Alain Van Hiel, politiek psycholoog: ‘Veel politici beseffen niet hoe verschrikkelijk laag het vertrouwen in de politiek is’

Alain Van Hiel © JONAS LAMPENS
Peter Casteels
Peter Casteels Redacteur Knack

Rechtse mensen zijn net als linkse mensen, maar ze zijn wel iets agressiever en vrouwonvriendelijker. In een nieuw boek brengt Alain Van Hiel al zijn inzichten uit decennialang politiekpsychologisch onderzoek samen. ‘Psychologie is een links walhalla, daar kan niemand naast kijken.’

‘Dit boek is te lezen als een mea culpa, ja’, geeft Alain Van Hiel toe. De bekende politiek psycholoog, die lesgeeft aan de Universiteit Gent, probeert in Links vs rechts een erfzonde van zijn onderzoeksveld recht te zetten: rechts is veel te lang door politiek psychologen met een scheef oog bekeken, terwijl links nooit met dezelfde kritische geest werd onderzocht.

Hoe is dat kunnen gebeuren, meneer Van Hiel?

Alain Van Hiel: De politieke psychologie is lang in de greep geweest van een al te negatief beeld van rechtse mensen. Ik ben als onderzoeker ook jarenlang meegegaan in die stroom. Het standaardwerk The Authoritarian Personality uit 1950 is daarin heel belangrijk geweest. Het is een boek waarin een aantal onderzoekers zoals Theodor Adorno een profielschets maken van de rechts-autoritaire mens. Dat was net na de Tweede Wereldoorlog, toen iedereen vond dat rechtse mensen niet deugden. Rechts werd als een syndroom gezien, een term die enkel voor ziektes wordt gebruikt. Politiek psychologen hebben nooit linkse mensen in het vizier genomen zoals ze dat met rechtse mensen hebben gedaan, en hebben daar ook heel lang zelfs niet de juiste instrumenten voor ontwikkeld. Toen in de jaren zestig en zeventig duidelijk werd dat de Sovjet-Unie qua gruwel niet moest onderdoen voor het Derde Rijk, verloor de wetenschap zelfs haar interesse om zich met dat soort onderzoek bezig te houden. Die interesse kwam pas terug toen in de jaren tachtig nieuwe radicaal-rechtse partijen aan een opgang begonnen. Mijn boek is niet zozeer een rehabilitatie van rechts, wel een onttroning van de superioriteit waarvan we lang hebben gedacht dat links ze had. Links blijk namelijk vaak op identiek dezelfde manier te functioneren als rechts: de linkerzijde moet zeker niet voor rechts onderdoen als het gaat over vijandigheid tegenover een politieke tegenstrever.

Zijn rechtse mensen gemiddeld minder empathisch? Ja. Zijn ze minder intelligent? Ja. Betekent zoiets dat alle rechtse mensen minder empathisch en intelligent zijn? Natuurlijk niet.

U bent streng voor uw eigen wetenschappelijke discipline. Rechtse onderzoekers worden zelfs gediscrimineerd.

Van Hiel: Psychologie is een links walhalla, daar kan niemand naast kijken. Ik zal niet zeggen dat wij links bewust hebben ontzien, maar we worden als onderzoekers wel beïnvloed door culturele trends die nu eenmaal voordelig waren voor links. Daar komt bij dat onderzoek waarin eerdere conclusies worden bevestigd veel sneller gepubliceerd raakt dan onderzoek waarin nieuwe of andere bevindingen staan. Het was dus lang een struggle om papers gepubliceerd te krijgen die niet vriendelijk zijn voor links, want ze bevestigen niet wat de meeste wetenschappers denken. Er is onderzoek gevoerd naar het gedrag van wetenschappers, en de resultaten zijn soms hallucinant. Een stevig percentage van hen geeft toe dat ze rechtsere projectvoorstellen niet snel zullen goedkeuren.

Bent u niet bang dat u munitie geeft aan mensen die sociale wetenschappers sowieso al niet vertrouwden?

Van Hiel: Dat is een vreemde redenering. Ik citeer gewoon het onderzoek dat ik onder ogen krijg. Een onderzoeker vroeg op een congres voor sociaal psychologen naar de politieke voorkeur van de deelnemers, en de overgrote meerderheid van hen antwoordde links te stemmen. Dat kun je toch niet onder de mat vegen? Ik denk niet dat er iets mis is met de wetenschappelijke methodes die wij gebruiken, anders zou ik zelf niet voortbouwen op het onderzoek. We hebben wel een aantal blinde vlekken, aangezien de selectie van onderzoeksonderwerpen soms gekleurd is. Van die blinde vlekken moeten we af, maar dat is een traag proces.

