?Maatschappelijke ongelijkheid duwt vele vrouwen naar psychische klachten,? zegt Josée Van Remoortel van de Europese Vereniging voor Geestelijke Gezondheid.
...

?Maatschappelijke ongelijkheid duwt vele vrouwen naar psychische klachten,? zegt Josée Van Remoortel van de Europese Vereniging voor Geestelijke Gezondheid. ZESTIEN PROCENT MEER vrouwen dan mannen voelt zich emotioneel minder goed. Acht procent meer vrouwen dan mannen wordt daardoor beperkt in het werk of in de dagelijkse activiteiten. Vermoeidheid en gebrek aan energie komen negen procent meer voor bij vrouwen dan bij mannen. Deze gegevens werden begin deze week op een seminarie bekend gemaakt door wetenschappelijk medewerksters van het Steunpunt Samenleving en Gezondheid van de VUB. Ze zijn verzameld op basis van een vragenlijst, die de onderzoekers aan 1.631 Vlamingen voorlegden. In de enquête kwamen, behalve over de geestelijke gezondheid, ook vragen voor over de lichamelijke en sociale gezondheid. Over de hele lijn bleken vrouwen een minder goede gezondheid te rapporteren dan mannen. De resultaten werden bekend gemaakt op het lenteseminarie dat het Steunpunt Samenleving en Gezondheid jaarlijks organiseert en dat dit jaar ?Vrouwen, sociale ongelijkheid en gezondheid? als thema had. Ze bevestigden wat eerder onderzoek in andere landen al aan het licht had gebracht. Josée Van Remoortel, directrice van de Europese Vereniging voor Geestelijke Gezondheid (EVGG), wees in haar toespraak op een aantal opmerkelijke fenomenen. ?Van de vrouwen die aankloppen bij de huisarts, heeft 60 tot 65 procent van de vrouwen psychische klachten. In de diensten voor geestelijke gezondheidszorg vertegenwoordigen vrouwen 58 procent van het totale aantal patiënten. Vrouwen worden vlugger opgenomen in een psychiatrische instelling en ook meer heropgenomen dan mannen. Bovendien krijgen vrouwen meer medicatie toegediend.? Josée Van Remoortel is zelf psychoterapeute geweest. Ze fungeerde een tijd als directrice van de Vlaamse Vereniging voor Geestelijke Gezondheid, om vervolgens over te stappen naar het Europese orgaan dat zich met deze problematiek bezig houdt. Vorig jaar nam ze deel aan een workshop van de EVGG die gewijd was aan ?Vrouwen en geestelijke gezondheid.? In haar uiteenzetting op het lenteseminarie van de VUB legde zij vooral de nadruk op de maatschappelijke factoren, die een invloed hebben op de geestelijke gezondheid (of ongezondheid) van vrouwen. Waarom ? JOSEE VAN REMOORTEL : Omdat ik denk dat wij aan deze problematiek, zeker in Europa, iets méér kunnen doen dan aan de zware psychiatrische aandoeningen. Wanneer je, bijvoorbeeld, iets aan schizofrenie wil doen, dan speelt het man of vrouw zijn niet zo'n grote rol. Hetzelfde geldt voor autisme : oorzaken en behandelingen zijn dezelfde bij een meisje of een jongen. Maar er zijn een aantal problemen, waarbij het geslacht wel degelijk een rol speelt. Ik denk aan allerlei stresssituaties, geweld op vrouwen, overmedicatie van vrouwen,... Vaak wordt een aantal maatschappelijke elementen die vrouwen psychisch ziek maken, niet erkend. Uit onderzoek blijkt dat de psychische problemen waarmee vrouwen vandaag kampen, meestal gebonden zijn aan hun gezinstoestand, hun werksituatie en hun rol in de gemeenschap. Op al die niveaus worden vrouwen nog altijd ondergewaardeerd en dat vormt voor veel vrouwen de oorzaak van een misnoegdheid die zich omzet in lichamelijke en psychische klachten. Men spreekt van het vrouwensyndroom. Die ontevredenheid kan tal van oorzaken hebben : thuis moeten blijven om voor de kinderen te zorgen