Veel Vlaamse en Brusselse kleuterscholen discrimineren bij de inschrijving van nieuwe leerlingen. Niet alleen op basis van etnische origine, maar ook van sociale klasse. Dat blijkt uit een praktijkonderzoek van sociologen Dounia Bourabain (VUB), Pieter-Paul Verhaeghe (VUB) en Peter Stevens (UGent). 'Uit eerder onderzoek weten we dat de segregatie in ons onderwijs zowel in alle Vlaamse provincies als in de Brusselse Rand toeneemt', zegt onderzoekster Dounia Bourabain. 'Meestal wordt die tendens toegeschreven aan de schoolkeuze van de ouders, maar wij wilden nagaan of ook de scholen daar een rol in spelen. Op papier heeft iedereen in dit land het recht om zijn kind in te schrijven in de school van zijn keuze. Door middel van praktijktests hebben wij nu onderzocht of dat daadwerkelijk voor iedereen geldt, ongeacht je origine, job of opleidingsniveau.'
...

Veel Vlaamse en Brusselse kleuterscholen discrimineren bij de inschrijving van nieuwe leerlingen. Niet alleen op basis van etnische origine, maar ook van sociale klasse. Dat blijkt uit een praktijkonderzoek van sociologen Dounia Bourabain (VUB), Pieter-Paul Verhaeghe (VUB) en Peter Stevens (UGent). 'Uit eerder onderzoek weten we dat de segregatie in ons onderwijs zowel in alle Vlaamse provincies als in de Brusselse Rand toeneemt', zegt onderzoekster Dounia Bourabain. 'Meestal wordt die tendens toegeschreven aan de schoolkeuze van de ouders, maar wij wilden nagaan of ook de scholen daar een rol in spelen. Op papier heeft iedereen in dit land het recht om zijn kind in te schrijven in de school van zijn keuze. Door middel van praktijktests hebben wij nu onderzocht of dat daadwerkelijk voor iedereen geldt, ongeacht je origine, job of opleidingsniveau.' Daartoe stuurden de onderzoekers in augustus 2018 een e-mail naar de 2243 Nederlandstalige kleuterscholen in Vlaanderen en Brussel. Telkens deden ze zich voor als de ouder van een kleuter die voor het eerst naar school moest. Ze informeerden naar de inschrijvingsprocedure en vroegen ook of het mogelijk was om een persoonlijke rondleiding te krijgen zodat ze de school konden leren kennen. Er werden zes fictieve afzenders gebruikt: telkens twee ouders van Belgische, Sub-Saharaanse (uit Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara) en Maghrebijnse origine. De ene uit de middenklasse, de andere uit een lagere sociaal-economische groep. De etnische afkomst van de afzender bleek duidelijk uit de naam in het e-mailadres en de naam van het kind. Het opleidingsniveau en het beroep werden dan weer impliciet meegegeven door de tikfouten in de e-mail en de vermelding dat de ouder in ploegendienst werkt. Veruit de meeste ouders kregen een antwoord. Amper 15 procent moest het met een automatisch antwoord stellen of ontving helemaal geen reactie. Etnische origine of sociaal-economische positie bleken daarbij geen rol te spelen. Wel verschilde de inhoud van het antwoord sterk van afzender tot afzender. Sommige ouders kregen het bericht dat ze hun kind konden inschrijven, andere moesten het doen met een korte e-mail waarin stond dat de school volzet was of een heel lange wachtlijst had. Uit die resultaten blijkt dat ouders van Belgische origine 70 procent kans hebben om hun kleuter te kunnen inschrijven in de school die ze mailen, tegenover 40 procent bij de Sub-Saharaanse groep en 38 procent bij ouders van Maghrebijnse afkomst. Nog frappanter was het verschil tussen de reacties op het verzoek om de school te kunnen bezoeken. Sommige ouders werden meteen voor zo'n persoonlijke rondleiding uitgenodigd, terwijl andere hoogstens naar een open dag werden doorverwezen. Uit die antwoorden blijkt dat de kans dat ouders van Belgische origine worden uitgenodigd 70 procent is, terwijl die voor mensen van Sub-Saharaorigine 31 procent is en voor mensen van de Maghrebijnse groep 32 procent. Ook de sociaal-economische positie van de ouders is op dat vlak bepalend. Binnen de groep van Belgische origine hebben middenklassegezinnen 76 procent kans om een persoonlijke rondleiding te krijgen, terwijl dat voor ouders uit een lagere sociaal-economische groep maar 36 procent is. Gezinnen van Sub-Saharaanse of Maghrebijnse afkomst uit een lagere sociale groep hebben respectievelijk zelfs maar 18 procent en 22 procent kans. 