Leopold I: 'Goede Belgen, goede katholieken'

Voor Leopold I hebben zijn onderdanen 'niets met elkaar gemeen, behalve hun nieuwe dynastie en het katholieke geloof'. 'De enige echte en ware Belgen zijn onze goede katholieken', zegt hij. Het katholicisme ziet hij als een drukmiddel om te regeren. Aan de Oostenrijkse staatsman Klemens vorst von Metternich schrijft hij: 'Wij beschouwen de kerk als een zeer goede vriendin en onze sterkste steun. Wij zorgen voor haar en wij proberen haar van alles af te houden wat haar zou kunnen schaden.' Zo ijvert de lutherse koning ervoor dat alle Belgische scholen onder toezicht van de katholieke kerk staan: 'Als ik erin slaag het onderwijs in handen van de bisschoppen te leggen en het aan het toezicht van de door de liberalen gecontroleerde gemeentebesturen te onttrekken, dan zal ik de toekomst van België veilig hebben gesteld en de godsdienst een grote dienst hebben bewezen', vertrouwt hij de ambassadeur van Piëmont in Brussel toe.
...

Voor Leopold I hebben zijn onderdanen 'niets met elkaar gemeen, behalve hun nieuwe dynastie en het katholieke geloof'. 'De enige echte en ware Belgen zijn onze goede katholieken', zegt hij. Het katholicisme ziet hij als een drukmiddel om te regeren. Aan de Oostenrijkse staatsman Klemens vorst von Metternich schrijft hij: 'Wij beschouwen de kerk als een zeer goede vriendin en onze sterkste steun. Wij zorgen voor haar en wij proberen haar van alles af te houden wat haar zou kunnen schaden.' Zo ijvert de lutherse koning ervoor dat alle Belgische scholen onder toezicht van de katholieke kerk staan: 'Als ik erin slaag het onderwijs in handen van de bisschoppen te leggen en het aan het toezicht van de door de liberalen gecontroleerde gemeentebesturen te onttrekken, dan zal ik de toekomst van België veilig hebben gesteld en de godsdienst een grote dienst hebben bewezen', vertrouwt hij de ambassadeur van Piëmont in Brussel toe. Leopold I maakt geen onderscheid tussen de belangen van het land en die van de dynastie. In de woorden van burggraaf Edouard de Conway, de secretaris van de Civiele Lijst: 'De conservatieve belangen zijn ook die van hem.' 'Nu was het ook zo dat Leopold I, die er vanzelfsprekend naar streefde de parlementaire realiteit als een fictie te beschouwen, ervan overtuigd was dat de conservatieve katholieken de meeste en de beste garanties konden bieden voor zijn machtsontplooiing', schrijft historica Els Witte. 'Katholieke, behoudsgezinde belangen vielen dus langzamerhand meer en meer samen met die van de koning. Een constante die in de loop van die jaren telkens komt opduiken.' Dagelijks geconfronteerd met de armoedige levensomstandigheden van de arbeiders besluit de Aalsterse priester Adolf Daens in april 1893 de Christene Volkspartij op te richten. Hij droomt van een revolutie voor de arbeider die vanuit Aalst als een golf alle Vlaamse arbeiders zal ontvoogden volgens christelijke beginselen. In zijn programma van de Christene Volkspartij, geïnspireerd door de encycliek Rerum Novarum van paus Leo XIII, pleit hij voor de regeling van de arbeidsduur voor vrouwen en kinderen, verplicht lager onderwijs, taalgelijkheid, sociale hervormingen en de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht. Leopold II staat argwanend tegenover het daensisme. In een hele reeks brieven aan Leo XIII wijst de koning op 'het gevaar van de situatie die door de christendemocratie wordt geschapen'. 'Heilige Vader, u houdt van dit land, het ligt in uw macht het te redden, maar de tijd dringt.' In maart 1896 stuurt Leopold II baron d'Erp naar de paus om de kwestie te bespreken. D'Erp heeft de instructies van de vorst voor het nageslacht vastgelegd in een uniek memorandum vol aforistische formuleringen. Het is vintage Leopold II. 