Wat hij vroeger wilde worden?
...

Wat hij vroeger wilde worden? 'Radioreporter.''Of missionaris. Of piloot. (lacht) En liefst een combinatie van die twee.' 'Of priester, daar heb ik ook weleens aan gedacht, ja. Maar het is uiteindelijk journalist geworden. Was dat het veiligste, denkt u?'Bijna twintig jaar lang was hij hoofdredacteur van Kerk & Leven, een van de meest gelezen weekbladen van Vlaanderen, beter bekend als 'het parochieblad'. In die hoedanigheid had hij ooit een interview met toenmalig CD&V-voorzitter Yves Leterme. 'Dat klikte meteen', zegt hij. 'Dus toen hij mij vroeg om voor hem te komen werken, zei ik meteen ja.' En zo werd Mark Van de Voorde (58) in 2004 'raadgever communicatie' van de Vlaamse minister-president. Hij schrijft speeches, redigeert teksten, bestudeert rapporten en probeert in de volle breedte van het woord 'maatschappelijke tendensen' te ontwaren en signaleren. In zijn nieuwe boek Geloven is achterlijk, zeggen ze (ondertitel: Open brief aan kerkverlaters) getuigt hij over zijn geloof, ten behoeve van de ontgoochelde, de twijfelende, de zoekende mens, de mens die de weg naar de kerk niet meer lijkt te vinden. 'Wij zijn allemaal zinzoekers', zegt hij. 'We kunnen niet zonder zin in het leven. We hebben in het recente verleden misschien te veel nadruk gelegd op de zoektocht naar het geluk. Maar zo werkt het niet, denk ik. Geluk is een bijproduct van de zinvolheid van je bestaan. En voor mij is het geloof een van de elementen die mijn leven zin geven.'MARK VAN DE VOORDE: Ja. Maar ik denk dat de mens die zegt dat hij leeft zonder geloof, tóch een geloof heeft. Ik denk namelijk dat je niet zonder premisse kunt leven. Of dat nu het evangelie is of de filosofie van Kant of van wie dan ook, er zijn altijd dingen waarin je gelooft. Vervang het woord 'geloof' door 'vertrouwen', misschien maakt dat veel duidelijk. Ik weet het allemaal ook niet zo zeker, maar ik heb vertrouwen. VAN DE VOORDE: In het feit dat wat ik doe, of wat ik probeer te doen, opgenomen mag worden in een groter geheel dat tijd en ruimte overstijgt. In het feit dat God zich wel over mij zal ontfermen en mij zal steunen - hoewel ik God eigenlijk niet met naam mag noemen, want dan grijpen wij Hem en Hij is niet grijpbaar. Maar ik krijg van dat grotere geheel de kracht om ertegenaan te gaan. Met een vertrouwen dat het allemaal wel goed komt. VAN DE VOORDE: Bijgeloof heeft met magie te maken, met hocus pocus, met een deus ex machina die alles komt oplossen. Geloof helemaal niet. Het eigene van het christelijke geloof is dat het een geloof is van vertrouwen en verantwoordelijkheid. Vanaf de eerste bladzijde van de Bijbel, het scheppingsverhaal, is dat voor mij duidelijk. Dat scheppingsverhaal is een literaire poging om te zeggen dat er een God is die achter alles staat. Het is ook een toekomstverhaal, een opdracht. De mens krijgt de opdracht om de schepping in handen te nemen. Geloven is niet iets vragen aan God en het dan krijgen. Nee, geloven betekent dat wij het zélf moeten doen. Ik heb een opdracht in deze wereld. Daarom schrijf ik ook dat geloven niet 'achterlijk', maar 'voorlijk' is. De samenleving is niet maakbaar, maar wel verbeterbaar: we moeten altijd uitkijken naar nieuwe opdrachten die op ons af komen. Ik heb een groot geluksgevoel dat wat ik doe, belangrijk kan zijn en tegelijk heel relatief is. Die combinatie is belangrijk. Ik moet iets doen, maar ik ben niet het centrum van de wereld - wat een geluk! Misschien ligt daar wel het verschil, in die nederigheid. VAN DE VOORDE: Bescheiden ben ik niet. Wie bescheiden is, zegt eigenlijk: 'Ik ben niet veel waard en ik kom alleen als je mij roept.' Wie nederig is, heeft de houding