Een stijgend bruto binnenlands product (bbp) is slecht nieuws voor ons klimaat. Want hoe meer onze economie groeit, hoe meer CO2 we de lucht instuwen en hoe hoger we de temperatuur opdrijven. Economische krimp in plaats van groei is de enige manier om de uitstoot te verminderen en de opwarming een halt toe te roepen. Dat vinden althans de aanhangers van de degrowth- of 'ontgroei'-beweging.
...

Een stijgend bruto binnenlands product (bbp) is slecht nieuws voor ons klimaat. Want hoe meer onze economie groeit, hoe meer CO2 we de lucht instuwen en hoe hoger we de temperatuur opdrijven. Economische krimp in plaats van groei is de enige manier om de uitstoot te verminderen en de opwarming een halt toe te roepen. Dat vinden althans de aanhangers van de degrowth- of 'ontgroei'-beweging. Brent Bleys is ecologisch econoom aan de Universiteit Gent en onderzoekt alternatieve indicatoren voor dat groeiaandrijvende bbp. Zo berekent hij jaarlijks in opdracht van de Vlaamse Milieumaatschappij de Index voor Duurzame Economische Welvaart (ISEW) voor Vlaanderen. 'Het bbp is min of meer de som van consumptie, investeringen en overheidsuitgaven van een land', zegt hij. 'Ecologische economen hebben het moeilijk met dat bbp als indicator van welvaart. Want het maakt geen enkel onderscheid tussen activiteiten die onze welvaart op negatieve of positieve wijze beïnvloeden. Het houdt ook geen rekening met onbetaalde arbeid, zoals mantelzorg en huishoud- en vrijwilligerswerk, en met de impact van economische activiteiten op het milieu. De Amerikaanse ecologische econoom Herman Daly en de theoloog John Cobb ontwikkelden in 1989 de Index of Sustainable Economic Welfare. Daarmee probeerden ze al die factoren wél in kaart te brengen voor de berekening van de economische welvaart. Dat is niet vanzelfsprekend, want de gegevens over onbetaalde arbeid zijn schaars. We weten niet hoeveel uren er jaarlijks bijvoorbeeld in onbetaald huishoudelijk werk geïnvesteerd worden. Het is ook niet eenvoudig om daar een waarde aan toe te kennen.' Volgens de degrowth-beweging is er een nauw verband tussen de stijging van het bbp en de toenemende uitstoot van broeikasgassen. Brent Bleys: Ja, en voor de aanhangers van degrowth volstaat het niet om de economische groei af te remmen of te stoppen. In de strijd tegen de klimaatverandering willen ze de economie gericht laten krimpen, op een sociaal rechtvaardige manier. Is zo'n inkrimping niet hetzelfde als een recessie of een depressie? Bleys: Recessie of depressie klinkt negatief, terwijl degrowth net iets positiefs is. Het is een doelbewust georganiseerde economische inkrimping, die ons welzijn niet ondergraaft. Integendeel, ons welbevinden moet er net door verhoogd worden. Ecologische economen willen eerst en vooral de grenzen van het milieu respecteren. Wij Belgen consumeren er stevig op los en hebben een zeer grote ecologische voetafdruk. Als wereldwijd iedereen zou leven zoals wij, hadden we vier planeten als de aarde nodig. Het is hoog tijd dat we onze consumptie ter discussie stellen en nadenken over de impact van ons gedrag op het milieu. Als je bereid bent je economische activiteiten selectief te laten krimpen, vermindert je impact op het milieu automatisch en kom je dichter bij die veilige milieugrenzen. Dezelfde gedachtegang vind je terug in het boek Donuteconomie van Oxford- econome Kate Raworth. Raworth is toch geen tegenstander van groei? Ze vindt wel dat die groei begrensd wordt door de draagkracht van de planeet, de buitenzijde van wat zij dan de donut noemt. Bleys: Dat is juist. Raworth heeft een achtergrond van duurzame ontwikkeling in het zuiden. In ontwikkelingslanden is klassieke economische groei inderdaad nog gedeeltelijk nodig. Degrowth is vooral iets voor ontwikkelde landen. Raworth geeft in Donuteconomie wel aan dat een economie niet oneindig kan groeien. Veel economen stellen zich daar geen vragen over. Voor hen is the sky the limit. Maar op een eindige planeet is oneindige groei onhaalbaar. Als je als econoom hardop durft te zeggen dat de economische groei ingeperkt moet worden, is dat als vloeken in de kerk. Welke maatregelen moeten we volgens ecologische economen nemen om onze economie klimaatvriendelijk te maken? Bleys: Milieudoelstellingen moeten voorop staan. Voor het klimaat kunnen we ons bijvoorbeeld baseren op de 'koolstofwet' van de Zweedse duurzaamheidsexpert Johan Rockström. In die wet legde hij vast hoe we de doelstelling van het klimaatakkoord van Parijs kunnen halen. Als we de opwarming tot maximum 2 graden willen beperken, zullen álle huishoudens, ondernemingen en landen elk decennium hun CO2-uitstoot moeten halveren. Enkel als we dat strikte reductiepad aan onze economie opleggen, is er een redelijke kans dat we die twee graden effectief halen. Voor ecologische economen is een collectieve arbeidsduurverkorting een van de sleutels om onze economie te doen inkrimpen en zo ook onze CO2-uitstoot terug te dringen. Minder werken wil ook zeggen: minder verdienen. Het zou best wel eens kunnen dat in ontwikkelde landen veel mensen toch bereid zijn om een deel van hun inkomen in te ruilen voor meer tijd. Want onderzoeken wijzen uit dat geld maar tot op een bepaald niveau gelukkig maakt. Ons geluk wordt veel meer bepaald door onze sociale contacten met familie en vrienden. De coronacrisis maakt dat nu trouwens extra duidelijk. We zullen onze samenleving anders moeten organiseren, met bijvoorbeeld een verschuiving van privébezit naar een deeleconomie? Bleys: Die deeleconomie bestaat al langer dan we denken. Bibliotheken zijn er de oervorm van, al worden zij nu veel minder bezocht dan vroeger. We werden rijker, begonnen onze boeken zelf aan te kopen en bestellen ze nu online. Maar er groeien wel interessante nieuwe vormen van deeleconomie, zoals autodelen. Steeds meer jonge stedelingen zien de auto eerder als een probleem dan als een oplossing. Ze kopen er zelf geen meer, maar stappen wel in een autodelenproject. En waarom zetten we geen project 'tuindelen' op? In mijn wijk stellen mensen nu al hun tuin open voor hun buren. Zo kan iedereen in de straat genieten van de schaarse ruimte en hoeft niemand nog een nieuwe trampoline voor de kinderen te kopen. Want die staat toch al bij de buren.