Alain Van Hiel

‘Verspreiding van fake news is een symptoom van de huidige politieke malaise’

Alain Van Hiel Professor sociale psychologie aan de UGent.

‘Voor mensen die politici en de media niet vertrouwen, is het verschil tussen ‘echt nieuws’ en ‘fake news’ minder groot dus dan wat al die verontwaardigde tegenstanders van Trump ons toeschreeuwen’, schrijft Alain Van Hiel. Hij pleit voor een omslag in de politieke cultuur waarin ‘authentiek leiderschap’ centraal staat.

Er is een in de media een nieuw beroep ontstaan, dat van fact-checker. Wellicht had je hem of haar echt wel voor gek verklaard, diegene die pakweg twintig jaar geleden je vertelde dat er mensen nodig zouden zijn die vals nieuws moeten duiden. Zeker, de boutade dat de krant vol met leugens staat, is zo oud als de straat. Maar eigenlijk meenden velen van ons dat niet echt, of dachten we dat alleen slechte en doortrapte mensen leugens verspreiden.

Leugens en scheeftrekkingen zijn bij sommigen aan de orde van de dag, bewust en strategisch. Hierin worden ze geholpen door digitale fotobewerking, knip en plak tekst- en videowerk, en de sociale media, waardoor meer dan ooit de leugen ons dagelijks leven infiltreert.

Kwade geest Trump

De vorige Amerikaanse president Donald Trump omarmde hartstochtelijk de leugen. Al tijdens de eerste dagen van zijn presidentschap ontstond er een robbertje vechten met de ‘klassieke media’. Volgens die media had Trumps inauguratie beduidend minder volk gelokt dan die van zijn voorganger Barack Obama. Luchtfoto’s en filmopnames toonden overduidelijk grote lege plekken in het publiek.

Team Trump dacht daar toch anders over. Op 21 januari 2017 verklaarde de perschef van het Witte Huis dat de menigte ‘het grootste publiek was dat ooit getuige is geweest van een inauguratie’.

Lang moesten de Amerikanen en de wereld dus niet wachten om te zien dat de president en zijn team er zelfs niet voor terugdeinsden om overduidelijk feitenmateriaal compleet te negeren en om te draaien. Daarna volgde een desinformatiecampagne van vele jaren.

Drie lagen van desinformatie

In de distributie van fake news zijn drie lagen te onderscheiden. Aan de oppervlakte zit de leugen zelf – of het ‘alternatieve feit’ dat afwijkt van de ‘werkelijkheid’.

Maar fake news tast ook een meer fundamenteel niveau aan. De status van de waarheid zelf wordt immers gecompromitteerd. Mensen geloven op den duur dat het onderscheid tussen waarheid en misleiding niet geworteld is in de objectieve werkelijkheid, maar in sociale conventies. Ze worden wijsgemaakt dat er veel manieren zijn – onverenigbaar, maar allemaal even geldig – om de wereld te kennen.

Het rot kruipt echter nog dieper. Diegene die fake news verspreid, wilt dat we zijn of haar waarheid omarmen als de ‘beste visie’, en in die beweging worden alle andere meningen verguisd. De rest is fout. Punt.

Vooral door dat laatste aspect van de strategische inzet van fake news heeft funeste gevolgen, want op die manier worden mensen van de ‘werkelijkheid’ vervreemd. Aldus zijn ze een gemakkelijke prooi voor die ene bron die alle andere vergiftigt.

Informatie en desinformatie

Wanneer we de drie lagen van desinformatie bekijken, dan moeten we toegeven dat ze minstens met mate en ten dele voorkomen in wat we genoegzaam ‘normale politieke communicatie’ noemen.

De eerste laag, dat politici ontwijking en verwarring hanteren, is niet nieuw. Liegen in de politiek is een aloud, ingeburgerd gebruik. Denk aan Machiavelli’s beschouwingen over het gebruik van leugen, list en manipulatie als politieke wapens. Dit al in het begin van de zestiende eeuw.

