In theorie bestaat een Europese trojka uit de voor een bepaalde materie bevoegde ministers van de huidige, de vorige en de volgende EU-voorzitter. Maar u begrijpt dat zoiets niet opgaat als België voorzitter van de EU wordt. Wij Belgen zijn namelijk de gangmakers van de Europese eenmaking.
...

In theorie bestaat een Europese trojka uit de voor een bepaalde materie bevoegde ministers van de huidige, de vorige en de volgende EU-voorzitter. Maar u begrijpt dat zoiets niet opgaat als België voorzitter van de EU wordt. Wij Belgen zijn namelijk de gangmakers van de Europese eenmaking.Er was Jean-Luc Dehaene, die aanvankelijk weigerde naar een Europese top te gaan en uiteindelijk weigerde er vandaan te blijven. Er is Guy Verhofstadt, die de top in Nice negen uur langer deed duren dan nodig en die hoopt met zijn Verdrag van Laken de geschiedenis in te gaan als de hervormer van de Europese instellingen. Wat uiteraard door Fransen en Duitsers zal worden tegengehouden, maar zo lang hij de schijn kan ophouden, houdt hij de schijn op. Er waren Karel Van Miert en Etienne Davignon. Er zijn tal van hoogaangeschreven Belgische europarlementsleden als Ward Beysen en Johan Van Hecke. En, last but not least, is ook de enige échte Mister Europe een Belg : Jef Jurion. Die in 1962 op de Heizel van dertig meter in de winkelhaak schoot en het grote Real Madrid uit de Europacup wipte. Dat wij met een zo groots Europees verleden ons niet belachelijk gaan maken door Fransen en Zweden mee te nemen op buitenlandse missies, spreekt voor zichzelf. En dus bestond de Europese trojka die vorige maand naar New York trok uit de volgende drie excellenties : Michel Louis, minister van Buitenlandse Zaken ; Chevalier Pierre, meervoudig ontslagen minister en door de machiavellist Verhofstadt bedacht met de troostprijs van voorzitter van de kamercommissie Buitenlandse Zaken ; en ten slotte Van Cauwelaert Rik, chef-Wetstraat en hoofdredacteur van Knack. De drie hadden zich onderweg vrolijk gemaakt over het lot van de maatschappij waarmee ze vlogen, en van die waarin ze politieke verantwoordelijkheid dragen. Ze hadden zich de ruimschoots voorradige spiritualiën goed laten smaken, en Louis Michel had aan één stuk door zitten te kankeren op de holebi's, die ze onder druk van de groenen niet alleen rechten, maar zelfs gelijke rechten hadden moeten toekennen. 'J'en ai marre des holebis', fulmineerde Michel die in morele kwesties al niet voorzichtiger te werk gaat dan bij zijn keuze van zakenvrienden in Congo. 'Tu sais ce que je fais quand je vois un holebi, Rik ? Je dis : bonjour holebi.' Waarna onze chef-Wetstraat : 'Le jour où je les mets sur ma couverture, on peut m'emmener à l'hospice.' Vorige week was het zo ver. Maar goed, we mogen zeggen dat het een uitgelaten gezelschap was, dat voet aan de grond zette in New York. Waar de trojka tot zijn grote vreugde vaststelde dat hij onder aan de vliegtuigtrap officieel werd verwelkomd door veiligheidsadviseuse Condoleezza Rice, de Tina Turner van de regering-Bush. Louis Michel, die als eerste uit het deurgat was gestapt en een beetje stond te duizelen in de felle zon, liet van alteratie zijn valies van de trap vallen, draaide zich om naar Chevalier en Van Cauwelaert, en sprak met een blik vol ontwakende lust de historische woorden : 'Eh, les gars. Ça, c'est autre chose que les holebis, non ?' Zijn euforie duurde slechts kort. Condy Rice stormde de trap op, duwde Michel aan de kant met de weinig flatterende woorden : 'Opzij, kobold', en sprong zonder aarzelen onze chef-Wetstraat om de hals : 'Dag Rik jongen. En ge zijt hoofdredacteur geworden heb ik gehoord. Wel, wel wel, wie had dat gedacht, dikke beer van mij.' Onze chef-Wetstraat, eigenlijk meegegaan om het intellectuele gewicht van de afvaardiging wat op te krikken, aarzelde even of hij gegeneerd dan wel in de wolken moest zijn met deze begroeting, maar koos voor het tweede. Aan de arm van la Rice schreed hij de trap af, dook een gigantische zwarte limousine in, en zwaaide tot afscheid kort naar zijn twee verbouwereerde kompanen die op zoek togen naar een gratis hotelshuttle naar Manhattan. Toen Van Cauwelaert vijf dagen later opnieuw in het BMC aankwam, liet hij zich met een plof in zijn lederen bureaustoel vallen, legde zijn handen in zijn nek, staarde vergenoegd naar het plafond en zuchtte gelukzalig : 'Jongens, jongens, wat heeft er nu aan mijn toeter gehangen.' Sinds Herman Brusselmans in het befaamde Knack-interview is opgevoerd, is het taalgebruik op onze redactie drastisch veranderd. Redacteurs worden nu zonder veel schroom uitgelachen om hun puitenogen, en twee cheffen gingen op de vuist omdat de ene de andere 'dwergpoliep' had genoemd. Van Cauwelaert had zich eerst tegen dat interview verzet, maar stelde zijn mening bij toen bleek dat dankzij Herman onze losse verkoop fors was gestegen. 'Heeft toch potentieel, die jongen', besloot Van Cauwelaert die zich net als Mieke Vogels voornam om in het kader van de verjonging van ons lezerspubliek wat vaker het jargon van de jeugd te gebruiken. Zijn toeter dus. Geen van ons had er vroeger ooit bij stil gestaan. Twee dagen later kwam ze zelf binnen gezweefd, Condy Rice ! Tot verrassing van het hele BMC. Moest aan de overkant bij de NAVO zijn, maar nam de gelegenheid te baat om haar dikke beer eens in zijn hol te verrassen. Wij blijven nog even bij het idioom van Brusselmans. Helaas had net die dag ook de juridische adviseuse van Ward Beysen haar zwierige opwachting gemaakt in het kantoor van onze chef-Wetstraat. Binnen de minuut was het oorlog. Krabben, pitsen, bijten, en Van Cauwelaert maar roepen : 'Dames toch, dames toch.' Toen kwam tot overmaat van ramp ook nog zijn nicht binnen : Sabine de Bethune. Mensen, een pandemonium ! Probeer ons niet meer af te schrikken met de apocalyps, wij hebben ze voor onze ogen gezien.Uiteindelijk won de adviseuse van Beysen het pleit. Die blauwe vrouwen kunnen een stukje vechten als het erop aankomt. 's Avonds belde onze chef-Wetstraat Pierre Chevalier dat hij in het vervolg zelf moest instaan voor het intellectuele gewicht van zijn trojka's. 'Ge zijt niet voor niets de schoonzoon van Achille Van Acker', sneerde Van Cauwelaert die het allemaal niet meer zo klaar onderscheidde. Koen Meulenaere