'Zeg aan de paus hoezeer ik Hem en de Kerk toegewijd ben. Dat we jammer genoeg algemeen stemrecht hebben, en dat eenheid in de conservatieve partij meer dan ooit noodzakelijk is, maar dan niet een eenheid waarbij de conservatieve katholieke partij opgaat in de christendemocratische. De christendemocratische partij, dat noem ik de christensocialisten. De bisschoppen zijn futloos. Vroeger wilde ik gematigde bisschoppen. Dat was nodig ten tijde van de strijd tussen katholieken en liberalen. Maar nu de liberale partij niet meer in tel is, hebben we ultramontaanse bisschoppen nodig die de clerus daadkrachtig weten in te tomen. Onze geestelijken komen uit de lage klassen van de samenleving en zijn dus radicaal. Wij moeten kordaat optreden. Geen priesters in de Kamer. [... ] De priester kan zich inzetten voor maatschappelijk werk; maar hij moet begrijpen dat God de samenleving heeft gebaseerd op een gezag dat gerespecteerd moet worden. Het lot van de arbeider moet worden verbeterd, maar de arbeider mag de samenleving niet leiden. Ieder op zijn plaats: de wortels in de grond en de takken in de lucht. In België steken de christendemocraten de wortels in de lucht en de takken stoppen ze onder de grond. De boom groeit dus niet meer en sterft.[... ] Veel van onze priesters branden kaarsen voor de duivel. Ik heb dat aan de bisschoppen meegedeeld. [... ] De arbeiders moeten arbeiders blijven en de mensen die gestudeerd hebben en be-kwaam zijn, moeten in het Parlement zetelen. Als de Paus een concilie houdt, nodigt hij de kardinalen uit, de aartsbisschoppen en de bisschoppen. De misdienaars komen er niet aan te pas. In België willen de christendemocraten dat de misdienaars zetelen. De kardinaal enz. kunnen dan thuisblijven. Wat zou de paus ervan denken als hem gevraagd werd de Kerk te leiden met misdienaars? [... ]' Een aanzienlijk gedeelte van zijn Congolese winsten spendeert Leopold II aan de callgirl Caroline Delacroix, de latere barones de Vaughan. Caroline is zestien als ze de 66-jarige Leopold in 1900 in Parijs leert kennen. Zij moet hem 'Très Vieux' noemen, hij noemt haar 'Très Belle'. Een klassieke schoonheid is zij niet. Wel een beauté naar de smaak van de tijd: rondborstig en weelderig in het vlees met een hoog torenende coiffure van kastanjebruin haar, schalkse ogen, een parelende lach en slanke handen. Negen jaar zal Caroline haar lot aan dat van de koning der Belgen verbinden. Leopold is niet meer on speak-ing terms met zijn dochters Stéphanie en Clémentine en zijn vrouw Marie-Henriette kwijnt weg in Spa. Na haar dood in 1902 wordt Caroline de 'schaduwkoningin'. Ze houdt residentie in Laken en Oostende. Ze schenkt hem twee zonen - Lucien en Philippe. De dochters van Leopold geven de strijd tegen Caroline niet op en schakelen kardinaal Désiré-Joseph Mercier in om hun vader van zijn concubine te scheiden. De primaat van België legt de zaak voor aan de paus, die tot het besluit komt dat de koning ofwel zijn maîtresse moet wegsturen ofwel met haar moet trouwen. Voor Leopold is de keuze snel gemaakt. 'Ik heb de kardinaal de verzekering gegeven dat ik de Heilige Vader zou gehoorzamen en met jou zou trouwen', zegt hij tegen Caroline. Hij is niet alleen van plan te trouwen, hij wil ook zijn twee zonen wettelijk als prinsen van Coburg laten erkennen. In december 1909 krijgt hij van zijn dokters te horen dat hij een intestinale verlamming heeft en niet meer dan één kans op de tien heeft om de zware operatie te overleven. Hij vraagt de artsen een paar dagen uitstel zodat hij een aantal dringende affaires, zoals het onterven van zijn dochters en zijn kerkelijk huwelijk met Caroline, kan regelen. Op maandag 13 december, een dag voor de operatie, trouwt de koning met Caroline. In haar memoires doet de bruid daarvan verslag. 'Kort na negen uur was de priester ter plaatse. Hij werd binnengeleid. De koning en ik wachtten hem op met onze getuigen: baron Snoy en baron Goffinet. De koning, gebroken door zoveel emoties, had niet de kracht gehad zich aan te kleden. Hij zat in een fauteuil, gehuld in een lange witte flanellen tabbaard. 'Sire,' sprak de priester, 'ik ben gekomen om u - zoals u mij verzocht hebt - te huwen met de juffrouw.' De priester stelde de rituele vragen. - 'Juffrouw Delacroix, neemt u Zijne Majesteit Leo-pold II tot echtgenoot?' - 'Sire, neemt u juffrouw Delacroix tot echtgenote?' Onze stemmen, trillend van emotie, antwoordden 'ja'. Ik voelde een vreemde duizeling op dat moment. De koning had me naar die top gevoerd, terwijl de dood hem misschien achtervolgde. De priester las een gebed voor dat wij met hem reciteerden. 'Heren, mag ik u mijn weduwe voorstellen?' zegt Leopold II tegen zijn verbouwereerde getuigen, baron Snoy en baron Goffinet. 