Solar-ondernemer Ismaël Ben-Al-Lal gelooft in stralende toekomst: ‘We kunnen nooit te veel elektriciteit produceren’

Ismaël Ben-Al-Lal: 'Het klopt dat onze ecologische voetafdruk kleiner moet, maar dan wel door technologie in te zetten en niet door aan comfort in te boeten.' © Debby Termonia

In een niet eens verre toekomst ziet hij torengebouwen als verticale wanden vol zonnepanelen. Serieel ondernemer Ismaël Ben-Al-Lal is een optimistische techneut met een sociale inborst. Geen geld voor een fotovoltaïsche installatie op je dak? Dan kun je ze bij Futech huren. Of tweedehandse zonnepanelen leggen.

De industriezone in Tessenderlo is een doolhof, maar de vestiging van U2P Group valt gemakkelijk te herkennen. Verticaal of horizontaal, de bedrijfsgebouwen lijken letterlijk met zonnepanelen te zijn opgetrokken. Onder een dik wolkendek draaien we de parking op waar diverse modellen van batterijwagens staan te laden. Slechte dag om de lof van zonne-energie te zingen? Ismaël Ben-Al-Lal zal dat misverstand graag uit de wereld helpen. ‘In België is 60 procent van het zonlicht diffuus’, zegt hij. ‘Maar ook dat levert energie op. Het is een waanidee dat zonnepanelen in ons klimaat niet renderen. België telt gemiddeld 1.100 vollasturen, een eenheid om de effectieve opbrengt van zonnepanelen uit te drukken. Eén vollastuur is gelijk aan de productie van 1kWh per vierkante meter zonnepaneel, en bij diffuus licht duurt dat langer dan bij direct zonlicht. Uiteraard zijn er landen met betere omstandigheden. Zonnepanelen leveren in België gemiddeld 950 kWh per kWp per jaar op, terwijl dat in Spanje tussen de 1.500 en de 1.600 ligt. Toch zou het doodzonde zijn dat potentieel niet maximaal te verzilveren’.

Natuurlijk spreekt hij voor zijn eigen winkel. De 36-jarige Ismaël Ben-Al-Lal is een solar believer van het zuiverste water. Als student ingenieurswetenschappen bij Group T nam hij een sabbatjaar om in 2007 met enkele medestudenten aan de World Solar Challenge in Australië deel te nemen. Het Leuvense team behaalde zilver, na een odyssee van meer dan 3.000 kilometer met een zelfgebouwde elektrische racewagen tegen een gemiddelde snelheid van 100 kilometer per uur.

Onmiddellijk na zijn studies richtte hij samen met studiegenoot Pieter Vangeel verschillende bedrijven op waarvan Futech en ilumen de bekendste zijn. Futech installeert en beheert fotovoltaïsche installaties, zowel voor particulieren als voor industriële klanten. iLumen is een ingenieursbureau dat nieuwe technologie ontwikkelt om zonnepanelen, batterijsystemen en laadpalen efficiënter te maken.

We nemen plaats in een glazen vergaderkooi, met zicht op een inspirational quote. ‘The best way tot predict the future is to create it’, staat op de muur aan de overkant. ‘We zijn niet met zonnepanelen getrouwd’, verduidelijkt Ben-Al-Lal. ‘Onze eigenlijke business is het optimaliseren van de Levelized Cost of Energy (LCOE), de nettokost voor energieproductie uitgesmeerd over de hele levensduur van een installatie. Zo kunnen we de Total Cost of Ownership (TCO), het totale prijskaartje voor aankoop en gebruik, maximaal drukken. Vroeger ging men uit van een levensduur van 10 jaar, intussen weten we dat zonnepanelen de facto dertig jaar en langer meegaan. Dat maakt natuurlijk een enorm verschil voor de TCO. In dat licht moet je naar de groenstroomcertificaten kijken. Die waren 20 jaar geleden absoluut noodzakelijk om investeerders een redelijke terugverdientermijn te garanderen en zo de technologie te lanceren. De grote fout is dat men ze veel te laat en te traag heeft afgebouwd. Maar dat is geschiedenis, intussen zitten we in een nieuwe realiteit. De spectaculaire prijsdaling van zonnepanelen is een echte gamechanger. Ze zijn zo goedkoop geworden, dat het absurd wordt om er de daken niet mee vol te leggen’.

