Vijf kandidaten mochten in 1999 een offerte indienen voor de realisatie van het nieuwe zuiveringsstation. Een van de opvallendste voorwaarden die het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stelde, was dat ze een totaalproject moesten indienen. Zowel de voorafgaande studies, de bouw als de uitbating moesten door dezelfde groep gebeuren. Enerzijds kon zo de schuld voor eventuele vertragingen of fouten in geen geval doorgeschoven worden, anderzijds zouden coördinatie en communicatie veel ...

Vijf kandidaten mochten in 1999 een offerte indienen voor de realisatie van het nieuwe zuiveringsstation. Een van de opvallendste voorwaarden die het Brussels Hoofdstedelijk Gewest stelde, was dat ze een totaalproject moesten indienen. Zowel de voorafgaande studies, de bouw als de uitbating moesten door dezelfde groep gebeuren. Enerzijds kon zo de schuld voor eventuele vertragingen of fouten in geen geval doorgeschoven worden, anderzijds zouden coördinatie en communicatie veel vlotter verlopen. De aanbestedingsprocedure werd er zeker omslachtiger, maar tegelijkertijd veel overzichtelijker door. 'Die procedure volgde trouwens als eerste de nieuwe Europese richtlijn in verband met overheidsopdrachten', zegt Etienne Schoonbroodt, juridisch adviseur van de bevoegde Brusselse minister Didier Gosuin (PRL-FDF). Daarvoor werden strikte regels toegepast. Zo vond er bijvoorbeeld geen enkele persoonlijke ontmoeting plaats tussen de kandidaten en de mensen van het kabinet-Gosuin. De vijf dossiers werden toevertrouwd aan het advocatenkantoor Stibbe en een gespecialiseerd Frans-Belgisch studiebureau. Ook de financiële inspectie van het Gewest moest advies geven. Op basis van hun oordeel werd drie maanden geleden de knoop doorgehakt. Het Aquiris-consortium, met de Franse groep Vivendi als drijvende kracht, sleepte het contract ter waarde van veertig miljard frank (991 miljoen euro) binnen. De groepen Hydronor (van onder andere Tractebel en Suez) en BSUB (Besix, Seghers), dienden nog een klacht in bij de Raad van State, maar vingen bot. Marc Verbeek, die samen met zijn team het project voor Vivendi binnenhaalde, is bijzonder trots om met name Tractebel op eigen terrein te hebben geklopt. Vivendi, het voormalige Générale des Eaux, mag dan wereldleider in waterwerken zijn, in België was de bekendheid tot nu toe niet zo groot en waren de contacten nogal beperkt. Vanaf 2007, het station zou dan al een jaar moeten draaien, betaalt het Brussels Gewest jaarlijks een bedrag van ongeveer 2 miljard frank (50 miljoen euro) voor de zuivering van het afvalwater, en dat gedurende twintig jaar. Daarna draagt Aquiris zowel de exploitatie als het eigendom van de installatie aan het Gewest over, voor een symbolische euro. Het complex komt dan helemaal onder de hoede van de overheid. Voor dat soort concessies werd trouwens een naam bedacht: BOOT, wat staat voor Build (bouwen), Own (bezitten), Operate (beheren) en Transfer (overdragen).