Ook u moet, ondanks die kritische noten, vaststellen dat rechtse mensen vaak aan de verkeerde kant van de streep staan. Ze zijn minder empathisch, minder intelligent en vooral agressiever en vrouwonvriendelijker dan linkse mensen.

Van Hiel: In die stereotypen zit vaak een kern van waarheid, ja. Al moeten we dat niet overdrijven. Zijn rechtse mensen gemiddeld minder empathisch? Ja. Zijn ze minder intelligent? Ja. Betekent zoiets dat alle rechtse mensen minder empathisch en intelligent zijn? Natuurlijk niet. Neem honderd rechtse mensen, en zestig van hen zullen minder dan gemiddeld scoren voor empathie en intelligentie. Op links is die verhouding omgekeerd. Daar zullen er veertig lager scoren. Iedereen moet voor zichzelf maar uitmaken of dat verschil groot of klein is. Het hoopt natuurlijk wel op. Voor heel wat van zulke kenmerken is er altijd een klein en toch significant verschil, waarbij links meestal beter scoort. Het wordt wat naargeestig, met wel weer dezelfde bedenking: links heeft misschien wel meer empathie, maar bepaald niet voor haar politieke tegenstanders.

Voor agressie en vrouwonvriendelijkheid is het verschil ook nog groter.

Van Hiel: Ja. We hebben een meta-onderzoek gedaan naar die studies, en het effect is groter. Van honderd rechtse mensen zullen er zo’n zeventig agressiever en vrouwonvriendelijker zijn. Voor links geldt opnieuw het omgekeerde.

Vrouwonvriendelijkheid is nog altijd wijdverspreid. Veel mannen zeggen dat ze het ermee eens zijn dat vrouwen die een minirok dragen, of geen bh onder hun trui, zelf moeilijkheden zoeken.

Hoe wordt zoiets onderzocht?

Van Hiel: Agressie is een bijzonder moeilijk concept om te onderzoeken, want het is niet echt ethisch om mensen eraan bloot te stellen. Soms werken we wel met proeven in laboratoria waar mensen elektroshocks moeten uitdelen aan anderen. Die shocks worden natuurlijk nooit echt toegepast. Het zijn experimenten die doen denken aan de bekende proef van Stanley Milgram (een controversieel experiment uit 1961 waarbij Milgram met behulp van elektroshocks onderzocht hoe ver mensen gaan om te gehoorzamen aan gezag, zelfs als het indruist tegen hun geweten, nvdr). Ik weet dat Rutger Bregman daar veel kritiek op heeft in De meeste mensen deugen, maar het toedienen van elektroshocks is een goede indicator van agressie die ook vandaag nog aanvaard wordt door wetenschappers. Wie na Bregman te lezen denkt dat het toedienen van shocks slecht onderzoek en achterhaald is, dwaalt.

Ik zou zelf nooit meegaan in zo’n proefopzet — zogezegd elektroshocks uitdelen aan een medeburger.

Van Hiel: Mocht een onderzoeker vooraf uitgebreid de hele opzet van zo’n experiment uitleggen, zou er niemand mee willen doen. Iedereen zou ontkennen bereid te zijn iemand een shock uit te delen. Agressie wordt trouwens wel vaker met vragenlijsten onderzocht.

Geven mannen op zo’n vragenlijst dan bijvoorbeeld makkelijk toe dat ze vrouwen zouden kunnen slaan?

Van Hiel: U kunt ermee lachen, maar u beseft misschien niet hoe wijdverspreid vrouwonvriendelijkheid nog is. Die komt niet alleen bij enkelingen voor. Velen zeggen bij zulke onderzoeken dat ze het ermee eens zijn dat vrouwen die een minirok dragen, of geen bh onder hun trui, zelf moeilijkheden zoeken. Nog een stelling die op opvallend veel goedkeuring kan rekenen: vrouwen beweren misschien geen seks te willen, maar in werkelijkheid hopen ze dat een man hen ertoe dwingt. We vragen mensen ook hoe ze zouden reageren in bepaalde scenario’s, zoals wanneer ze een vrouw tegenkomen en niemand achteraf te weten kan komen wat ze haar aangedaan hebben. Die antwoorden zijn soms ontnuchterend.

U maakt in uw boek een vergelijking tussen het rechtse autoritarisme van vroeger en het politiek correcte woke denken in discussies als die over Zwarte Piet of de manier waarop toiletdeuren worden aangeduid. Is dat niet een tikkeltje overdreven?

Van Hiel: Nee. Het zijn heilige huisjes waaraan niemand nog mag raken, en die verworden zijn tot nieuwe normen die men op hun beurt oplegt aan een hele samenleving. Mij gaat het om de psychologie van de mens die zulke normen omarmt en hoe hij zich tegenover normbrekers opstelt. Beiden zijn heiligehuisjesbewakers.

