Opinie

François Levrau

‘Waarom verbazen we ons over de eerlijke vinder die een grote som geld teruggeeft aan de eigenaar?’

François Levrau Dr. Sociale Wetenschappen, verbonden aan Centrum Pieter Gillis (UAntwerpen)

‘Eerder deze week werd bericht over een Palestijnse man die 10.000 dollar gaf aan een Joodse man die dit geld op de bus had laten liggen. Waarom verbazen we ons over die vorm van eerlijkheid?’ vraagt François Levrau zich af.

Ergens op een middag… Ik stap de Slegte binnen om een boek waar ik al ’n tijdje naar op zoek ben te kopen. Ik snuister in de vele boekenrekken en kan het niet laten nog twee andere boeken te kopen. Ik reken even snel uit hoeveel de drie boeken me zullen kosten en begeef me goedgezind naar de kassa. Aan die kassa blijkt dat ik iets meer dan 8 euro minder moet betalen dan gedacht. Ik ben echt een ramp in wiskunde, denk ik. Ik stap de winkel uit en maak toch nog even het rekensommetje… Misschien was niet ik, maar die vriendelijke vrouw in de winkel fout. Ik vergewis me van de rekening en ja: één boek werd niet betaald. Ik sta inmiddels al een paar meter buiten de winkel. Ik ben in dubio: terugkeren en de kassierster wijzen op het feit dat ik te weinig betaalde of toch maar verder wandelen in de gedachte dat ik een ‘koopje’ heb gedaan: drie boeken voor de prijs van twee. Ik kies voor het laatste, wellicht ook omdat de zon me lijkt te zeggen vooral buiten te blijven. Ik schipper tussen twee gevoelens: echt fair is het niet wat ik deed; anderzijds is het de verantwoordelijkheid van de kassierster om alle producten goed te scannen. Ik had bovendien ook geen kwalijke intenties: alle boeken lagen duidelijk op de tafel van de kassierster en alle boeken werden bovendien gescand (dus ging er wellicht iets fout met het scantoestel of was de etikettering van het boek gebrekkig).

‘Waarom verbazen we ons over de eerlijke vinder die een grote som geld teruggeeft aan de eigenaar?’

Dezelfde avond: Ik neem wat digitale kranten door en lees het verhaal over een Palestijnse buschauffeur die een ultra-orthodoxe Jood de 10.000 dollar teruggaf die hij als passagier op de bus was vergeten. Ik ben verbijsterd. Wie heeft nu zoveel geld bij zich en wie is zo achteloos dat hij dat geld niet constant goed bewaakt? De 35-jarige buschauffeur kwam, naar eigen zeggen, niet in de verleiding het geld te houden. Hij verwees naar zijn morele, religieuze en professionele plicht. Hij kreeg geen financiële beloning voor zijn goedheid, maar de busmaatschappij gaf hem wel een speciaal certificaat.

Ik blijf met de kwestie verveeld. Had ik anders moeten doen? Ik de cognitieve dissonantie als volgt op: Wat in de boekenwinkel gebeurde is als het kleine geluk dat je bij tijd en wijle toevalt en dat zo mooi werd uitgebeeld in Le fabuleux destin d’Amélie Poulain. De boekenwinkel zal heus qua omzet niet lijden door dat ene niet betaalde boek, tenzij natuurlijk iedereen boeken koopt die (per ongeluk) niet worden betaald. Kassiersters doen hun job heel nauwgezet, waardoor het beslist niet zo vaak gebeurt dat klanten abusievelijk te weinig betalen. Dat unieke en al bij al triviale geluk dat me toeviel, zo maak ik mezelf wijs, compenseert het ongeluk dat me zovele keren trof doordat ik me weer ‘ns liet vangen door de kleine lettertjes op één of ander formulier of contract. Het geloof in een faire wereld is even hersteld. De buschauffeur daarentegen heeft een grotere plicht omdat hij rechtstreeks het geluk van de Joodse man bepaalt: 10.000 dollar voor één man is toch wel van een andere grootorde dan 8 euro voor een succesvolle boekenketen. De mens in mij kan gerust slapen.

De filosoof in mij blijft echter wakker. De reden waarom diverse media over de buschauffeur berichten (en doorgaans geen enkele aandacht schenken aan die kleine momenten van on/geluk), is omdat ervan wordt uitgegaan dat de Palestijnse man wel erg in de verleiding moet geweest zijn om het geld te houden. Stel je voor wat je met die 10.000 dollar zo allemaal kunt doen. De kans dat het bovendien ooit zou uitkomen dat het de buschauffeur was die er met het geld vandoor is, is erg klein, want de Joodse man kan omzeggens ‘overal’ het geld verloren zijn en door ‘iedereen’ bestolen zijn geweest. De media die hierover berichten erkennen dus (1) de aantrekkelijkheid om het geld te houden, (2) de goedheid van de man en (3) het egoïsme van de mens dat ertoe zou hebben geleid dat de meeste mensen onder vergelijkbare omstandigheden het geld zouden gehouden hebben.

De buschauffeur trok zich als een baron van Munchhausen uit het moeras van zijn menselijke egoïstische natuur teneinde een schier engelachtige daad te kunnen verrichten. Dat hij dan nog eens het geld aan een Joodse man gaf, zorgt gezien de situatie in het Midden-Oosten, wellicht nog voor wat extra peper en zout.