van de dienaar, in de goede betekenis van het woord. Hij komt en zegt: 'Wat kan ik voor u doen?' De bescheidenheid trekt zich terug, de nederigheid blijft actief. VAN DE VOORDE: Misschien heeft men altijd te veel de troostfunctie van het geloof naar voren geschoven. Geloof is troostend, net zoals schoonheid en kunst dat zijn. Maar geloof moet ook middenin het leven staan. Niet alleen als het fout loopt. En dat heeft de Kerk niet kunnen verwezenlijken. Misschien komt het ooit nog wel. Dat we kunnen aanvaarden dat een mens zelfs in een wereld van welstand en welzijn nog altijd zijn dankbaarheid en verwondering kan blijven uitspreken. Al is dat niet makkelijk. Nog een fout die de Kerk heeft gemaakt, was natuurlijk de encycliek Humanae Vitae. Daar heeft de Kerk zo op de verkeerde spijker geklopt, met haar verzet tegen voorbehoedsmiddelen, dat het heel wat mensen uit de kerk heeft gejaagd. Maar het verklaart niet alles, want de protestante Kerken hebben dat niet gedaan, en ook daar is de afkalving doorgegaan. De teloorgang van het godsgeloof heeft ook te maken met het feit dat de verlichting pas de afgelopen veertig jaar de massa heeft bereikt. De massa is rationeel ontwaakt, wat op zich goed is. Maar misschien heeft die massa ook wat naïef gereageerd, misschien hebben de mensen gedacht dat ze God niet nodig hebben als de wetenschap zoveel kan verklaren. VAN DE VOORDE: O ja, je hebt Hem niet nodig. Zeker niet om de wereld te verklaren, want daarvoor hebben we de wetenschap. Het geloof moet zich zeker niet op de wetenschap storten. Ik heb absoluut geen boodschap aan intelligent design, bijvoorbeeld. En ook wat de Kerk schrijft over homofilie, bijvoorbeeld, vind ik niet goed. Je krijgt de indruk dat men een aantal antropologische, bijna wetenschappelijke argumenten gaat gebruiken. VAN DE VOORDE: De Kerk heeft een groot probleem op het vlak van seksualiteit. Dat heeft misschien iets te maken met het dualisme tussen lichaam en ziel, dat wij vanuit het Griekse denken hebben meegekregen. In de Bijbel bestaat dat dualisme niet. En het heeft schade aangericht in heel ons denken over het lichaam, en heel specifiek over seksualiteit. Nu is dat geen fout van de Kerk op zich. Dat preutse is op zich niet kerkelijk, het is Victoriaans. Hoe dan ook vind ik dat de Kerk eigenlijk eens een moratorium zou moeten invoeren: twintig jaar niet spreken over seksuele moraal. Want de Kerk zegt ook mooie dingen over seksualiteit, maar die horen de mensen niet. VAN DE VOORDE: Het is een delicaat probleem. Want het is niet omdat de paus ooit gezegd zou hebben dat condooms niet de oplossing zijn, dat het aidsprobleem in Afrika zo groot is. VAN DE VOORDE: Natuurlijk niet. Terwijl missionarissen in de praktijk uiteraard wél aandacht hebben voor condoomgebruik. Mij valt het op dat mensen bij de Kerk meteen aan seksuele moraal denken. Terwijl de morele opdracht niet de eerste opdracht van de Kerk is. De eerste opdracht is er een van geloof en van zingeving. De Kerk moet de mensen iets aanbieden waarin ze thuis kunnen komen. VAN DE VOORDE: Absoluut, daar ben ik van overtuigd. Ik merk ook dat er nogal wat belangstelling is voor mijn boek. Omdat de tijd rijp is, denk ik. Omdat we beseffen dat we iets kwijt zijn. Er heerst veel onbehagen. En dat laat diepe vragen aan de oppervlakte komen. We zitten in een zware identiteitscrisis. In heel Europa, trouwens. We weten niet meer goed wie we zijn. En we worden geconfronteerd, dat is boeiend, met mensen die wij 'allochtonen' noemen - een vreselijk woord, want voor mij zijn dat gewoon medemensen zoals iedereen, maar ik gebruik het zelf ook. Die mensen, die allochtonen, hebben in onze ogen een heel duidelijke identiteit. Ik