandidaat naar voor schuiven, zit Macron als doctrinair in het midden. Maar als het op de graad van hervormingen aankomt, zelfs met ontbreken van een volwaardig programma, laat hij beide kandidaten ver achter. Zijn voorstellen overstijgen het links-rechts denken waarbij het goede wordt behouden en het achterhaalde wordt verworpen. Zijn belangrijkste tegenkandidaten: Fillon, Hamon en Le Pen tonen aan dat het politiek klimaat even gepolariseerd is als weleer. Toen stonden de radicaallinkse republikeinen en de absolutistische ultraroyalisten lijnrecht tegenover elkaar.

De doctrinairen stonden doorgaans voor een 'negatief' liberalisme. Toen zij in de oppositie waren, trachtte zij in de eerste plaats hervormingen tegen te houden. De liberalen gruwelden van de gedachte dat de hervormingen van de radicaallinksen en de ultraroyalisten de individuele vrijheden van de burgers zou schaden. In die zin stonden zij dus voor een negatief project: liever niets dan iets. Toen François Guizot aan de macht kwam, veranderde dit. Hij begreep dat de doctrinairen, eens aan de macht, snel aan populariteit zou inboeten als er geen scheppend project plaats vond. Daarbij is Individuele vrijheid volgens hem niet in conflict met een leidende staat. Die staat moet wel zijn grenzen kennen. "Een staat", zo redeneert hij, "is als een dienstmeisje. Zij moet ten dienste staan van de bevolking maar mag ook niet in de weg lopen."

Eveneens waren de negentiende-eeuwse liberalen een vrije markt economie goed gezind, maar niet in diezelfde mate als in Engeland het geval was. Zij geloofden dat er voor de overheid nog een rol was weggelegd, als gids. Onder Napoleon vond er al een hele modernisatie plaats die zorgde voor de industrialisatie van Frankrijk. Hierop konden de doctrinairen hun beleid voortbouwen. Dankzij Louis Becquey konden zij hun historische stempel drukken op gigantische infrastructuurwerken. Louis Becquey was een ambtenaar van doctrinaire stempel. Hij leidde de aanlegging en verbouwing van de grachten die tot vandaag een cruciaal spelen in de Franse economie. Ook introduceerde hij een interessant financieringssysteem: de kanalen werden grotendeels door private investeerders bekostigd. De liberale ambtenaar bracht deze publieke-private samenwerking naar Frankrijk na zijn studiereis in Engeland.

Weldaden van de vrije markt

Ook Macron is overtuigd van de weldaden van de vrije markt. Maar hij stelt dat die vrije markt alleen kan functioneren onder een leidende staat. De vrije markt verhoogt de welvaart, maar de staat is nodig om bepaalde doelen te realiseren. Daarom eist de nieuwe doctrinaire ook voor vrijemarkthervormingen zoals het flexibeler maken van de arbeidsmarkt, het einde van de vijfendertigurenweek en vrijhandel te omarmen. Maar hij stelt ook dat de economie sneller evolueert dan de mens. Daarom moet de staat ervoor zorgen dat het individu zich steeds kan bijscholen, dat iedereen toegang heeft tot hoger onderwijs en dat men het volk de middelen geeft om zichzelf te ontplooien.

Hij stelt dat vroeger de politieke besluitvorming en de economische innovatiecyclus min of meer gelijk liepen. Alles ging vrij traag: zowel politieke besluitvorming als economische innovatie. Vroeger kon de staat dus politieke projecten op middellange of lange termijn instellen. Het probleem in deze geglobaliseerde wereld is dat de politieke besluitvorming nog steeds zo traag is en daarbovenop meer gedecentraliseerd is. Dit leidt ertoe dat de politiek er niet in slaagt economische innovatie bij te houden. De economie draait tegenwoordig ook alleen rond innovatie: alles moet sterker, sneller, beter en creatiever. Het kapitalisme laat ons toe om een nooit gezien welvaart en innovatie te creëren. Maar indien Frankrijk bij dezelfde reguleringen, politieke discours en voorwaarden blijft, "alors nous sommes morts".

'Hij is overtuigd republikein, maar ziet dat men de parlementaire democratie dient te verzoenen met een participatieve vorm van democratie.'

Eveneens hebben de doctrinairen inzake het stemrecht hun sporen nagelaten. Zij eisten een verbreding van het stemrecht naar iedereen die 'capabel' is. Die 'bekwamen' zijn alle mannelijke Franse burgers die tweehonderd franken belastingen betaalden, genoten van hogere studies of ambtenaren zijn. Toch moet ik benadrukken dat de tijden toen drastisch verschilden met vandaag: zo was het gros van de bevolking ongeschoold en vierde analfabetisme hoogtij. Anno 2017 kent iedere West-Europeaan een basisscholing. De volksverheffing van de laatste eeuw heeft zijn vruchten afgeworpen.

