Willen of niet, een feest van formaat komt eraan. Voorbarig, volgens sommigen, maar die discussie is niet interessant. We stappen een nieuwe eeuw en een nieuw millennium binnen, en de kniesoor die opmerkt dat de 21ste eeuw pas op 1 januari 2001 begint en niet al in 2000, begrijpt misschien wel iets van cijfers maar niets van mensen. Het feest gaat door en zal bruisen, want mensen houden van ronde getallen. Alsof getallen gedichten zijn die moeten golven en rijmen, hechten ze een bijzondere betekenis aan alles wat zich door een vloeiende reeks nullen laat voorstellen. De zes miljardste inwoner op aarde, de eerste honderd dagen van de regering, de vierhonderdste verjaardag van Antoon Van Dijck zijn onlangs gevierd. En nu dan de kalender die het tweeduizendste jaar aanwijst sinds de telling begon.
...

Willen of niet, een feest van formaat komt eraan. Voorbarig, volgens sommigen, maar die discussie is niet interessant. We stappen een nieuwe eeuw en een nieuw millennium binnen, en de kniesoor die opmerkt dat de 21ste eeuw pas op 1 januari 2001 begint en niet al in 2000, begrijpt misschien wel iets van cijfers maar niets van mensen. Het feest gaat door en zal bruisen, want mensen houden van ronde getallen. Alsof getallen gedichten zijn die moeten golven en rijmen, hechten ze een bijzondere betekenis aan alles wat zich door een vloeiende reeks nullen laat voorstellen. De zes miljardste inwoner op aarde, de eerste honderd dagen van de regering, de vierhonderdste verjaardag van Antoon Van Dijck zijn onlangs gevierd. En nu dan de kalender die het tweeduizendste jaar aanwijst sinds de telling begon.Het feest mag bovenmaats zijn, want het is een drievoudig: we vieren een nieuw jaar, een nieuwe eeuw en een nieuw millennium. Het uitspansel zal te klein zijn om al het vuurwerk op te vangen. Misschien valt zelfs méér te beleven dan de pret van zevenklappers en donderbussen, want als de Y2K-bugs toeslaan en de computers doldraaien, kunnen raketten met hun nucleaire lading gaan joyrijden in het luchtruim. Dat het naderende nieuwjaar enige luister zal krijgen, staat vast; de nodige voorbereidingen worden getroffen om het vreugdevuur hoog te doen oplaaien, en toch niet te hoog. In elk geval krijgt niemand die aan het komende reveillon zal deelnemen, nog een dergelijke kans. Want al wordt elk nieuwjaar gevierd, en al treedt men om de honderd jaar een nieuwe eeuw binnen zodat enkelen van de allerjongsten en gezondsten onder ons ook de overgang naar de 22ste eeuw nog zullen meemaken, de intrede in een nieuw millennium is voor elke sterveling beslist een eenmalige belevenis. En een historische buitenkans. De vorige keer viel het feest in de volle Middeleeuwen. De eerste kruistocht moest nog beginnen. De Noormannen teisterden Normandië. En de keer daarvoor vond de millenniumwende plaats in de glorietijd van het Romeinse Rijk, al gold dat slechts met terugwerkende toepassing van de jaartelling die later in gebruik genomen werd.Wie belang stelt in de gebeurtenis, mag zich dus gelukkig prijzen thans te leven. Dat geluk is bovendien gróter en zeldzamer dan men zich over het algemeen realiseert, want, alles wel beschouwd, biedt de nakende jaarovergang geen drievoudige reden tot feestvieren, maar een viervoudige. Niet alleen begint een nieuw jaar, een nieuw centennium en een nieuw millennium, maar ook een nieuwe periode van tienduizend jaar, of wat we een "decemmillennium" zouden kunnen noemen. Elke jaartelling steunt vanzelfsprekend op een keuze van een beginpunt. In de gebruikelijke tijdrekening ligt het nulpunt van de telling ergens tijdens de regeerperiode van keizer Augustus, op het moment dat geacht werd het geboortejaar van Christus te zijn. Later bleek dat men zich daarbij enkele jaren vergist had, maar dat was geen reden om de gebruikte telling nog te veranderen. We kunnen thans slechts vaststellen dat het jaar 1 een willekeurig gekozen jaar is, dat ongeveer overeenkomt met het begin van het christendom. Maar het begin van het christendom is niet het begin van de geschiedenis. Tal van gebeurtenissen hebben plaatsgevonden op momenten die we thans moeten aanduiden met een jaartal vóór Christus, of nauwkeuriger geformuleerd, vóór het begin van onze tijdrekening, of beter nog, maar daaraan blijken historici een hekel te hebben, met een negatief jaartal. Handiger zou het zijn het begin van de jaartelling vroeger te plaatsen en het te doen samenvallen met het begin van de geschiedenis, ergens in de halfvergeten jaren van het steentijdperk. In het Neolithicum, het jongste deel van het steentijdperk na het einde van de laatste ijstijd, is de menselijke activiteit zoals we die nu nog kennen, pas goed op gang gekomen. Het was de uitvinding van de landbouw en de veeteelt die de breuk sloeg tussen Homo sapiens en de rest van het ecologisch systeem op aarde. Toen de mens zijn eigen gewassen en huisdieren begon te kweken, onderscheidde zijn levenswijze zich definitief van die van de dieren. Deze revolutie ging ook gepaard met het ontstaan van stedelijke nederzettingen en de opkomst van technieken als weven en pottenbakken. Ook al voltrokken die ontwikkelingen zich in wat men de prehistorie noemt, het was geen vóórgeschiedenis, maar de geschiedenis zelf die op dat moment van start ging, zij het nog zonder schriftelijke neerslag. Maar wanneer gebeurde het precies? Geen enkel concreet en gedateerd voorval markeert het startpunt van de geschiedenis. Men ontkomt niet aan de noodzaak van een arbitraire keuze, al verdient het de voorkeur die zo zinvol mogelijk te maken. Een redelijke keuze zou de stichting van de oude stad Jericho kunnen zijn. Deze neolithische vestiging van enkele woningen en een tempel op de westelijke oever van de Jordaan, dateert van zo'n 8.000 jaar vóór Christus. Vroegere prestaties of wederwaardigheden van mensen zijn niet bekend, maar na de stichting van Jericho komt de geschiedenis wel geleidelijk als een continue reeks gebeurtenissen op gang. Indien we het oude Jericho als nulpunt voor de jaartelling kiezen, zal het nooit meer nodig zijn jaartallen te gebruiken van "voor het begin van de jaartelling", althans niet in de geschiedschrijving (er zijn vanzelfsprekend wel oudere gebeurtenissen van geologische en astronomische aard bekend).De keuze is, zoals gezegd, niet de enig mogelijke, maar zij is minder willekeurig dan de thans gebruikelijke. Niet het begin van het christendom, maar het begin van de geschiedenis, vormt een geschikt en logisch beginpunt voor de jaartelling. In de kalender die rekent vanaf dit welgekozen nulpunt, vieren we weldra niet het jaar 2000, maar het jaar 10.000. Niet drie, maar vier nullen sieren het jaartal dat voor de deur staat. Een bewogen geschiedenis van honderd eeuwen, tien millennia, of één decemmillennium ligt achter de rug. Nog enkele weken, en we vatten een nieuw decemmillennium aan. Het tweede. Althans indien het feest na het eerste niet te erg uit de hand loopt.Gerard Bodifée