De tweede laag is inherent aanwezig in ons politiek systeem. Democratie impliceert pluralisme en het noodzakelijkerwijs naast elkaar bestaan van verschillende opvattingen over de ‘werkelijkheid’.

De derde laag is ook niet helemaal vreemd aan de politieke wereld. Zijn politici niet vaak geneigd in te gaan tegen wat ‘tegenstanders’ zeggen en proberen ze die niet te discrediteren? Stellen ze zichzelf niet voor als de hoeders van de waarheid en doen ze niet vaak alsof tegenstemmen slecht geïnformeerd of fout zijn. En wijzelf, vervreemden we onszelf op de sociale media niet van mensen met andere opinies?

Kortom, al die lagen van desinformatie zijn min of meer aanwezig in politieke communicatie die we met z’n allen ‘echt’ noemen.

Fake news niet altijd zo duidelijk en direct zoals het bovenstaande voorbeeld van de inauguratie van Donald Trump. Soms is communicatie feitelijk falsifieerbaar als correct of fout, maar heel wat politieke communicatie laat zich niet zo gemakkelijk betrappen op een leugen. Er is dan eerder sprake van overdrijvingen, verdraaiingen, of het straal negeren van feiten (stilzwijgen).

Vanwaar?

Dit is een interessante vraag: hoe komt het dat nu net in het huidige tijdsgewricht het ‘fenomeen Trump’ überhaupt mogelijk is?

Het is eenvoudig. De overtuigingskracht van een bron wordt bepaald door de betrouwbaarheid. En laat nu net in vergelijking met andere beroepsgroepen politici op de allerlaagste trede onderaan de ladder van betrouwbaarheid staan. Hierdoor gaat hun geloofwaardigheid verloren. Dus, diegenen die beweren getrouw te spreken over de ‘werkelijkheid’, worden door een groot deel van de samenleving zelf gezien als ongeloofwaardig, en verliezen daardoor hun impact. Wat ze zeggen, wordt dus niet meer als ‘objectief’ en ‘de waarheid’ aanzien.

Voor mensen die politici en de media niet vertrouwen, is het verschil tussen ‘echt nieuws’ en ‘fake news’ minder groot dus dan wat al die verontwaardigde tegenstanders van Trump ons toeschreeuwen. Hun argumentatie dat figuren zoals Trump kwakzalvers zijn, lost het probleem van mainstream politici niet op. Inderdaad, het echte probleem zit nu net bij het idee dat laatstgenoemden als onbetrouwbaar worden ervaren. Niets meer, niets minder.

En de media? Fact checks zijn helaas niet opgewassen tegen fake news. Zeker, door hun gewaardeerde inspanningen kunnen leugens ontmaskerd worden, maar dat is werk aan de oppervlakte. Helaas werkt de fact check chirurgisch, gericht op een symptoom, en is het niet opgewassen tegen de woekerende, onderliggende ziekte. Het is alsof je huidkanker bestrijdt door telkens een melanoom weg te snijden.

Bovendien is ‘waarheid’ niet eenvoudigweg het tegengestelde van ‘leugen’. We kunnen onoprecht zijn zonder leugens, bijvoorbeeld als we dingen verzwijgen, of feitelijkheden ‘oprekken’ en ‘een draai geven’ zodanig dat ze in ons kraam passen.

Een nieuwe politieke cultuur, welk soort leiders willen we?

Het is oneindig interessanter om te rekenen op een omslag in de politieke cultuur en op zelfregulatie van politici, waarvan de media dan hopelijk dan bereid zijn verslag te doen.

(Lees verder onder het artikel.)

Oprechtheid en waarachtigheid zou de norm moeten zijn in de nieuwe politieke cultuur. In de literatuur omtrent leiderschap vond ik alvast een boeiend concept dat daaraan tegemoet komt, namelijk authentiek leiderschap. Van authentieke leiders weten we dat ze mensen inspireren en tot grote prestaties aanzetten.