'Veel directies zijn bereid om witte middenklasseouders individueel rond te leiden, maar willen veel minder tijd investeren in mensen uit minderheidsgroepen of lagere sociaaleconomische groepen', zegt Bourabain. En dat terwijl middenklasseouders zich vaak gemakkelijker voor een schoolbezoek kunnen vrijmaken dan vaders en moeders die rigide werkuren hebben of in ploegendienst werken. Nu hoeft zo'n weinig inschikkelijke reactie van een schooldirecteur natuurlijk niet te betekenen dat je je kind uiteindelijk niet op zijn school kunt inschrijven, maar het kan ouders wel ontmoedigen of zelfs afschrikken. Is hun eerste contact met een school eerder negatief, dan zullen ze hun kleuter misschien nog een tijd thuis houden. Aangezien in het kleuteronderwijs de kiem wordt gelegd voor de rest van je schoolloopbaan, kan dat grote gevolgen hebben. Kleuters die niet of nauwelijks naar school gaan, starten in het eerste leerjaar vaak al met een behoorlijke achterstand. 'Scholen fungeren dus als een soort poortwachter om de samenstelling van hun leerlingenpopulatie naar hun hand te kunnen zetten', legt Bourabain uit. 'Dat doen ze vooral omdat veel Vlaamse ouders een school met weinig diversiteit nog altijd prestigieuzer vinden. Hoe meer leerlingen met een migratieachtergrond er les volgen, hoe lager de kwaliteit van het onderwijs wordt ingeschat. Wanneer een school diverser wordt, kan dat voor sommige ouders zelfs een reden zijn om hun kind er weg te halen. Vandaar dat sommige directies veel moeite doen om meer leerlingen uit de witte middenklasse aan te trekken.' De resultaten van het onderzoek wijzen er ook op dat het niet zozeer witte of concentratiescholen zijn die op de rem gaan staan, maar wel scholen uit de middenmoot die vrezen dat hun leerlingenpopulatie te divers dreigt te worden. Al is de bekommernis van de directie voor de reputatie van de school niet de enige reden waarom sommige ouders worden ontmoedigd om hun kind er in te schrijven. Ook mogelijke vooroordelen over de leerlingen zelf spelen een rol. 'Onderzoek heeft eerder al aangetoond dat veel leerkrachten ervan uitgaan dat de thuiscultuur van kinderen van Belgische origine uit de middenklasse heel goed aansluit bij de cultuur op school. Daarom denken ze dat die leerlingen geen extra zorg of aandacht nodig hebben', weet Bourabain. 'Daartegenover staan kinderen uit minderheidsgroepen of uit een lagere sociaal-economische klasse die vaak als probleemleerlingen worden beschouwd omdat leerkrachten verwachten dat ze veel energie in hen zullen moeten investeren.' Hoewel een school een leerling officieel alleen mag weigeren als hij ook met redelijke aanpassingen niet in het gewoon onderwijs kan functioneren of als de maximumcapaciteit is bereikt, zijn er dus heel wat directies die een achterpoortje gebruiken om ook andere kinderen subtiel te weren. 'Die houding kan de toenemende segregatie in ons onderwijs nog in de hand werken', denkt Bourabain. 'Het is nu aan de beleidsmakers om te onderzoeken hoe ze die praktijken zo goed mogelijk kunnen tegengaan. Daarbij zou ook het debat over een centraal inschrijvingssysteem weer moeten worden heropend. Vandaag is zo'n systeem alleen in de grote steden verplicht en wordt het daarnaast vooral toegepast in gemeenten met een capaciteitstekort. Op andere plaatsen gaat men ervan uit dat alle ouders een eerlijke kans krijgen om hun kind in de school van hun keuze in te schrijven. In het kleuteronderwijs is dat dus niet zo en er is geen enkele reden om aan te nemen dat het in het secundair anders zou zijn.'