Bouwmaterialen zoals dakbedekking of wandbekleding zullen met pv-cellen worden uitgerust zodat de hele constructie een bron van groene stroom wordt

2020 was een recordjaar voor de Belgische zonne-energie: het geïnstalleerde park groeide met 1 gigawattpiek tot 6 GWp. De definitieve balans wordt nog opgemaakt, maar geschat wordt dat vorig jaar slechts de helft, 500.000 megawattpiek, werd geïnstalleerd. De reden is bekend: de aangekondigde afschaffing van de terugdraaiende elektriciteitsmeter zorgde in 2020 voor een rush op zonnepanelen. ‘Daardoor hebben we in het eerste semester vorig jaar een forse terugval gezien’, zegt Ben-Al-Lal. ‘Vervelend, maar het had erger gekund. Na de schrapping van de groenstroomcertificaten in 2008 heeft de sector vier jaar plat gelegen. Toch moet het ambitieniveau weer omhoog, een jaarlijkse groei met 1 GWp is voor ons land een minimum. Overigens, we zijn niet rouwig om de introductie van een nieuw tariefsysteem ten koste van de terugdraaiende meter. Integendeel, de nieuwe, digitale meter is onmisbaar voor de innovaties waarvan de toekomst van onze sector afhangt. Het enige wat we van de overheid verwachten is een coherente en stabiele regelgeving’.

Dat het marktherstel vorig jaar relatief snel ging, ligt aan een tweede gamechanger: de doorbraak van de thuisbatterij die het mogelijk maakt de overdag opgewekte zonnestroom te stockeren en optimaal te benutten, bijvoorbeeld ’s avonds wanneer het thuisverbruik piekt. Dankzij thuisbatterijen stijgt het eigen verbruik van de zelf opgewekte groene stroom van 30 procent tot- afhankelijk van het verbruiksprofiel – 70 à 80 procent, een enorme troef in tijden van torenhoge elektriciteitstarieven. Toch is dat niet het argument dat Ben-Al-Lal aanhaalt om de solar revolution te bepleiten.

‘We moeten de focus verleggen van zelfverbruik naar zelfvoorziening’, zegt hij. ‘Installaties worden nu berekend op rendement per paneel, uitgaande van een zo groot mogelijk zelfverbruik. Dat moeten we dus anders bekijken. Panelen zijn zo goedkoop dat we installaties beter kunnen overdimensioneren zodat ze 100 procent zelfvoorziening garanderen. Vroeger, toen een paneel stukken van mensen kostte, was het logisch dat men er de laatste watt probeerde uit te persen. Een paneel werd zuidelijk in een ideale hoek van 45 graden geplaatst, dat was een ijzeren wet. Maar nu loont het om ook panelen te plaatsen die niet hun volledig theoretisch vermogen zullen produceren. We doen dat nu al bij nieuwe installaties: een deel van de panelen wordt oostelijk of westelijk georiënteerd. Dan leveren ze ’s middags minder op, maar ze capteren wel het ochtend- of avondlicht dat anders helemaal verloren gaat’.

De spectaculaire prijsdaling van zonnepanelen is een echte gamechanger. Ze zijn zo goedkoop geworden, dat het absurd wordt om er de daken niet mee vol te leggen.

Ben-Al-Lal schetst een opwindend toekomstbeeld. Hoogbouw en zonne-energie zijn geen goed huwelijk, wegens veel verbruik onder een kleine dakoppervlakte. ‘Maar wat als we die torengebouwen verticaal met zonnepanelen bekleden’, zegt hij. ‘Zo’n wand van 20 meter of hoger in de stad, dat is ideaal om de ochtend- of avondzon mee te pikken. Fotovoltaïsche integratie moet bij nieuwbouw vanzelfsprekend worden, want in de toekomst zal zonne-energie niet alleen met panelen worden opgewekt. Bouwmaterialen zoals dakbedekking of wandbekleding zullen met pv-cellen worden uitgerust zodat de hele constructie een bron van groene stroom wordt. Dat is geen toekomstmuziek, de eerste toepassingen zijn al op de markt’.

Al goed en wel, maar blijft solar geen exclusief wingewest voor de hoogopgeleide middenklasse? Spijts alle prijsdalingen blijft een pv-installatie immers een forse investering. Gegadigden moeten de nodige middelen kunnen mobiliseren, en de vaardigheid bezitten om overheidssubsidies te versieren. ‘Die kritiek is terecht’, erkent Ben-Al-Lal. ‘Het is bijvoorbeeld onaanvaardbaar dat huurders uit de boot vallen, terwijl uitgerekend die groep in de slechtst geïsoleerde huizen woont en de hoogste energiefacturen betaalt. Bij Futech zijn we ons daarvan bewust en mikken we ook op dat segment. Als iemand huurt of zich geen zonnepanelen kan veroorloven, dan komen we die op eigen kosten installeren. We blijven zelf eigenaar van de installatie en spelen de rol van elektriciteitsleverancier. Bewoners krijgen zo groene stroom van eigen dak die gemiddeld 20 procent goedkoper is dan de marktprijs’.