terwijl de vrouw in kwestie zou willen werken ; niet de aangepaste job hebben ; de moeilijke combinatie van werk en gezin. Die vrouwen komen meestal bij de huisarts en vertalen hun ontevredenheid in fysieke klachten : ze voelen zich niet goed, hebben hoofd- of rugpijn, ze slapen slecht. Wie goed luistert, hoort dat er frustraties achter die klachten zitten. Maar de arts voelt zich meestal machteloos en schrijft een kalmeermiddel voor, waaraan die vrouwen heel vlug verslaafd geraken. Want die vrouwen zitten te piekeren, hebben schuldgevoelens, raken geïsoleerd en zijn vatbaar voor verslaving. Die verslaafdheid is de meest negatieve consequentie van een dergelijke aanpak, maar een ander gevolg dat meespeelt, is dat op die manier het potje gedekt blijft en er niks aan de oorzaken wordt gedaan. Een derde gevolg is dat deze vrouwen zich nog ongelukkiger gaan voelen. Met als gevolg : zwaardere depressies, ziekenhuisopnames, zelfmoordpogingen dat ligt allemaal hoger voor vrouwen dan voor mannen. Hoe komt het dat regelmatig nieuwe ziekten opduiken die vooral bij vrouwen blijken voor te komen ? VAN REMOORTEL : Anorexie en boulimie zijn de bekendste. Ze bestonden vroeger ook, maar waren zeldzaam. Nu speelt bij anorexia het maatschappelijk mode-element dun is mooi mee. Nu zijn die vrouwen om een of andere reden gefrustreerd geen werk, geen aandacht van de partner, noem maar op en ze willen dan toch op zijn minst in het modebeeld passen, om ook niet op dàt gebied gefrustreerd te geraken. Om daar in te slagen, gaan ze tot in het extreme. Een aantal onder hen slaat over in het omgekeerde : ze kunnen hun frustraties alleen nog compenseren door te eten. Overdreven eten is een vorm van automutilatie, net als overdreven drinken of drugs of medicatie gebruiken. Vrouwen mishandelen zich op die manier om de druk of tegenspoed in hun leven te overwinnen. Het kan soms jaren duren vooraleer deze coping-strategieën door de omgeving worden erkend en begrepen. Deze vrouwen voelen zich schuldig omdat ze ervan overtuigd zijn slechte moeders of dochters, falende echtgenotes of ondankbare partners of vrienden te zijn. Automutilatie en zelfvernietiging door alcohol of voedsel zouden moeten erkend worden als symptomen van langdurige ondraaglijke, onopgeloste, kwetsende situaties die die vrouwen in de maatschappij moeten ondergaan. De samenleving aanvaardt geen agressiviteit van vrouwen, daarom keren vrouwen vaak hun woede tegen zichzelf. Die ingeslikte woede veroorzaakt ook vaak depressieve klachten. Behalve de typische vrouwenziekten, bestaan er toch ook typische mannenkwalen, zoals de midlifecrisis ? VAN REMOORTEL : Mannen hebben inderdaad ook typische klachten, maar vrouwen consulteren vlugger een dokter. Wanneer mannen naar de huisarts gaan, hebben ze vaak een fysiek probleem. Bijvoorbeeld, een hartinfarct vanwege de stress en het jachtige leven. Maar die stress of dat hartinfarct wordt niet toegedekt met : ach meneer, het zijn de zenuwen. Of : je mag je zo niet opjagen, ga eens naar een knutselclub of maak eens vaker een wandelingetje. Dàt zijn de recepten die veel huisartsen vrouwen meegeven, bovenop de tranquillizers. De huisarts reageert anders op een mannelijk dan op een vrouwelijk probleem. De huisarts verwijst een man ook vlugger door naar een specialist. Hij zal vlugger zeggen : je moet iets aan je probleem doén. Allicht omdat de carrière van de man zwaarder doorweegt in de gedachtengang van de huisarts. Waarom stappen vrouwen vlugger naar de huisarts ? VAN REMOORTEL : Het is de enige plaats waar zij eens kunnen klagen. Ze moeten een