weet niet of dat ook zo is, hoor. Of al die mensen zo grondig de islam kennen en beleven. Maar toch vormt het een stuk van hun identiteit. Nu vragen wij aan die mensen, en terecht, om zich te integreren in onze samenleving. Maar eigenlijk vragen wij hen om te integreren in een cultuur die zelf desintegreert. Het is die confrontatie die vragen oproept: wie zijn wij nu eigenlijk zelf? En zo stoten wij op heel ons verleden, op het christendom, maar ook op Rome en Athene. VAN DE VOORDE: Mja, dat is waar. Maar toch denk ik dat onze samenleving, naast die diversiteit, ook enig bezielend verband nodig heeft. En dat is de vraag: wat is ons bezielend verband? Wij kennen in Vlaanderen geen groot patriottisme. Daarom kennen wij volgens mij die lelijke vorm van nationalisme. En patriottisme kun je niet invoeren. VAN DE VOORDE: Ja, als we dat tenminste zouden hebben. Maar ook dat is niet het geval. In de Verenigde Staten kennen ze dat wel, die civil religion. Maar in Europa kennen we dat niet. Ik heb even gedacht dat Europa een nieuw groot vaderland zou kunnen worden, ik ben nog van die generatie. Maar we hebben ondertussen gemerkt dat dat zeker niet het geval is. Wij hebben geen algemeen gedeelde overtuiging die ons als het ware enigszins transcendeert. We kennen een grote diversiteit, ja, en dat is een gelukkige zaak. Maar we missen iets waarin we ons met z'n allen thuisvoelen. Als we dat opnieuw moeten vinden, speelt het geloof daarin volgens mij toch een zekere rol. VAN DE VOORDE: We moeten naar de oorzaak van het onbehagen. Mensen hebben geen zicht meer op de toekomst. En ze zijn, voor het eerst in de geschiedenis, bang dat hun kinderen het minder goed zullen hebben dan zijzelf. Politici moeten zich daarvan bewust zijn. In een vergrijzende samenleving leven sowieso mensen die hun toekomst eigenlijk al achter de rug hebben. We moeten al die mensen een nieuw project aanbieden. Geen dromerig project, maar iets haalbaars, iets dat we geleidelijk, stap voor stap, kunnen opbouwen. Weet u wat we eigenlijk zouden moeten doen? Opnieuw aansluiten bij Flanders Technology, het project van Gaston Geens destijds. We hebben een project nodig dat oproept tot maatschappelijke verbondenheid. Dat is mijn droom. VAN DE VOORDE: Ik maakte mij toen boos omdat de regering wilde privatiseren wat eigenlijk ten diepste op de mens plakt, namelijk zijn levensbeschouwing. Er werd aan een aantal symbooldossiers gesleuteld: de kruisbeelden in de gerechtsgebouwen, het Te Deum... En er waren een aantal pogingen om in het katholiek onderwijs in te breken. En dat vond ik een stap te ver. VAN DE VOORDE: Toen die wet er kwam, heb ik voorspeld dat je een deur die openstaat altijd verder moet openduwen. Zodra je dingen reglementeert die niet te reglementeren zijn, zul je altijd nieuwe crisissituaties ontmoeten. Nu begint de discussie over dementerenden en minderjarigen, en ik vrees dat het nog verder zal gaan, ooit. Wat doen we straks met kinderen die geboren worden met zware handicaps? Ik leg mij neer bij een democratisch tot stand gekomen wet, maar ik denk toch dat we hier iets fundamenteels van onze beschaving hebben overschreden, namelijk: de eerbied voor het leven van de mens. VAN DE VOORDE: In noodgevallen kan de wijsheid zelf beslissen, daar ga ik toch van uit. Maar wij willen alles wettelijk regelen, dat is een van de grote problemen van deze samenleving. We willen niets meer aan het toeval overlaten. Wij drijven het zelfbeschikkingsrecht ten top. Terwijl ik voor alles in mijn bestaan afhang van andere mensen. Maar ook dat aanvaarden we niet meer. We willen alles onder controle krijgen en wettelijk regelen. En als er iets fout gaat, moeten we meteen een