In het seizoen '94-'95 was Dominiek Baeyens een jaar coach van de nationale ploeg. Na een intermezzo onder Jan De Brandt, kreeg Marc Spaenjers in '96 de mogelijkheden om een ploeg uit te bouwen met het oog op kwalificatie voor de Olympische Spelen in 2000.
...

In het seizoen '94-'95 was Dominiek Baeyens een jaar coach van de nationale ploeg. Na een intermezzo onder Jan De Brandt, kreeg Marc Spaenjers in '96 de mogelijkheden om een ploeg uit te bouwen met het oog op kwalificatie voor de Olympische Spelen in 2000. Een kwalificatie voor het EK '99 in Wenen had Belgium op goede weg kunnen zetten en meteen het Belgische volleybal eindelijk een nieuwe impuls kunnen geven. "De nationale ploeg maakt altijd veel meer los dan gelijk welke Europese prestaties van een club", weet ook Baeyens. De plannen van voorzitter Philip Berben waren heel ambitieus, maar de kwalificatiewedstrijden voor het EK in Wenen die de nationale ploeg intussen achter de rug heeft, verliepen dramatisch. Na een spectaculaire 0-3 zege in Nederland eind december '97 volgde in een groep met verder nog Finland, Bulgarije, Tsjechië en Turkije het ene verlies na het andere. Indien in de resterende wedstrijden, in juni in Finland en in juli thuis tegen Nederland, niet twee keer wordt gewonnen, zakt de nationale ploeg naar de B-groep. En in dit geval zal het nog vier jaar duren voor zich een nieuwe kans op een EK voordoet. Ook Baeyens is verrast door de prestaties van de nationale ploeg. "Voor aanvang van de EK-campagne stonden misschien voor de eerste keer in de geschiedenis van de nationale ploeg de structuur en de omkadering helemaal op punt. Er waren een professioneel trainer en een hulptrainer, er stond een medische structuur, er was een scoutingsysteem, een programma dat niet kon worden verbeterd. De internationals stonden van mei tot eind september ter beschikking, meer kan men toch niet verlangen. Dan vind ik het verschrikkelijk verrassend en zeer verontrustend dat men zo is afgegaan."EEN PROBLEEM VAN REKRUTERINGHij ziet niet meteen redenen voor die afgang, al gaat hij niet helemaal akkoord met Jan De Brandt die vindt dat er gewoon te weinig Belgisch talent rondloopt. "We lopen niet over van talent, dat is waar. Maar anderzijds heb je toch een lichting Roex- Reymen- Barthels, die met hun club wel meedraaien in de Europese top en die nu toch op de top van hun mogelijkheden zouden moeten staan. Ik vind vooral dat het een fysiek probleem is, dat de Belgische volleyballers tekortschieten in de combinatie lengte-kracht-lenigheid-snelheid." Dat heeft volgens Baeyens weinig of niks met de trainingsaanpak te maken. "De rekrutering in ons land is gewoon veel kleiner. Als je ziet hoeveel en hoe snel jonge spelers in Nederland kunnen doorstromen naar de eredivisie. Daar vinden ze veel gemakkelijker jongeren van twee meter, bij ons moeten we echt al gaan zoeken naar iemand die aan het profiel beantwoordt." Hij kan niet ontkennen dat de clubs ook danig falen in het jeugdwerk. Alle centen zijn nodig voor de eerste ploeg, in de jeugd wordt nauwelijks of niet geïnvesteerd. Ook niet meer bij Roeselare, dat een paar jaar geleden nochtans een ambitieus jeugdplan naar voren schoof. Baeyens: "Dat klopt. Uit die jeugd heb ik vorig jaar jonge talenten als Stijn Coene en Frederique Lievens in de kern opgenomen. Maar die jongens studeerden nog, niet-universitair hoger onderwijs, konden overdag niet trainen. En toen we contact opnamen met hun school zei hun directeur botweg: ze moeten kiezen. Maar ik ga niet zeggen: word profvolleyballer. Dus kon Frederique Lievens maar twee keer per week komen trainen, en dan moest hij nog brossen. Het illustreert hoe moeilijk dat jeugdwerk is. Ik heb mij ook bij Zellik twee jaar met de jeugd beziggehouden, maar ook daar lag de rekrutering heel moeilijk. Op de dertig die er binnenkwamen, weet je al bijna vooraf dat er uit atletisch oogpunt alleen misschien maar één in aanmerking komt. Maar dan heb je wel in dertig spelers geïnvesteerd. In andere landen komen er misschien honderd, is de statistische kans groter dat je er een topper uithaalt. Maar het blijft merkwaardig natuurlijk dat van de lichting die een paar jaar geleden nog vierde of vijfde op het Europees Kampioenschap juniores eindigde, alleen Wout Wijsmans en Frank Depestele overblijven." F.B.