Hoe groot precies weten we nog niet, maar dat de coronacrisis de onderwijskloof nóg groter heeft gemaakt, daar twijfelt geen enkele onderwijsspecialist aan. En Vlaanderen behoort al tot de bedenkelijke wereldtop als het gaat over ongelijkheid in het onderwijs. 'Je mag er inderdaad van uitgaan dat de ongelijkheid door de lockdown alleen maar is toegenomen', zegt Bert Smits, pedagoog en onderwijsspecialist bij Schoolmakers, een organisatie die in drie provincies meewerkte aan de zogenoemde zomerscholen, waar leerlingen zich de voorbije vakantie konden bijspijkeren.
...

Hoe groot precies weten we nog niet, maar dat de coronacrisis de onderwijskloof nóg groter heeft gemaakt, daar twijfelt geen enkele onderwijsspecialist aan. En Vlaanderen behoort al tot de bedenkelijke wereldtop als het gaat over ongelijkheid in het onderwijs. 'Je mag er inderdaad van uitgaan dat de ongelijkheid door de lockdown alleen maar is toegenomen', zegt Bert Smits, pedagoog en onderwijsspecialist bij Schoolmakers, een organisatie die in drie provincies meewerkte aan de zogenoemde zomerscholen, waar leerlingen zich de voorbije vakantie konden bijspijkeren. 'We weten uit onderzoek dat de onderwijskloof sowieso vergroot in de zomervakantie. Kinderen uit kansarme milieus lopen dan leerachterstand op, terwijl kinderen uit kansrijke milieus zelfs leervoorsprong verwerven. Want die gaan met hun ouders op vakantie, bezoeken musea, volgen een taal- en sportkamp - allemaal activiteiten die kansarme kinderen moeten missen. Voeg daar nog enkele maanden lockdown aan toe, waarin kansarme kinderen weinig tot niet werden geprikkeld en niet bepaald in ideale omstandigheden konden leren, en je weet dat de toestand problematisch is.' Kwetsbare kinderen en jongeren kunnen op dit moment steun en begeleiding dus extra goed gebruiken. Om die reden maakt de Stichting P&V (zie kader), die zich al jaren inzet voor jongeren, nu 1 miljoen euro vrij voor een aantal vernieuwende of succesvolle buitenschoolse projecten die kwetsbare jongeren ondersteunen. 'De kans bestaat dat die leerlingen de opgelopen achterstand nooit meer zullen ophalen', klinkt het bij de Stichting P&V. 'Een deel kan uitvallen en haalt misschien helemaal geen diploma. In het beroepsonderwijs verlaat een op de vijf jongeren de school zonder diploma, en dat cijfer is door de coronacrisis ongetwijfeld gestegen.' Vandaar dus 'een financiële injectie', bedoeld om een 'noodtoestand' het hoofd te bieden, en steun te geven aan projecten die proberen te voorkomen dat er een 'coronageneratie' ontstaat, zonder diploma en zonder veel perspectief op de arbeidsmarkt. Sommige projecten die de Stichting P&V steunt hebben hun sporen al enige jaren verdiend en duizenden jongeren buiten de schooluren geholpen. Zo zijn er TADA (ToekomstAtelierDel'Avenir) in Brussel en het recentere, daarop gestoelde TAJO (Talentatelier voor jongeren) in Gent. Zij begeleiden kinderen en jongeren intensief en brengen ze een aantal zaterdagen per maand, tijdens de zogenaamde weekendschool, in contact met professionals uit diverse beroepsgroepen. Die geven workshops over hun vak, fungeren als rolmodel en geven kostbare informatie over studie- en beroepskeuzes. Tot grote tevredenheid, zo blijkt, van zowel leerlingen als (vrijwillige) gastdocenten. Ook een aantal zogenoemde tutor- of buddy-initiatieven viel in de prijzen, zoals Schola ULB, het grootste en oudste tutoriaal programma in België. Daarbij nemen universiteitsstudenten zwakkere of later ingestroomde leerlingen, denk aan nieuwkomers, onder hun hoede en worden die een paar uur per week individueel geholpen. 'In groep samenwerken is heel waardevol. Maar we weten uit onderzoek dat een-op-eenonderwijs het meest efficiënt is', zegt onderwijsspecialist Smits. 'Uiteraard is dat niet betaalbaar voor iedereen en dus hebben we projecten nodig die zich richten tot de kinderen en jongeren die daaraan het meest behoefte hebben, en die zulke individuele ondersteuning op school of thuis niet krijgen. Elk initiatief in die richting is welkom, ongeacht uit welke hoek het komt. Scholen zouden dat in principe natuurlijk ook zelf kunnen organiseren, maar dat hoeft volgens mij niet.' En toch kun je je afvragen waarom goedbedoelde maar vaak kleinschalige initiatieven van lokale verenigingen, clubs en vrijwilligers moeten proberen te herstellen wat het onderwijs kennelijk op grote schaal laat liggen. 'Ik begrijp die kritiek', zegt Smits. 'Maar ons onderwijs slaagt er nu eenmaal niet in om iedereen gelijke kansen te geven. Bovendien kunnen in de samenleving sneller nieuwe ideeën en goede praktijken groeien, die overheid en scholen vervolgens kunnen oppikken en uitbouwen.' Overigens geeft minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) scholen vanaf oktober de mogelijkheid en de financiële steun om na de schooluren, in het weekend en tijdens de herfstvakantie, inhaallessen te organiseren. 'Maar eigenlijk zijn alle projecten die kansarme kinderen stimuleren, zeker vandaag, meer dan ooit welkom', vindt Smits. 'Of dat nu gaat om een leesclub, een sportieve of culturele activiteit of een uitstap in de natuur: elk initiatief dat de horizon van kansarme kinderen en jongeren verbreedt, is nuttig. Onderwijsspecialisten discussiëren dan natuurlijk over de vraag of je met je beperkte middelen niet allereerst moet focussen op het cognitieve aspect in strikte zin: de achterstand in wiskunde of taal of wat dan ook proberen weg te werken. Maar kansarme jongeren hebben in de lockdown ook erg geleden onder het gebrek aan sociale contacten en prikkels. En een brede ontwikkeling is heel belangrijk voor je toekomstkansen.' Afstandsonderwijs, zoals dat tijdens de lockdown gebeurde, bleek ook funest voor kwetsbare leerlingen, die vaak niet eens over een (eigen) computer beschikken. Daarom keert de Stichting P&V een groot deel van de uitgetrokken middelen, samen met de Koning Boudewijnstichting, uit aan organisaties die laptops en digitale coaching geven aan kansarme jongeren. Een goede zaak, vindt Smits, al blijft het fysieke klaslokaal veruit te verkiezen. 'Om afstandsonderwijs te kunnen volgen, moet je een rustige werkplek hebben, een laptop, een goede internetverbinding, en een aantal competenties om je schoolwerk zelfstandig te organiseren. Dat zijn omstandigheden en vaardigheden die kansarme leerlingen vaak niet hebben. We weten dat sommige leerlingen tijdens de lockdown van de radar zijn verdwenen en maandenlang dus geen enkele vorm van onderwijs gekregen hebben. Ook met extra ondersteuning blijft afstandsonderwijs, toch zoals het nu is georganiseerd, een slecht idee en een groot risico voor kwetsbare jongeren. Die hebben echt school, nabijheid, begeleiding en structuur nodig.'