schuldige vinden. Toen Marc Dutroux ontsnapte, moesten onmiddellijk twee ministers ontslag nemen. Omdat er een schuldige moest zijn. Dat is een bijna ziekelijke houding. Want als je niet meer kunt aanvaarden dat dingen soms fout gaan, dan krijg je een samenleving die geen risico's meer durft te nemen. VAN DE VOORDE: Precies. En het geloof kan daarbij helpen. Omdat het geloof altijd mild en barmhartig is. Je mag vallen en opstaan. Niet te vaak natuurlijk, maar we weten tenminste dat het moet kunnen. Een van de fundamentele tekorten in het huidige mensbeeld is dat men ervan uitgaat dat de mens krachtig en sterk is. Terwijl wij eigenlijk allemaal, om eens een katholiek woord te gebruiken, zondig zijn. Wij zijn niet volmaakt, maar onaf, onvolkomen. VAN DE VOORDE: Ja, wij zijn geboren met onvolkomenheden, dat is de betekenis van de erfzonde. Maar in onze gedachten zijn wij echt nietzscheaanse übermenschen. Terwijl we dat in werkelijkheid helemaal niet zijn. VAN DE VOORDE: Misschien is het wel een hype momenteel, wat mij niet echt een goede zaak lijkt. Maar het legt opnieuw een behoefte bloot, het zegt dat er in de mens een verlangen leeft naar meer. Ik ben blij dat het bespreekbaar wordt. Want dat is het lang niet geweest, vandaar mijn oneliner: het geloof heeft seks vervangen als taboe. Al zijn we die fase ondertussen blijkbaar alweer voorbij. VAN DE VOORDE: Nee, ik heb uiteraard ook twijfels gekend, en boosheid. Ik heb mij ook geërgerd aan een aantal morele uitspraken, over de vrouw in het ambt, bijvoorbeeld. Ik heb als student ook betoogd. Ik studeerde communicatiewetenschappen in Gent, en wij trokken naar Zelzate om fabrieksarbeiders te interviewen over de vraag wat ze vonden van de steun van de studenten. (smakelijke lach) Een crazy vraag, natuurlijk. VAN DE VOORDE: Die arbeiders zagen dat een van mijn medestudenten in een grote Volvo reed. En daar hadden ze geen boodschap aan, zeiden ze: 'Rijd maar terug in uw Volvo, uw steun hebben wij niet nodig!'VAN DE VOORDE: Ik denk dat mei '68 mij de kans heeft gegeven om te zeggen: potverdorie, in mijn geloof vind ik de kracht om tégen de bestaande dingen te zijn. We hebben domme en dwaze dingen gedaan. Maar wat er toch was, met alle speelsheid en onoprechtheid van dien, wees toch op een soort bewogenheid, een verlangen om iets te veranderen. Achteraf gezien stelde het niet zo veel voor, maar helemaal belachelijk moet je het ook niet maken. Er zijn eind jaren zestig veel positieve zaken tot stand gekomen: aandacht voor ontwikkelingssamenwerking, voor arbeidsvraagstukken, voor het milieu, voor Latijns-Amerika... VAN DE VOORDE: Absoluut. En misschien is dat nog een reden waarom sommige mensen afstand nemen van hun geloof. Je kunt er namelijk niet aan ontsnappen, aan dat appel, je moet dat doen, en toch wil je het niet, omdat je weet dat je het niet aankunt. Ik herinner mij nog hoe sommige mensen de deur voor mijn neus dichtsloegen toen ik als kind ging collecteren voor Broederlijk Delen. Die mensen waren boos. Ik begreep dat niet. Nu wel. Tegen goedheid en een oproep tot barmhartigheid kun je eigenlijk niet op. Je bent verplicht om erop in te gaan. Je kunt er alleen maar tegenop als je de boosheid die je in jezelf voelt - omdat je niet goed genoeg bent - projec-teert op degene die voor je staat. Dat is wat veel mensen doen. Omdat ze het niet aankunnen. VAN DE VOORDE: Ja. Ik heb gelukkig niet al te veel vijanden, of anders ken ik ze niet. Maar er zijn mensen met wie ik minder goed opschiet. Als ik die tegenkom, zou ik hen, om het christelijk te zeggen, inderdaad echt graag moeten zien. Het klinkt wat pathetisch, maar daar komt het wel op neer. En jongens, dat is moeilijk, hoor. Je