De radicaallinksen pleitten voor een zo breed mogelijk stemrecht. De ultraroyalisten waren gescheurd over het onderwerp: ofwel stemrecht voor zij die driehonderd franken belastingen betaalden, ofwel alleen voor de aristocratie. De doctrinairen waren dus tegen een zo breed mogelijke stemrecht, maar volgens François Guizot was dit maar tijdelijk. Hij redeneerde dat er toen slechts een minderheid van de bevolking bekwaam was om stemrecht uit te oefenen. Met dat de samenleving zou groeien en de scholingsgraad zou toenemen, kan men ook het stemrecht verder uitbreiden. In 1820 is het aandeel bekwamen nog een minderheid, maar met de tijd wordt dit de overgrote meerderheid.

Voor alle duidelijkheid: Emmanuel Macron is geen voorstander voor het afschaffen van de Republiek en een terugkeer naar de parlementaire constitutionele monarchie, noch voor het inperken van de stemrecht. Net zoals de doctrinairen is hij een kind van zijn tijd. Hij is overtuigd republikein, maar ziet dat men de parlementaire democratie dient te verzoenen met een participatieve vorm van democratie. De parlementaire democratie blijft dus bestaan, maar de burger moet meer betrokken worden met het beleid. Zijn comités van En Marche zijn honderden kleinschalige bijeenkomsten waar allerlei mensen van alle politieke stromingen bijeenkomen om ideeën uit te wisselen. Er wordt gepraat, nagedacht en gediscussieerd.

Alleen voor Europese integratie

De doctrinairen waren geïnspireerd door het Britse systeem. Victor Broglie en Charles de Rémusat waren openlijk anglofiel en droomden van een Frankrijk naar Engels model. De andere doctrinairen gingen niet zover als Broglie en de Rémusat, maar opperde wel tussen een goede verstandhouding tussen Frankrijk en Engeland. Zo was François Guizots spotnaam 'Lord Guizot'. Hij trachtte als Minister van Buitenlandse Zaken een detente tussen Frankrijk en Engeland te realiseren, maar dit liep mis door tegenstrijdige belangen in Egypte. Royer-Collard had veel respect voor de Engelse instituties, maar begreep dat dit nooit zou kunnen werken in Frankrijk. Hij besefte maar al te goed dat openlijk dwepen met de historische vijand in het nadeel zou spelen van de doctrinairen. Los van de doctrinairen, waren de Britten en hun land gehaat van het Franse volk tot de aristocratie en de Koning. Karel X zei letterlijk dat hij liever stopte met regeren dan te regeren met dezelfde voorwaarden als de Engelse Koning. Daarom verkocht Royer-Collard elk doctrinair voorstel met een Engels geurtje als superieur aan het 'ouderwets' Engels systeem. De doctrinairen stonden dus eenzaam in de woestijn te roepen als het over een goede verstandhouding met Frankrijks directe buren ging.

Macron is de enige uitgesproken pro-Europese kracht in deze Franse verkiezingen. Eenzaam roept hij voor meer Europese integratie, samenwerking en coöperatie. De jonge doctrinaire gelooft dat Frankrijk geen leidende rol meer kan spelen in deze geglobaliseerde wereld. Frankrijk moet samen met Duitsland de leiders zijn binnen de Europese Unie, om zo een luide stem te hebben op het wereldtoneel. Dat dit zonder het Verenigd Koninkrijk zal zijn, doet François Guizot, Victor de Broglie en Charles de Rémusat draaien in hun graf.

'In deze tijden van polarisering en politisering doet het misschien eens deugd om een ander geluid te horen.'

Tot slot zijn ook de gelijkenissen in context opmerkelijk. De opmars van de doctrinairen begon na de val van Napoleon. Frankrijk zat door de Napoleontische veldtochten in zak en as. Het land was onzelfzeker, door het schrikbewind van Robespierre verloren de idealen van de revolutie hun glans en de ultraroyalisten hadden heimwee naar het Frankrijk onder een absolutistisch heerser. Frankrijk, Europa en het hele westen komen zwaar gehavend uit de financieel-economische crisis. Een aanzienlijk deel van de kiezers zoeken hun heil in extremistische en sterke leiders, het discours van beide zijden van het politiek centrum is gepolariseerd en de liberale samenleving geniet niet meer van dezelfde glorie als een halve eeuw geleden.

In deze tijden van polarisering en politisering doet het misschien eens deugd om een ander geluid te horen. Net als weleer: toen de radicaallinkse republikeinen en de ultraroyalisten trachtte de geesten te veroveren door het inboezemen van angst, waren het de doctrinairen die opvielen door hun optimistische en verzoenende boodschap. Daarom is het een goede zaak dat er in dit Trump-en Corbyn-tijdperk stemmen zijn zoals Emmanuel Macron. Stemmen die je er doen aan herinneren dat er wel degelijk problemen zijn, maar dat het individu en de samenleving in staat is deze op te lossen. Weg met het nostalgisch defaitisme, een oprecht vertrouwen in de menselijke vooruitgang is een beter middel tegen cynisme.

Nathan Benit is onderzoeksstagiair bij de Nederlandse liberale denktank TeldersStichting en erelid van LVSV Brussel.