Opinie

Jan De Groote

‘Mondmaskers vanaf 6 jaar in scholen: is er ondertussen wel sprake van een verplichting?’

Jan De Groote Advocaat en onderzoeksassistent aan de VUB

Ayfer Aydogan (gastprofessor UGent) en Jan De Groote (Cottyn Advocaten te Aalst) zijn beiden advocaat. Zij zijn kritisch voor de manier waarop de overheid de Pandemiewet in de praktijk uitvoert. Dat gebeurt niet steeds volgens de regels, zoals ook blijkt uit de recente invoering van de mondmaskerplicht in de scholen voor kinderen vanaf 6 jaar.

Begin december kondigde het overlegcomité aan dat kinderen vanaf 6 jaar op school een mondmasker moeten dragen. Terwijl de scholen via alle mogelijke kanalen ouders op de hoogte brachten, werd er op de website van Onderwijs Vlaanderen verwezen naar het overlegcomité dat de verplichting had opgelegd.

Uit nader onderzoek bleek echter dat het overlegcomité geen verplichting maar een aanbeveling had geformuleerd.

Het Koninklijk Besluit (KB) van 4 december 2021 waarin de beslissingen van het overlegcomité werden gepubliceerd, was in essentie een wijziging van een eerder KB, (het ‘Pandemiebesluit’). Dat besluit laat in artikel 23 de regeling rond mondmaskers op school over aan de ministers van Onderwijs omdat dit onder hun bevoegdheid valt.

Toen dit bekend geraakte, trokken de Vlaamse onderwijskoepels aan de alarmbel en verzochten zij om duidelijkheid van minister Weyts . De minister ondernam echter geen enkele actie. Meer nog, uit de media blijkt dat hij gekant is tegen een mondmaskerplicht voor kinderen.

Mondmaskers vanaf 6 jaar in scholen: is er ondertussen wel sprake van een verplichting?

Verschillende ouders hebben kort na de aankondigingen van het overlegcomité procedures opgestart voor de Raad van State. Dit met de bedoeling dat de “mondmaskerplicht” meteen zonder effect zou blijven. De Raad besliste op 21 december 2021 dat een schorsing niet aan de orde is omdat er op dat moment eenvoudigweg géén mondmaskerplicht was.. Wat niet bestaat, kan uiteraard niet geschorst worden.

Velen, en in het bijzonder de scholen, keken na dit arrest opnieuw in de richting van Vlaams minister Weyts. Zou hij de mondmaskerplicht in de scholen nu wél een juridische basis geven? Opmerkelijk genoeg was het niet hij, maar wel federaal minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden die in actie schoot. Op 23 december 2021 heeft zij het Pandemiebesluit opnieuw gewijzigd. In de laatste versie ervan staat nu effectief dat kinderen vanaf 6 jaar verplicht zijn om in de binnenruimten van scholen een mondmasker te dragen.

Aan het initiële gebrek aan een juridische grondslag voor de mondmaskerplicht lijkt met de ingreep van minister Verlinden dus te zijn verholpen … of toch niet?

Het zal de lezer niet ontgaan zijn dat de minister van Binnenlandse Zaken zich in de plaats van de Vlaamse minister van Onderwijs heeft gesteld. Hoewel dat op het eerste gezicht vreemd kan lijken, laat de Pandemiewet van 14 augustus 2021 dit toe.

Die wet bepaalt het kader waarin de overheid maatregelen kan treffen in de strijd tegen corona zonder dat de normale parlementaire procedure moet worden gevolgd. Aan de mogelijkheid van federaal minister Verlinden om zich op het terrein van Vlaams minister Weyts te begeven, zijn echter in de Pandemiewet voorwaarden gekoppeld, waaronder de volgende:

“Telkens wanneer de maatregelen een rechtstreekse weerslag hebben op beleidsdomeinen die binnen de bevoegdheid van de deelstaten vallen, biedt de federale regering de betrokken deelstatelijke regeringen vooraf de gelegenheid om overleg te plegen over de gevolgen van deze maatregelen voor hun beleidsdomeinen, behoudens in geval van hoogdringendheid.”

Ook de Raad van State had in het arrest van 21 december, nog uitdrukkelijk gewezen op de noodzaak van dit voorafgaand overleg. Of dit overleg er echter geweest is, is vooralsnog onduidelijk.

Toen minister Verlinden op 23 december 2021 de mondmaskerplicht invoerde, waren de scholen voor de volgende twee weken gesloten door de kerstvakantie. Van enige hoogdringendheid die de minister ertoe noodzaakte om niet eerst overleg met minister Weyts te plegen, kan er dus in ieder geval geen sprake zijn.

Nochtans is dat overleg essentieel omdat de wijziging van het Pandemiebesluit zonder dat voorafgaand overleg procedureel niet correct is tot stand gekomen. Dit raakt de kwaliteitsvolle organisatie van ons onderwijs en dus de belangen van kinderen. Door kinderen te verplichten om een mondmasker te dragen, wordt er immers een voorwaarde gecreëerd om deel te kunnen nemen aan het onderwijs. Scholen lieten trouwens eerder al weten dat zij een kind zonder mondmasker zullen weigeren.

De mondmaskerplicht voor kinderen vanaf 6 jaar in de scholen staat dus -opnieuw- op losse schroeven. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat er momenteel nieuwe procedures lopen voor de Raad van State. Op 7 januari 2022 heeft de Raad beslist dat er geen dringende reden is om de mondmaskerplicht te schorsen. Over de wettigheid ervan heeft de Raad zich nog niet uitgesproken.

Crisisbeleid is noodzakelijk, juridisch correct en kwaliteitsvol crisisbeleid des te meer.

Partner Content