hoeft de vijand niet te omhelzen, daar gaat het niet om. Maar je moet wel binnenin zeggen: laten we die mens eens van de positieve kant bekijken. VAN DE VOORDE:... zouden we al onze vijanden een mooi jaar moeten toewensen. Ik denk zelfs dat dát het fundament is van de christelijke ethiek. (lacht) Het christendom is niet simpel, hoor. Enfin, het is simpel om te begrijpen, maar moeilijk om te beleven. VAN DE VOORDE: Dat is een schitterende code. Maar het evangelie gaat nog een stap verder. De regel van Christus luidt: 'Doe aan een ander wat gij wilt dat u wordt aangedaan.' Dat is de imperatief van de goedheid. Goedheid gaat verder dan rechtvaardigheid, gaat verder dan plicht, goedheid overstijgt alles. Denk aan wat Jan De Volder schreef over mensen die illegaal in ons land verblijven. Als je daarop de regel van Christus toepast, dan moet je voor die mensen doen wat je zou willen dat ze voor jou zouden doen: dat je gehuisvest en geborgen bent, dat je opgevangen wordt. De God van de Bijbel is er een die de vreemdeling thuis laat komen. In nogal wat psalmen staat dat ook: 'Ik ben een vreemdeling en ik mag vertoeven in uw woning' - al citeer ik nu twee psalmen door elkaar. VAN DE VOORDE: Die seksuele moraal trekt grenzen. En eigenlijk zou het geloof meer grenzen moeten overschrijden, door de mensen hoop en vertrouwen te geven. Dit is een moeilijk verhaal, hoor. Want grenzen trekken is ook nodig. Maar door haar morele spreken klinkt alles wat de Kerk zegt als 'nee'. Terwijl het morele spreken van de Kerk vanuit dat andere perspectief van goedheid en naastenliefde eigenlijk een luid 'ja' zou moeten zijn. Wij moeten niet zozeer zeggen dat wij tégen euthanasie zijn, bijvoorbeeld. Wij moeten zeggen dat wij vóór de blijvende zorg voor de arme, eenzame dementerende mens zijn. VAN DE VOORDE: Ik denk dat dat voor vele mensen een probleem is. We hebben niemand meer, zelfs geen medemens, om dankbaar te zijn. Zo krijgen we een samenleving waarin het er alleen nog maar om gaat je rechten te halen. De procedurele samenleving, die mij alles moet bieden waar ik recht op heb. We kunnen niet meer dankbaar zijn. VAN DE VOORDE: Dat besef ik. Ik denk dat die overweging voor veel mensen nog een reden is geweest om de Kerk te verlaten. Mensen hebben het kwaad en het lijden namelijk ook aan God toegeschreven. God als de veroorzaker van het kwaad. VAN DE VOORDE: Maar ook machteloos. In de liefde is God almachtig, maar hij is niet degene die ingrijpt in de schepping. Ik heb mij erg boos gemaakt toen een aantal Amerikaanse predikanten de overstroming van New Orleans bestempelden als een straf van God. God straft niet. Wij dragen zélf een verantwoordelijkheid. In Nederland heeft men na de overstroming van 1953 dijken gebouwd. Het lijden is altijd een oproep om onze verantwoordelijkheid op te nemen, om zelf de handen uit de mouwen te steken. Niet dat ik het lijden koester, hoor. Want op zich is lijden niet zinvol. VAN DE VOORDE: Eigenlijk niet. Ik heb grote twijfels gekend rond mijn 50e. Maar misschien was dat toch veeleer een midlifecrisis. (lacht) Nee, ik heb het geloof niet laten vallen. Waar zou ik dan naartoe moeten? Ach, geloof is, net als huwelijkstrouw, ook een kwestie van willen. Je moet willen geloven. En ik heb mij volledig overgegeven. 'GELOVEN IS ACHTERLIJK, ZEGGEN ZE. OPEN BRIEF AAN KERKVERLATERS' VAN MARK VAN DE VOORDE VERSCHIJNT EEN DEZER DAGEN BIJ UITGEVERIJ DAVIDSFONDS.mark van de voorde (58) l Was van 1970 tot 1987 perschef van het bisdom Brugge l Van 1987 tot 2004 hoofdredacteur van 'Kerk & Leven'l Sinds 2004 raadgever van de Vlaamse minister-president Yves Leterme l Hij is getrouwd en heeft twee volwassen dochters JOËL DE CEULAER