Zegge en schrijve achttien Belgen die in het buitenland verblijven, hebben zich dus door de papierberg geworsteld om straks aan de verkiezingen te kunnen deelnemen. Achttien van de alles samen goed een half miljoen. We zullen nooit echt weten of ze gewoon niet geïnteresseerd waren, dan wel of ze als gevolg van de hallucinant zware procedure ontmoedigd hebben afgehaakt. Andere landen doen daar doorgaans niet zo moeilijk over.
...

Zegge en schrijve achttien Belgen die in het buitenland verblijven, hebben zich dus door de papierberg geworsteld om straks aan de verkiezingen te kunnen deelnemen. Achttien van de alles samen goed een half miljoen. We zullen nooit echt weten of ze gewoon niet geïnteresseerd waren, dan wel of ze als gevolg van de hallucinant zware procedure ontmoedigd hebben afgehaakt. Andere landen doen daar doorgaans niet zo moeilijk over. De Franstalige liberalen, die voor Belgen in het buitenland de mogelijkheid afdwongen om te stemmen, haalden de grote woorden boven: de regering heeft de maatregel geboycot. Het was misschien eenvoudig de macht der gewoonte om alles ingewikkeld te maken. Moet elke administratie zonodig altijd zo worden georganiseerd dat ze de burgers voor een bijna onmogelijke opdracht plaatst? Niet zolang geleden haalde VLD-voorzitter Guy Verhofstadt uit naar de berg documenten, toelatingen en vergunningen die iemand nodig heeft om een bedrijfje te beginnen. In zijn verzuchting kreeg hij wellicht tot zijn eigen verbazing bijval van Jean-Luc Dehaene zelf. Het onderwerp is straks in het regeerakkoord vast een paragraaf waard. De klacht is ook niet nieuw. Er gingen ruim een decennium geleden al stemmen op om het contact van de burger met de overheid te beperken tot het bezoek aan één loket, met een minimum aan formaliteiten. Maar die overheid koestert blijkbaar nog altijd een groot wantrouwen tegenover die burger, zoals dat omgekeerd net zo goed het geval is. De idee van de civil servant in de Angelsaksische traditie, de ambtenaar die ten dienste staat van de samenleving en daaraan zijn waardigheid ontleent, is ons ten enen male helaas vreemd. De gedachte aan die civil servant - bij uitbreiding de rol die het hele politieke apparaat speelt - komt op bij het doorbladeren van het boekje dat Fernand Huts begin deze week voorstelde aan het einde van zijn eerste, tegelijk laatste parlementaire mandaat. Huts is een succesrijk ondernemer, die bij de vorige verkiezingen na een chique campagne op de lijst van de VLD werd verkozen. Hij was al snel de risee van de Wetstraat omdat hij wel veel praats had, maar zich daar nooit liet zien. Huts, blijkt ook nu, heeft over alles een mening maar onderbouwt die zelden stevig. Hij houdt het erbij dat hij het in Brussel snel bekeken had: dat schiet daar niet op. Tijd moet voor een ondernemer een meerwaarde hebben, en die is er in het parlement niet. Et cetera. Het lied dat Fernand Huts zingt, is in een aantal kringen een populair deuntje - het loont daarom de moeite om er even bij stil te staan. De functie van het parlement is namelijk anders dan die van de ondernemingsraad van een bedrijf. Het parlementslid gaat om met de belangen van een hele gemeenschap, van klein tot groot en van arm tot rijk. Er gaat dus tijd op aan vaak lange en geduldige palavers, op zoek naar een consensus waarin zoveel mogelijk mensen zich kunnen vinden. De rol van het parlement situeert zich precies in het streven naar evenwichten, in dat zoeken en tasten. Ook naar zijn eigen taak in de samenleving die een snelle ontwikkeling doormaakt. Het Vlaamse parlement hanteerde tijdens de voorbije zittingsperiode overigens een debatcultuur die veelbelovend is.In een gesprek met een Engelse krant gaf Jean-Luc Dehaene vorige week toe dat de hervorming van justitie en politie in België te laat komt. Erger is misschien dat het bijspijkeren van die totaal vastgelopen structuren eigenlijk zelfs helemaal niet op de agenda stond. Het gesukkel met de belangrijke politiehervorming heeft er ook mee te maken dat de ingreep nu zo onverhoeds gebeurt. Zonder dat de geesten daar in de korpsen rijp voor werden gemaakt. Op dezelfde manier moet er meer worden nagedacht over de plaats die de hele overheid inneemt tegenover de mensen. Zodat die zich in die relatie beter in hun vel voelen - het volk is de vijand niet. De raspoliticus Guy Verhofstadt stuurde zijn Don Quichote-aanval tegen bepaalde structuren uit het begin van de jaren negentig intussen bij. Waren zijn Burgermanifesten uit die tijd daarom zinloos? Als zijn partij straks tot de macht wordt geroepen en dat programma op tafel komt, zal het al niet meer vreemd overkomen maar bijna als vanzelfsprekend. Misschien wil Fernand Huts dan ook wel weer meedoen. Zijn vrouw houdt ondertussen zijn stoel toch warm.Hubert van Humbeeck