Nochtans hoeft het niet zo te worden voorgesteld. Wat de buschauffeur deed, zou ons nauwelijks mogen frapperen; wat daarentegen de wenkbrauwen zou moeten doen fronsen, zijn die luttele acht euro’s. Waarom? Simpel; de rechtvaardigheid van een samenleving moet finaal afgemeten worden aan de dagdagelijkse interacties en handelingen van mensen. Een voorbeeld uit een ander register: wie een partij steunt die antiracisme bestrijdt, heeft één kant van de medaille getoucheerd. De andere kant van diezelfde medaille houdt in dat die persoon geen al te grote problemen maakt van de multiculturalisering van de samenleving – en dus bijvoorbeeld niet moedwillig elk contact met gesluierde burgers mijdt, kinderen niet koste wat het kost naar ‘witte scholen’ stuurt.

‘Regels en wetten werken beter als mensen aanvoelen dat die inderdaad zinvol zijn en wanneer ze dus de achterliggende rationale voor de regels en wetten hebben geïnternaliseerd.’

Elke rechtvaardige samenleving gedijt beter wanneer die wordt onderstut door een corresponderende ethos, waarmee ik een geheel van normen bedoel die als sociale mechanismen het gedrag aansturen. Een herverdelend beleid is ergo succesvoller wanneer de bevolking herverdeling hoog aanslaat. Of nog, het goed functioneren van sociaaleconomische instituties hangt op de keper beschouwd af van wat mensen denken en hoe ze zich in hun vele dagdagelijkse interacties gedragen. Regels en wetten werken immers beter als mensen aanvoelen dat die inderdaad zinvol zijn en wanneer ze dus de achterliggende rationale voor de regels en wetten hebben geïnternaliseerd.

Het is een denkfout niet te geloven dat informele normen een cruciale en onvermijdelijke component van sociale instituties zijn. Democratie werkt bijvoorbeeld als systeem omdat de burgers (al) democratisch zijn en dus begrijpen dat ze niet moeten pogen om op gewelddadige wijze in te grijpen en gewoon de uitkomst van de democratische procedure moeten aanvaarden. De democratie maakt de burgers op termijn ongetwijfeld democratischer, maar het is de democratische burger waarop finaal de democratie leunt.

Herverdeling

Van gelijke strekking is het herverdelingsbeleid: als mensen denken dat het aanvaardbaar is om te stelen en te bedriegen wanneer de gelegenheid zich voordoet, en wanneer ze enkel maar eerlijk zijn omdat ze niet willen betrapt worden, dan zal herverdeling als beleid altijd problematisch blijven. Wanneer de morele achtergrondcultuur echter wordt gevormd door begrippen als solidariteit en empathie, dan is een rigoureus herverdelingsbeleid eigenlijk een uitgemaakte zaak. Het ethos betekent derhalve dat elke burger wordt aangespoord te handelen naar de egalitaire geest van sociale (herverdelende) rechtvaardigheid en er dus niet primair moet op uitzijn het eigen (financiële) belang te maximaliseren.

Dat geldt voor kapitaalkrachtigen (de kapitaalsvlucht, zucht…), maar net zo goed voor de ‘modale burger’ die, al dan niet op spitsvondige wijze, de wet als spons gebruikt om er de financiële voordelen als druppels uit te persen teneinde de egoïstische dorst naar ‘meer’ te laven.

Dit brengt mij terug tot het voorval van de boekenhandel en de Palestijnse buschauffeur. In het licht van een rechtvaardige samenleving, zou het verhaal van de buschauffeur en diens 10.000 dollar nauwelijks aandacht moeten krijgen. Hij doet immers wat van hem wordt verwacht.

Wat misschien meer aandacht zou moeten krijgen, zijn de vele, kleine, schier achteloze momenten waarop men tegen de sociaal norm ingaat. Dit betekent, voor alle duidelijkheid, niet dat we ‘morele slaven’ moeten zijn die zich op schier paranoïde wijze voortdurend onder het morele vergrootglas horen te plaatsen, maar het kan stellig geen kwaad wanneer men in de samenleving een soort egalitair ethos kan ontwaren.

‘Wat is men met de vrijheid om te doen wat men wil, als men aanvoelt dat er eigenlijk maar één goede keuze was?’

Eigen aan informele normen is immers dat ze niet langer als een inbreuk op de vrijheid worden ervaren, maar net de vrijheid mogelijk maken. Als men ethisch handelt, wordt men gewaar dat men heeft gehandeld zoals men dat eigenlijk ook zelf wenst. Vandaar overigens dat Immanuel Kant ‘autonomie’ en ‘plicht’ zo nauw aan elkaar linkt. Wat is men met de vrijheid om te doen wat men wil, als men aanvoelt dat er eigenlijk maar één goede keuze was? Eigen aan informele normen is ook dat ze het sociale gedrag kunnen reguleren, zelfs als sommige mensen deze normen niet aanvaarden en anderen ze wel aanvaarden, maar daarom nog niet in corresponderend gedrag omzetten.

Freeriders zullen er natuurlijk altijd zijn, maar de sociale druk moet hun aantrekkelijkheid ontnemen. Me dunkt zou het ethos ook een aantal discussies (over de islam, vluchtelingen, armoede,…) minder snel doen ontaarden in de grofheid die thans zo welig tiert. Het lijkt me een bijzondere uitdaging voor de 21ste eeuw om onder de huid van de angstige en neoliberale Hobbesiaanse wolf wat meer het hart te beroeren en te laten kloppen op de zachte klanken van de empathie, het altruïsme en de generositeit.

Oh, ja… wat nu met het boek dat niet werd betaald? Kom ik ervan af wanneer ik hoop dat de sluikreclame in dit stukje de acht euro compenseert?

Partner Content