Maakt de manier waarop Gert Verhulst werd aangepakt omdat hij het n-woord had gebruikt in een debat over het gebruik van het n-woord deel uit van een nieuwe heksenjacht?

Van Hiel: Hij is daarover met een matrak aangevallen, ja. Tien jaar geleden waren de reacties wellicht milder geweest. Pas op, ik doe geen uitspraken over de grond van de zaak. Ik probeer zelf altijd verbinding na te streven, dus zeker op een publiek forum als een televisieprogramma zou ik het n-woord niet gebruiken.

Kunnen mensen zonder een ideologie?

Van Hiel: Dat is perfect mogelijk. Wij kunnen het ons misschien moeilijk voorstellen, maar dat komt doordat wij de politiek veel beter volgen dan het overgrote deel van de mensen. Heel veel kiezers kennen het verschil niet eens tussen links en rechts, of herkennen belangrijke politici niet als we hen foto’s van hen laten zien. Ik zou mezelf ook nooit aan één ideologie kunnen binden. Ik stem heel vaak op andere partijen.

Van Hiel: Radicalen en gematigden lijken wel in andere werelden te leven. Daarmee vergeleken is de polarisatie tussen links en rechts geen probleem. De verschillen blijven ook dezelfde. Radicale kiezers zijn cynisch en boos, en ze zetten zich af tegen het establishment. Het vertrouwen in het politieke bedrijf is zeker bij die mensen superlaag. Vroeger kwamen verkopers van tweedehands auto’s steevast het slechtst uit enquêtes die naar vertrouwen peilden, vandaag zijn het politici. Dat is verschrikkelijk, en ik heb het idee dat veel politici dat niet beseffen. De barometer staat in het rood.

We moeten oppassen dat Mattias Desmet niet wordt gedrongen in de slachtofferrol waar mensen die zich niet gehoord weten zich graag in wentelen.

Bent u zelf een radicaal?

Van Hiel: Ik heb niet de neiging om op die manier over mezelf te denken.

Wie uw boek leest, krijgt wel de indruk dat u radicale kiezers gelijk geeft als ze het establishment niet meer vertrouwen.

Van Hiel: Ik ben als psycholoog getraind in empathie, maar ik vind het vooral belangrijk dat die mensen opnieuw overtuigd worden dat ze deel uitmaken van het politieke systeem en van het politieke leven. Straks stemt zo’n 35 procent van de Vlamingen op partijen waar niemand bij voorbaat mee wil samenwerken. Dat is heel ongezond voor een democratie. Hun bezorgdheden – of het nu gaat over migratie of over de hyperglobalisering – moeten ernstig genomen worden, of we nu graag horen wat ze te zeggen hebben of niet. Het beleid moet anders, maar misschien moeten politici van traditionele partijen zich ook wel eens excuseren voor de fouten die ze in het verleden hebben gemaakt.

Over migratie hoor ik politici al jarenlang zeggen dat het vroeger verkeerd is gelopen.

Van Hiel: Maar zijn die excuses geloofwaardig? De traditionele partijen hebben een geloofwaardigheidsprobleem. Ik ben geen fan van vergelijkingen met de jaren dertig. Ze lopen mank. Maar toen was de zwakte van het centrum misschien wel het grootste probleem . Dat is vandaag niet anders.

Tot slot: wat is er volgens u aan de hand met UGent-professor Mattias Desmet, die verketterd wordt na een interview op het beruchte Amerikaanse desinformatiezender Infowars?

Van Hiel: Ik heb gezien wat hem is overkomen. Hij verzon er een verhaal over een hartoperatie zonder verdoving, iets waar hij zich achteraf wel heeft voor verontschuldigd. Ik moet zeggen dat ik wel begrip heb voor Mattias. Zoiets zou mij ook kunnen overkomen als ik onder grote druk sta, zoals tijdens zo’n agressief interview. Dat interview is nu een reden om alles wat hij in het verleden hebben gedaan door de mangel te halen. De universiteit zal het nu zelfs laten onderzoeken. Gezien we allemaal al veel langer weten dat Mattias een antivaxer is, hadden we misschien beter eerder gekeken naar de wetenschappelijkheid van zijn betoog en zijn bronnen.

Vindt u dat hij verder les kan geven?

Van Hiel: Tot voor kort vond iedereen van wel, nee? We moeten oppassen dat hij niet kaltgestellt wordt, en in de slachtofferrol wordt gedrongen waar mensen die zich niet gehoord weten zich zo graag in wentelen. We moeten er niet flauw over doen: het loont ook wel om zulke uitspraken te doen en ermee de aandacht te trekken. Het boek van Mattias zal meer gelezen worden dan het mijne. (lacht)

Links vs rechts – de mens achter de ideologie van Alain Van Hiel is zopas verschenen bij Borgerhoff & Lamberigts.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content