Spelletjes op de computer, spelletjes in een console... en straks ook spelletjes op de gsm. De Japanse gamesproducent Bandai heeft namelijk een overeenkomst gesloten met de grootste Japanse mobilofoonoperator NTT Mobile Communications voor de levering van een nieuwe gameslijn, op maat gemaakt van een piepklein gsm-schermpje. Bandai, dat is het bedrijf dat eerder het elektronische Tamagotchi-huisdiertje en de Mighty Morphin Power Rangers op de markt bracht. Met zijn nieuwste product loopt de producent vooruit op de waarschijnlijke conver...

Spelletjes op de computer, spelletjes in een console... en straks ook spelletjes op de gsm. De Japanse gamesproducent Bandai heeft namelijk een overeenkomst gesloten met de grootste Japanse mobilofoonoperator NTT Mobile Communications voor de levering van een nieuwe gameslijn, op maat gemaakt van een piepklein gsm-schermpje. Bandai, dat is het bedrijf dat eerder het elektronische Tamagotchi-huisdiertje en de Mighty Morphin Power Rangers op de markt bracht. Met zijn nieuwste product loopt de producent vooruit op de waarschijnlijke convergentie tussen mobilofonie en Internetgebruik. De Bandai-spelletjes zullen immers mobiel én on line gespeeld worden, met tegenstanders die bijvoorbeeld driehonderd kilometer verderop in het park zitten of op de bus staan te wachten. Een meer economisch alternatief bestaat in het downloaden van het elektronisch vertier, wat dan wel betekent dat je alleen in je eentje kan spelen. Nu al biedt NTT zijn klanten de mogelijkheid om videofragmenten te donwloaden, kwestie van wat speelsheid en jeugdigheid in het mobilofoonverkeer te brengen. Bij Orange moesten ze al aan het werk zijn. De speciale I-mode-toestellen die al die extra's aankunnen, verlenen de gebruiker voorts toegang tot e-mail, Netbanking en andere Internet-gerelateerde diensten. De Japanners gaan er plat voor: elke maand opnieuw verdubbelt het aantal gebruikers van I-mode. Tegen het einde van het jaar zullen zo'n vier miljoen Japanners met het toestel rondlopen, tegen eind 2001 moeten dat er twintig miljoen zijn. Tegen dan zullen ook merken als Nokia, Ericsson en Motorola met Europese en Amerikaanse ontwikkelaars rond de tafel hebben gezeten. Nokia zet de convergentie gsm-Internet al in de praktijk om. Niet alleen via de befaamde Communicator, maar nu ook via een kleiner model (de 7110). Dus zonder toetsenbord en in handig zakformaat. Een geïntegreerd woordenboek en een geavanceerd tekstverwerkingssysteem bundelen hun krachten, zodat het toestel automatisch uitvindt welk woord je intikt. Dat is nodig, want de gsm heeft enkel cijfertoetsen, die elk overeenkomen met drie of vier letters. Tik je nu 3-9-8-7-2 in, dan weet het toestel om welk woord het gaat omdat 'extra' de enige geldige combinatie is van die vijf cijfers. Zijn er twee of meer mogelijkheden, wat soms wel voorkomt bij de korte woorden, dan kan je met één druk op de knop de lijst afgaan. Om Internetpagina's op het kleine gsm-schermpje te doen passen, worden die pagina's in afgeslankte vorm in het toestel geladen. Alle essentiële informatie gaat mee, maar overbodige foto's of tekeningen worden niet meegestuurd. De technologie achter dat fraais heet wireless application protocol, kortweg WAP, een van de nieuwe toverwoorden in de multimedia. Bart Vandormael