Opinie

Fernand Keuleneer

‘Mensenrechten zijn niet de kern van een migratiebeleid’

Fernand Keuleneer Advocaat bij de balie in Brussel

‘Er is meer beleidsruimte nodig als we een ernstig migratiebeleid willen voeren’, schrijft advocaat Fernand Keuleneer naar aanleiding van het verkiezingsdebat van Knack over asiel en migratie.

Tegen de migratie zoals we die nu beleven kan men op verschillende manieren aankijken, naargelang ieders politieke voorkeuren en overtuigingen. Dat is legitiem. Ik zie de migratie die we nu beleven in haar geheel niet echt als een ‘positief verhaal’. Ze weerspiegelt veeleer de chaos in de wereld, die niet in de laatste plaats het gevolg is van geopolitieke elementen. Maar of we het nu graag zien of niet, migratie is er, zal er nog wel een tijd blijven. Migratienegationisme dient tot niets. EU-buitengrenzen kunnen slechts erg onvolmaakt gesloten worden, tenzij men wapengeweld tegen de migranten zelf zou aanwenden (om het maar eens ‘beschaafd’ uit te drukken). Zelfs de zogenaamde hardliners schrikken daar (voorlopig?) nog even voor terug (hoewel ze kuis de ogen afwenden als de Libische kustwacht of milities precies dat doen).

Mensenrechten zijn niet de kern van een migratiebeleid.

Het verhaaltje over migratie die zou ontstaan door smokkelaars en zou verdwijnen door het uitschakelen van smokkelaars is vooral een verhaaltje. Opvangkampen in Noord-Afrika (herinner u, enkele maanden geleden werden die voor “binnen enkele weken” aangekondigd…) blijken ook al niet de toverformule, en het kan niet de bedoeling zijn om daardoor nog meer Noord-Afrikaanse landen te ontwrichten. Wie zegt dat hij (of zij) de migratie gaat “oplossen”, is bijgevolg een praatjesmaker. Migratie zal er, in meerdere of mindere mate altijd zijn, en zal beheerd moeten worden op basis van politieke keuzes, volgens de politieke voorkeuren die tot uiting gebracht worden langs de geëigende procedures in de diverse politieke ruimtes.

Meer competentie in het migrantenbeleid

Er is een beleid t.a.v. migratie, en een beleid t.a.v. migranten. Voor zover dat er al zou zijn, wordt het sinds vele jaren gekenmerkt door het gebrek aan samenhang en visie. De actuele situatie rond het Noordstation te Brussel is er een culminatie en goede illustratie van. Zij is een uitdrukkelijke beleidskeuze van chaos als politiek instrument. Een opvangcentrum voor transmigranten mag er niet komen, want dat zou, naar wordt beweerd, een aanzuigeffect creëren. Uitwijzing is niet mogelijk, want de landen van herkomst weigeren de betrokkenen terug binnen te laten.

Hoewel mensen moeten eten, mogen voedselbedelingen evenmin, want die zuigen zogezegd ook meer stationsbewoners aan. De Federale Regering beweert dat de Brusselse gemeentes geen politie willen inzetten, maar doet daarbij alsof er geen Federale Politie bestaat die evenzeer, of nog meer, bevoegd is… En ondertussen bedient een hele sliert campagnevoerende politici zich graag van de beelden uit het Noordstation. Of uit Zeebrugge. Op die manier werkt het uiteraard niet en ontstaan voor alle betrokkenen onwaardige situaties. Graag zien we dus een competente minister op migratie, een die optreedt met ernst, visie en kennis van zaken.

Migrantenbeleid is te ernstig voor spelletjes

We moeten absoluut af van de spelletjes die in de voorbije legislatuur opgevoerd werden rond het migrantenbeleid. Migrantenbeleid is te ernstig om het te gebruiken voor de constructie onderhoud van kiezerskapellen en -segmenten wier onderbuik gestreeld wordt, een praktijk die de vorige jaren schering en inslag was. De constante vermenging van migratie, islam, moslims, criminaliteit, verlichting, identiteit, waarden en normen, kerststallen, hoofddoeken en boerkini’s, en het regelmatig retweeten van aantoonbaar valse berichten van meestal buitenlandse oorsprong op de sociale media, zorgt voor een giftige cocktail die elk ernstig beleid hypothekeert.

Migratiemanagement aan de ontvangerszijde

In de huidige juridische context kan migratiemanagement aan dit uiteinde van de lijn er in grote lijnen als volgt uitzien. Vooreerst moet niet elke aanvrager van een verblijfsvergunning noodzakelijkerwijze in de asielprocedure geduwd worden. Heel wat aanvragen kunnen door de gewone kanalen voor toekenning van een verblijfsvergunning behandeld en al dan niet ingewilligd worden. De saga in het veelbesproken dossier van het ‘Syrisch gezin’ uit Aleppo (tussen 2016 en 2017) had gemakkelijk vermeden kunnen worden door aan deze mensen langs de normale kanalen een gewone verblijfsvergunning toe te kennen, buiten elke asielprocedure.