fysieke, psychosomatische klacht aanwenden om aandacht te krijgen. Een man krijgt meestal aandacht van zijn vrouw of van zijn omgeving. Vrouwen aanvaarden ook veel makkelijker wat de arts voorschrijft. Mannen zullen vlugger zeggen : wat moet ik met zo'n pil ? Om ze vervolgens weg te gooien. Dat heeft niet alleen te maken met het feit dat van vrouwen een dergelijke assertiviteit niet verwacht of aanvaard wordt. Als een vrouw medicatie neemt, dan levert ze tegenover de omgeving ook het bewijs dat ze een probleem heeft. Het is een soort erkenning van haar ziek zijn. Die dingen liggen allemaal héél subtiel. Een man onderkent niet zo vlug dat er een probleem is. Vrouwen zetten ook vlugger de stap naar centra voor geestelijke gezondheidszorg, omdat zij denken of leerden dat, als er moeilijkheden zijn in het gezin, zij er schuld aan hebben of dat ze gefaald hebben. Zij consulteren voor zichzelf, voor hun partnerrelatie of voor hun kinderen. Bij de oudere populatie nemen de verschillen nog toe : daar is 67,5 procent van het cliënteel van geestelijke gezondheidszorg, van het vrouwelijke geslacht. Dat gegeven wordt enerzijds verklaard doordat vrouwen langer leven dan mannen, anderzijds heeft ouder worden voor vrouwen specifieke implicaties. Er is het bekende lege-nestsyndroom en voorts het meer recente fenomeen van de sandwichgeneratie. Daarmee worden die vrouwen bedoeld, die zelf nooit uit werken gingen om zo voor de kinderen te kunnen zorgen, en die nu als grootmoeder voor hun kleinkinderen zorgen en tegelijk ook voor hun eigen ouders. Die grootmoeders zijn niet altijd even opgezet met de zorg voor die kleinkinderen, maar ze hebben nooit geleerd zich te verzetten tegen deze zorgende taken. Globaal beschouwd, vormen vrouwen in de middenjaren en oudere vrouwen een risicogroep. Ook lesbische en gehandicapte vrouwen behoren volgens u tot risicogroepen. VAN REMOORTEL : Een aantal lesbische vrouwen heeft nog altijd niet makkelijk. Maar ik denk dat tegenwoordig voldoende maatschappelijke groepen het voor hen opnemen. Tegelijk mag men niet vergeten dat homoseksualiteit tot voor kort als een pathologie werd gezien : het was een seksuele afwijking of perversie. Wat dat betreft, werd er al een hele weg afgelegd. Gehandicapte vrouwen hebben het nog altijd niet onder de markt. Zowel op gebied van werkgelegenheid als op het vlak van kinderen krijgen en seksuele relaties hebben. In bepaalde instellingen zijn seksuele contacten toegestaan, maar dat zijn uitzonderingen. Ik wil hiermee ook niet zeggen dat met gemengde instellingen alle problemen van de baan zouden zijn. Heel wat vrouwen, niet alleen gehandicapte, blijken zich in gemengde instellingen namelijk niet veilig te voelen. Vooral in Groot-Brittannië bestaat er een grote vraag naar zalen of kamers voor vrouwen alleen, zodat ze niet hoeven te vrezen 's nachts te worden lastig gevallen. Er zouden veilige zones moeten komen, die alleen voor vrouwen toegankelijk zijn. Misschien is het praktisch niet altijd mogelijk om dergelijke veilige zones aan te bieden, maar verplegers of psychiaters hebben daar alleszins weinig oog voor. Mannen maken nog altijd de meerderheid van de psychologen en de psychiaters uit. Ook de directeurs zijn bijna overal mannen. En mannelijke verpleegkundigen promoveren veelal vlot tot hoofdverpleegkundigen. Dat fenomeen heeft nog andere implicaties. Vooral vrouwen die zelf geweld meemaakten, vinden het niet altijd prettig om door mannen opgevangen te worden. Ze voelen er niet veel voor om hun hele verhaal te vertellen aan een man, die hen misschien kritisch