Een van de paradepaardjes is Cohousing Waasland. 22 gezinnen en alleenstaanden in de Clementwijk in Sint-Niklaas verbruiken groene stroom, opgewekt met…tweedehands zonnepanelen. ‘Het gaat om een proefproject’, zegt Ben-Al-Lal. ‘Futech werkt als developer mee aan Circusol, een Europees Horizon 2020-project om zonne-energie betaalbaar en duurzaam te maken. Onze missie is het potentieel van hergebruikte zonnepanelen te onderzoeken. Want wat moeten we als straks tienduizenden installaties end of life zijn? Koper, aluminium, silicium, glas, het is technisch gezien niet zo moeilijk om bruikbare grondstoffen te recycleren. Er lopen zelfs experimenten om de pv-cellen terug te winnen. Maar uiteraard bestaat er een nog betere optie: hergebruiken. End-of-life betekent immers niet dat zonnepanelen versleten zijn. Soms worden ze automatisch vervangen omdat ze fiscaal afgeschreven zijn. Of na stormschade, dan gaat vaak de hele installatie van het dak terwijl er maar twee panelen vernield zijn. Om esthetische redenen, op kosten van de verzekering. We hebben een gestandaardiseerde test op punt gesteld waarmee we feilloos defecte panelen kunnen opsporen zodat we de rest van de installatie opnieuw kunnen gebruiken. Opvallend is het hoge rendement van tweedehands, zonnepanelen zijn bijzonder slijtvast. We volgen zelf een testsite in Cyprus waar de oudste panelen al in 1989 werden gelegd. Mits een beetje pimpen halen die nog altijd 92% van hun oorspronkelijk rendement. Tweedehands kan een oplossing vormen om de financiële drempel te verlagen. Het enige probleem is de concurrentie met nieuwe panelen. Door de lage prijzen wordt het straks moeilijk om een rendabele markt voor tweedehands te ontwikkelen’.

Solar-ondernemer Ismaël Ben-Al-Lal gelooft in stralende toekomst: 'We kunnen nooit te veel elektriciteit produceren'
© Getty Images

Futech heeft nog een tweede Circusol-project lopen. In Tessenderlo worden autobatterijen omgebouwd tot thuisbatterijen. ‘Daar zit toekomst in’, zegt Ben-Al-Lal. ‘De huidige autobatterijen hebben een relatief beperkte levensduur. Dat heeft met de C-coëfficiënt te maken, de snelheid waarmee een volle batterij haar vermogen kan ontladen. Bij een autobatterij moet dat heel snel gaan en is 4C de norm. Bij stationaire toepassingen zoals thuisbatterijen is dat helemaal niet nodig en volstaat 0,5C. Het is dus perfect mogelijk om de batterij van pakweg een Tesla of een Audi e-Tron om te bouwen en een tweede leven te geven’.

Als je een keer met een elektrische auto hebt gereden, wil je nooit meer terug.

Bij zusterbedrijf iLumen draait het dan weer allemaal rond nieuwe technologie. Zo lanceerde het bedrijf de PIDbox, een apparaat dat zwakke plekken in zonnepanelen opspoort en herstelt, waardoor het rendement van installaties met gemiddeld 7 procent toeneemt. Het is met deze technologie dat de oldtimers in Cyprus werden gepimpt. Verder laboreren de ingenieurs aan slimme toestellen om thuisbatterijen efficiënter te maken, in wisselwerking met de digitale meter die hier als een bondgenoot wordt omhelsd. Zo werkt iLumen aan bidirectionele laadpaalmodules die het mogelijk maken om elektrische auto’s in de huishoudelijke stroomvoorziening in te schakelen.

Ismaël Ben-Al-Lal noemt zichzelf een techneut en een vooruitgangsoptimist. ‘Als je een keer met een elektrische auto hebt gereden, wil je nooit meer terug’, zegt hij. ‘Je rijdt geruisloos, soepel maar ook vinnig, zonder ooit te moeten stoppen bij een tankstation waar je nooit zonder stinkende handen wegkomt. Je voelt gewoon dat het superieur is aan rijden met brandstofwagens. Zo zie ik de hele energietransitie, als een grote sprong voorwaarts. Duurzaam mag niet ten koste te gaan van levenskwaliteit. Het klopt dat onze ecologische voetafdruk kleiner moet, maar dan wel door technologie in te zetten en niet door aan comfort in te boeten’.

Zijn innige overtuiging: elektrificatie is de sleutel tot duurzaam produceren en consumeren. ‘Omdat je er haast letterlijk alles mee kunt doen’, vervolgt hij enthousiast. ‘Ook de klimaatcrisis bestrijden. In de toekomst zullen stroomoverschotten tijdens productiepieken worden gebruikt om via elektrolyse groene waterstof te produceren. Of om installaties te laten draaien die CO2 afvangen. De mogelijkheden zijn eindeloos, we kunnen nooit te veel elektriciteit produceren’.

Partner Content