Voor wat asielaanvragen betreft, moet er geïnvesteerd worden in een infrastructuur voor langere duur van menswaardige gesloten en halfopen, grotere en kleinschalige opvangcentra. Aanvragers worden naargelang het geval in een van deze ondergebracht, en kunnen van daaruit hun aanvraag indienen. Asielaanvragen moeten snel behandeld worden, waarbij het onderscheid tussen vluchtelingenstatus (individuele bedreiging, Conventies van Genève) en subsidiaire bescherming (oorlogssituaties of algemene onveiligheid, EU-recht) opnieuw scherper afgelijnd moet worden. In geval van vluchtelingenstatus is ‘refoulement‘ in de huidige juridische context uiteraard niet mogelijk, en dus heeft het volstrekt geen zin te doen alsof dit wel mogelijk zou zijn voor wie hier ‘illegaal‘ toekomt.

Voor de niet-vluchtelingen met subsidiaire bescherming wordt zulks afgeleid uit het Handvest van de Grondrechten van de EU (art. 19), een document waarvoor indertijd gewaarschuwd werd en waarover dringend politieke bezinning nodig is, en uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (art.3). Beroepsmogelijkheden moeten blijven, maar beperkt worden. Als een aanvraag wordt afgewezen, moet tot snelle repatriëring worden overgegaan. Als zulks niet mogelijk is omdat het ontvangende land geen toegang verleent, moet een systeem van nauwgezette individuele opvolging ingesteld worden.

Migratiemanagement aan de uitzendzijde

Er moet gestreefd worden naar akkoorden tot terugname in de regio’s van herkomst. Zulks zal maar lukken als dergelijke akkoorden passen in een ruimer politiek en economisch aanbod van versterkte samenwerking en partnerschap tussen Europa en Afrika. Bij zijn aantreden in 2008 stelde President Sarkozy al de Union pour la Méditerranée voor, maar dit bleef een doodgeboren kind, niet in de laatste plaats door de catastrofale politiek t.a.v. Libië in 2011. Het is maar door het creëren van succesrijke en aantrekkelijke groeipolen in Afrika, dat migratie kan afgeremd en gekeerd worden. In afwachting daarvan is dringend een Europees (niet noodzakelijk EU !) initiatief nodig om zo’n ambitieus project te lanceren. De Duitse regering is daarmee bezig, maar het moet sneller en diepgaander. Afremming en omkering van migratie (eventueel re-migratie) zal maar mogelijk zijn mits een dergelijke radicale aanpak. Een neokolonialisme dat zelf “van hieruit” de migratie naar eigen behoefte zou “aansturen” (en organiseren!) om ervoor te zorgen dat West-Europese bedrijven en zorginstellingen blijven draaien, dreigt opnieuw op een rooftocht uit te draaien en zal niet werken, tenzij in het kader van een doorgedreven politiek en economisch partnerschap.

Tegelijkertijd moet er eindelijk een einde gesteld worden aan de funeste westerse politiek die het Midden-Oosten in chaos brengt en houdt. Zulks kan slechts in samenwerking met Rusland, Turkije en Iran. Een gewijzigde politiek t.a.v. Rusland en Iran is een absolute must.

Migratiebeleid is geen mensenrechtenbeleid

Meer en meer is migratiebeleid een onderdeel van mensenrechtenbeleid geworden waarin rechtscolleges het laatste woord hebben. Zulks is niet wenselijk. Migratiebeleid is een bij uitstek politieke kwestie, waarbij de bescherming van menselijke waardigheid weliswaar erg belangrijk is. Mensenrechten zijn niet de kern van een migratiebeleid, en immigratie is geen mensenrecht. Er is beleidsruimte nodig voor een migratiebeleid. Een migratiebeleid moet afhankelijk kunnen zijn van de politieke constellatie en de politieke meerderheden. In dat opzicht is het dringend nodig om nationale en supranationale rechtspraak veel nauwgezetter in de gaten te houden, en ook als regering juridische strategieën te ontwikkelen om die te sturen en te corrigeren waar nodig en de eigen beleidsruimte te bewaken, onder meer met betrekking tot art. 3 EVRM en art. 19 Handvest Grondrechten. Het is evenzeer nodig de vaak abominabele juridische kwaliteit van het wetgevend werk drastisch te verhogen zodat hun kans op overleven bij een rechterlijke toets toeneemt.

Een transnationalisering die het migratiebeleid verder overhevelt naar rechtscolleges en transnationale instanties die de politieke basisoriëntaties bepalen en eindbeslissingen nemen, is vanuit mijn politieke filosofie ongewenst, en een intelligente discussie over de juiste verhouding en hiërarchie tussen nationaal, supranationaal en internationaal recht dringt zich op (overigens lang niet alleen in dit domein). Daarom ook was en blijf ik gekant tegen het Global Compact on Migration (‘Marrakesh’) in zijn huidige vorm, een product van lobbying door enerzijds transnationale NGO’s en anderzijds het internationale bedrijfsleven, ook al maakt dit voor de voorzienbare toekomst deel uit van het wassende transnationaal recht.

14 mei: Asieldebat van Knack

Op dinsdag 14 mei vindt het asieldebat van Knack plaats aan de KU Leuven. Kati Verstrepen (voorzitter Liga voor Mensenrechten, advocate) en Fernand Keuleneer (advocaat) analyseren eerst het regeringsbeleid van de afgelopen vijf jaar, waarna Theo Francken (N-VA), Maggie De Block (Open Vld), Tom Van Grieken (Vlaams Belang) en Wouter De Vriendt (Groen) het politiek debat voeren. Schrijf u gratis in via knack.be/verkiezingsdebatten.

Partner Content