De verkiezingen van aanstaande zondag worden gezien als een cruciale stap in het democratische transitieproces. Begin 2011 maakte een volksopstand een einde aan het corrupte en dictatoriale regime van Zine El Abidine Ben Ali. Maar in de ogen van de gemiddelde Tunesische kiezer is er de afgelopen paar jaar weinig veranderd. Hij gelooft niet dat het politieke establishment - regering én oppositie - ervoor kan zorgen dat de economie aantrekt. Veel kiezers dreigen dan ook thuis te blijven.
...

De verkiezingen van aanstaande zondag worden gezien als een cruciale stap in het democratische transitieproces. Begin 2011 maakte een volksopstand een einde aan het corrupte en dictatoriale regime van Zine El Abidine Ben Ali. Maar in de ogen van de gemiddelde Tunesische kiezer is er de afgelopen paar jaar weinig veranderd. Hij gelooft niet dat het politieke establishment - regering én oppositie - ervoor kan zorgen dat de economie aantrekt. Veel kiezers dreigen dan ook thuis te blijven. Van de Arabische lentelanden leek Tunesië de gunstige uitzondering. Anders dan in Libië, Syrië en Egypte wisten politici te voorkomen dat de revolutie ontaardde in chaos, burgeroorlog of restauratie van de dictatuur. Maar Tunesië is verre van de 'successtory' die we in Europa er graag in willen zien. Veel gaat goed, maar de veilige haven is de revolutie nog niet binnen. Met de komende verkiezingen doen talrijke partijen en partijtjes mee. Maar alle aandacht gaat uit naar twee partijen: Nidaa Tounès en Ennahda. Nidaa Tounès is een samenraapsel zonder duidelijke ideologie. Er zitten liberalen in, maar ook uiterst linkse figuren. Initiatiefnemer is de 87-jarige Béji Caïd Essebsi, een oude rot in de Tunesische politiek. Hij oogstte lof voor zijn rol als interim-premier in het roerige eerste jaar na de revolutie. Maar tegenstanders zien in hem de voortzetting van het ancien régime. Caïd Essebsi wil het seculiere karakter van de Tunesische samenleving tegen elke prijs handhaven. Lijnrecht tegenover Nidaa Tounès staat Ennahda, de islamitische partij die in 2011 de eerste vrije verkiezingen won. Ennahda begon in de jaren zeventig als een aftakking van de Moslimbroederschap en werd al snel verboden. Maar partijideoloog Rached Ghannouchi moderniseerde het discours van de politieke islam en beargumenteerde dat moslims de sharia naar eigen inzicht konden toepassen. Toch slaagde Ennahda er niet in het wantrouwen bij de seculiere elite in en rond Tunis weg te nemen. Zelfs als Ghannouchi bezwoer dat hij voor democratisch pluralisme was en vrouwen en mannen gelijke rechten moesten krijgen. Maar aarzelend optreden tegen gewelddadige radicale moslims en pogingen een referentie naar de sharia in de nieuwe grondwet op te nemen, bevestigden de angst dat de partij een geheime islamiseringsagenda heeft. Die angst is in zoverre terecht dat de politieke islam niet per se de westerse liberale democratie als einddoel heeft. Ze is bedoeld om anders te zijn. Herhaaldelijk was de spanning te snijden. Zeker toen begin 2013 een linkse oppositiepoliticus werd vermoord. De druk op Ennahda om de coalitieregering met twee centrumlinkse partijen te verlaten, groeide. Toen er enkele maanden later nóg een politieke moord plaatsvond, leidde dat tot een ongeëvenaarde politieke crisis. Maandenlang hing de democratische transitie van Tunesië aan een zijden draad. Onderhandelingen resulteerden eind 2013 in een kabinet van technocraten én een nieuwe grondwet. Die grondwet geldt als de meest liberale van de Arabische wereld. Er is geen verwijzing naar de sharia en mannen en vrouwen zijn voor de wet gelijk. Sindsdien roemen Tunesische politici eensgezind de deugden van samenwerken en consensus. Maar ondertussen is de terrorismedreiging in Tunesië zeer reëel. Op het grensgebied met Algerije zijn gewapende groepen actief en er reisden al meer dan 3000 jonge jihadi's naar Syrië af. Wat te doen als die terugkeren? Tegelijk overheerst in de provinciestadjes waar de opstand tegen Ben Ali eind 2010 begon, het sentiment dat er niets veranderd is. De jeugdwerkeloosheid schommelt hier onverminderd rond de vijftig procent. Mensen beschouwen de 'consensus' van de politici in de hoofdstad als een verkapte manier om onderling de mooie baantjes te verdelen. Hoe sterk de consensus is, zal moeten blijken. Veel zal afhangen van de uitslag van de verkiezingen en op welke termijn partijen erin slagen een regeringscoalitie te smeden. Wat zal er gebeuren wanneer er in de tussentijd een nieuwe aanslag komt, of de economie nog verder verslechtert? Dat kan gemakkelijk leiden tot hernieuwde politieke polarisatie, of erger. DOOR MARIJN KRUKDe jeugdwerkeloosheid schommelt onverminderd rond de vijftig procent.