bekijkt en niet au sérieux neemt. Ze vragen om een opvang door vrouwelijk personeel. Ik denk dat dat een gelegitimeerde vraag is. Vrouwen moeten de kans krijgen om te zeggen dat ze liever door een vrouw, of door een man, opgevangen worden. Of dat het voor hen geen belang heeft, dat kan ook. Maar ze moeten kunnen kiezen. Bij aanwervingen moet er voldoende gelet worden op een evenwicht tussen mannelijke en vrouwelijke hulpverleners. Sommige therapeuten misbruiken hun patiënten seksueel. VAN REMOORTEL : Dat is een verschrikkelijk moeilijk probleem. Waar begint het, waar eindigt het ? De misbruikte patiënten zijn ook altijd vrouwen. Slechts heel zelden gebeurt het omgekeerde. De zaak wordt dikwijls in de doofpot gehouden. Vrouwen worden niet geloofd, want ze zijn psychisch overspannen : ze beelden zich dat in, of : ze zouden zeer graag een relatie hebben met die psycholoog of psychiater. Ik wil daar nu geen hetze rond maken, maar in 90 procent van de gevallen trekken vrouwen aan het kortste eind. Momenteel kunnen ze wel bellen naar de ongewenste-initimiteitenlijn, waardoor er neutralere mechanismen kunnen ingeschakeld worden om het misbruik te doen stoppen. Maar het blijft héél moeilijk. U pleit ervoor dat een moeder, die opgenomen moet worden, haar kinderen zou kunnen meenemen. Een psychiatrische instelling lijkt niet meteen de prettigste omgeving voor een kind. VAN REMOORTEL : Er zijn heel weinig instellingen, waar kinderen mee opgenomen kunnen worden. Wanneer, bijvoorbeeld, een vrouw met een postnatale depressie naar de psychiatrie wordt verwezen en haar kind niet kan meenemen, dan voelt ze zich ook nog eens slecht als moeder omdat ze haar pasgeboren baby in de steek laat en door een vreemde laat verzorgen. Sommige vrouwen kunnen niet eens een therapie volgen omdat ze geen opvang hebben voor hun kinderen. Ik heb het zelf als therapeute nog meegemaakt dat een vrouw zei : er moet iéts gebeuren, maar ik kan mijn kinderen niet alleen laten.Natuurlijk zijn er voor een kind wel leuker plaatsen te bedenken, maar wat heeft dat kind aan een moeder die er onderdoor gaat ? De opvang van kinderen zou mogelijk moeten zijn in noodgevallen. Een psychiatrisch ziekenhuis kan toch een een aantal kamers ter beschikking stellen voor moeders met kinderen ? Vrouwen met psychische problemen worden al zo gauw als slechte moeders bestempeld. Wanneer een vader in de psychiatrie is opgenomen, is hij daarom nog geen slechte vader. Dan wordt die vraag nooit gesteld. Bij een moeder wordt komt die vraag wél aan bod : kan ze haar kinderen nog wel verder opvoeden ?Is er dan niks optimistisch ? VAN REMOORTEL : Het bestaan van zelfhulpgroepen en van vrouwenhulpverlening, waarbij vrouwen van elkaar strategieën leren om hun problemen aan te kunnen, vind ik een ontzettend positieve zaak. Er werd de jongste jaren ook heel wat werk verzet rond geweld op vrouwen. Ook dat vrouwen nu kunnen scheiden zonder het risico te lopen zonder enig inkomen te vallen, is een positieve evolutie. Door echtscheidingen ontstaan er natuurlijk nieuwe fenomenen : mijn kinderen, uw kinderen, onze kinderen. Dat is allemaal heel moeilijk en heeft zeker invloed op de geestelijke gezondheid van individuen. Kortom, er verandert wel wat, maar het gaat allemaal heel langzaam : telkens met een koffielepeltje. Jo BlommaertAchter de fysieke klachten van vrouwen zit vaak frustratie verscholen.Vrouwen consulteren vlugger de huisarts dan mannen : een manier om aandacht te krijgen.Josée Van Remoortel : Vrouwen met psychische problemen worden bijna altijd voorgesteld als slechte moeders.