'Zorg goed voor haar. Zij zal het mikpunt zijn van mijn dochters en van een heleboel mensen die niet beseffen wat zij voor mij heeft betekend en die niet de minste dankbaarheid hebben voor wat ik voor dit land gedaan heb.' De legalisering van abortus is niet de enige kwestie waarin Boudewijn zijn geloofsovertuiging laat meespelen. Dat doet hij ook als hij de Belgische regering in oktober 1990 vraagt rechtstreeks in te grijpen in het Rwandese conflict en president Juvenal Habyarimana militaire hulp te bieden. Generaal Habyarimana, die in 1973 met een militaire putsch de macht grijpt, is een overtuigde katholiek en sympathisant van de charismatische vernieuwing. Hij is geregeld te gast in Laken, waar hij met zijn vrouw Agathe en het vorstenpaar bidstonden houdt in de kapel van het kasteel. Boudewijn reageert dan ook geïrriteerd als iemand het waagt Habyarimana's morele deugden in twijfel te trekken of hem erop wijst dat de vrouw van de president corrupt is. Alles wil hij doen om zijn kerkbroeder en diens volk, de Hutu's, te helpen. Begin oktober 1990 staan de rebellen, de Tutsi's, voor de poorten van de hoofdstad Kigali. De Rwandese president vraagt Boudewijn om hulp. In een beperkte ministerraad deelt premier Wilfried Martens zijn collega's mee dat hij een brief van de koning gekregen heeft waarin die de regering verzoekt rechtstreeks in te grijpen in het conflict. Voor Boudewijn staat het vast dat Brussel para's moet sturen naar Kigali. Niet alleen om de honderden Belgische ontwikkelingswerkers te beschermen, maar ook om het regime van president Habyarimana in het zadel te houden. In naam van de katholieke solidariteit vindt de vorst dat deze vrome man steun en hulp verdient. De inzet van de para's moet niet beperkt blijven tot een humanitaire opdracht. Er mag gevochten worden. Met dezelfde christelijke onbevangenheid waarmee hij destijds de Spaanse dictator Francisco Franco in zijn stervensuur wilde bijstaan, stelt Boudewijn zelfs voor in hoogsteigen persoon te gaan bemiddelen in het Rwandese conflict. Omdat hij hiermee de grenzen van zijn grondwettelijke bevoegdheden te buiten zou gaan, vertrekken Martens en minister van Buitenlandse Zaken Mark Eyskens dan maar zelf op diplomatieke safari. Uiteindelijk worden 535 Belgische paracommando's naar Rwanda gestuurd met de opdracht de ongeveer 1600 Belgische onderdanen te beschermen. Enkele weken later beklemtoont Boudewijn in zijn kerstboodschap dat de beslissing om troepen naar Rwanda te sturen de enige juiste was. 'Een nieuw bloedbad kon worden vermeden, mede dankzij de loutere aanwezigheid van onze soldaten, die nooit het minste geweld gebruikt hebben. Ik feliciteer en dank hen voor de belangrijke humanitaire opdracht die ze hebben vervuld.' Gemakshalve gaat de koning voorbij aan het feit dat zijn openlijke steun aan de Rwandese president de Hutumachthebbers de indruk geeft dat België achter hen staat. De etnoloog Luc de Heusch aarzelt niet de Belgische vorst mede verantwoordelijk te stellen voor de volkerenmoord van 1994 'vanwege zijn geloof en de politieke verblinding van het geloof voor het drama'. Prins Laurent is in elk opzicht, en dus ook op religieus gebied, het buitenbeentje van de koninklijke familie. Hij heeft dezelfde opvoeding als zijn broer en zus gekregen, maar rebelleert van in zijn vroege jeugd tegen elke vorm van bevoogding door zijn ouders of zijn oom Boudewijn. Dat hij toch nog enigszins thuishoort in de schaapstal van Christus, is wellicht te danken aan de Franse priester Guy Gilbert, die hij als een plaatsvervangende vader beschouwt. Ongelovig is hij nooit geweest, maar hij heeft er altijd voor bedankt deel uit te maken van 'de bidsprinkhanen van Laken'. Pikant detail: volgens Noël Vaessen heeft Laurent - voor hij bij Père Gilbert terechtkwam - overwogen moslim te worden, vooral om zijn familie te pesten. 'Hij had het plan opgevat om met een vrouw uit Mauritanië te huwen, de dochter van de nummer twee daar. Een zeer rijke vrouw. Hij zou vervolgens ongetwijfeld de Koran hebben gebruikt voor politieke doeleinden. Hij vond het statuut van de koning van Marokko op zijn maat gesneden. België heeft een half miljoen moslims, redeneerde Laurent. Door zelf moslim te worden, zou hij alvast de prins van de Belgische moslims worden. De familie van die vrouw in Mauritanië was niet opgezet met het voorstel van Laurent en het huwelijk ging niet door.'GOD IN LAKEN - HET BELGISCHE KONINGSHUIS EN HET KATHOLICISME, UITGEVERIJ MANTEAU, 374 PAGINA'S. 24,95 EURO.