Authentiek  leiderschap behelst onder andere emotionele intelligentie, wat onder andere impliceert dat we correct inschatten hoe anderen emotioneel reageren. Zo’n leider probeert niet steeds zijn of haar grote gelijk te behalen ten koste van anderen. Neen, verbinding met anderen nastreven staat centraal. Onnodig te zeggen dat authentiek leiderschap wordt gekenmerkt door  vriendelijkheid en een oprechte bezorgdheid om anderen, dus ook andersdenkenden.

Een ander kenmerk is verantwoordelijkheid nemen. Als doelstellingen niet bereikt worden, dan maakt de authentieke leider duidelijk dat hij mee de verantwoordelijkheid draagt, en probeert hij samen met anderen een pad te ontwikkelen dat naar betere resultaten leidt.

Een authentieke leider heeft een langetermijnvisie, en vergaloppeert zich niet in steekvlammaatregelen. De waan van de dag telt niet.

Bescheidenheid is een ander kenmerk. Bescheiden mensen zijn altijd bereid om te luisteren en te leren van anderen. Ze denken niet van zichzelf dat ze alles beter weten.

Tenslotte, mensen die authentiek leiderschap uitoefenen zijn geen leugenaars. Zij staan er juist om bekend dat zij zich aan hun woord houden, de waarheid nooit voor anderen verbergen. In plaats van indirect te communiceren, de waarheid te verdraaien of ronduit te liegen, blijven zij te allen tijde open en eerlijk.

In organisaties vormt leiderschap een niet onbelangrijk aandeel in de cultuur en de sfeer die er heerst. Groepsleden zijn geneigd hun gedrag hieraan te spiegelen. In een authentiek systeem staan authentieke mensen op en staan in-authentieke mensen aan de rand, of passen ze zichzelf aan de geldende normen aan. Mijn betoog is daarom dat niet alleen leiders een injectie authenticiteit kunnen gebruiken, maar ook dat dit zijn weerslag krijgt in politieke organisaties en het politieke systeem in het geheel.

Zouden onze politici dit ideaaltype willen uitdragen en de media erover rapporteren en niet op zoek gaan naar sappige intriges, zou een Trump-achtig figuur nooit een kans maken.

En de rol van de media?

Helaas leeft van politici het beeld – terecht of onterecht en gevoed door de (sociale) media – dat ze helemaal niet aan het archetype van de authentieke leider beantwoorden.

En daar moeten we met z’n allen niet alleen voor naar politici en de media wijzen. Neen, ook naar onszelf.

(Lees verder onder het artikel.)

Want laat ons eerlijk zijn, iedereen heeft de ‘Trump show’ met grote ogen gevolgd, als konijnen voor een lichtbak. Sommigen uit bewondering, maar nog een groter deel van de bevolking om er meewarig over te doen, of uit verlangen om na de zoveelste provocatie van het gezonde verstand nog eens los te gaan, om zo het eigen grote gelijk te bevestigen.

De Australische politicoloog John Keane vergelijkt de ‘Trump show’ met “De ouderwetse vaudeville” die “bestond uit sterke mannen en zangers, dansers en trommelaars, minstrelen en goochelaars, acrobaten en atleten, komieken en circusdieren. Het was een show. Post-truth is ook een show. Het is een georkestreerd publiek spektakel, ontworpen om miljoenen mensen uit te nodigen en te vermaken.”

Misschien moeten we om de ‘waarheid’ te leren kennen, met z’n allen aanvaarden dat die minder sensationeel en spectaculair is dan de leugen. Moeten we met z’n allen minder naar het showelement op zoek gaan, en in plaats hiervan bereid zijn om terug meer interesse te tonen in de saaie feitelijkheid.

Kortom, fake news uitbannen vraagt een nieuwe politieke cultuur aan de ene kant, en media en een bevolking die daar klaar voor is.

Alain Van Hiel is professor sociale psychologie aan de UGent. Recent verscheen zijn boek ‘Links vs Rechts’ (Borgerhoff & Lamberigts).


Partner Content