Meer Vlamingen spreken Frans dan Walen Nederlands. De wrevel die daarover aan deze kant van de taalgrens al eens opwelt, wordt niet weggenomen door de uitleg dat het voor Nederlandstaligen meer loont Frans te leren dan voor Franstaligen Nederlands, omdat het Frans meer internationale uitstraling heeft. Het excuus irriteert om twee redenen: het is een poging de ongelijkheid te bestendigen door haar te rechtvaardigen, en het bevat enige waarheid.
...

Meer Vlamingen spreken Frans dan Walen Nederlands. De wrevel die daarover aan deze kant van de taalgrens al eens opwelt, wordt niet weggenomen door de uitleg dat het voor Nederlandstaligen meer loont Frans te leren dan voor Franstaligen Nederlands, omdat het Frans meer internationale uitstraling heeft. Het excuus irriteert om twee redenen: het is een poging de ongelijkheid te bestendigen door haar te rechtvaardigen, en het bevat enige waarheid. Nederlandstaligen vertegenwoordigen een minuscuul deel van de wereldbevolking en hun taal wordt, behalve in de Lage Landen, haast nergens nog gesproken. Ooit hebben ze zich over alle werelddelen verspreid, maar dan verslapten de banden met de overzeese taalgenoten en kwijnden de restjes Nederlands buiten Europa langzaam weg. Zelfs binnen de Europese Unie tellen Nederlandssprekenden nauwelijks nog mee. Hun taal speelt vrijwel geen rol op bestuursniveau en valt vroeg of laat helemaal uit de boot wanneer de Unie beslist het aantal officiële talen in haar organen te beperken. Het is waar, de reikwijdte, de invloed en de overlevingskansen van het Frans zijn groter. De tijd is daarom rijp voor fundamentele vragen. Nu het Nederlands nog bestaat en de strijd om het behoud ervan tegen het oprukkende Frans de Vlamingen nog vers in het geheugen ligt, moet de vraag gesteld worden waarom deze taal zou moeten voortbestaan. Is het zinvol de strijd voort te zetten, nu tegen het Engels? Meer algemeen gesteld: waarom moeten kleine talen blijven bestaan? De Babelse verwarring maakt deze al zo onstabiele planeet niet makkelijker te besturen. Wat zou het bezwaar zijn tegen minder talen?HET NEDERLANDS BESCHERMT DE EIGEN CULTUUR NIETHet bezwaar is de onvermijdelijke schraalheid en armoede van een eengemaakte wereldcultuur. De moderne technologie heeft van de aarde één levensgemeenschap gemaakt waarin alleen taalverschillen nog een barrière vormen tegen een algemene versmelting van de culturen. Door de communicaties te bemoeilijken, houden de talen de verschillende culturen enigszins gescheiden en geven ze hen de kans zich volgens eigen originele lijnen te ontwikkelen. Talen zijn bovendien niet slechts willekeurige codes om informatie door te geven, het zijn bewuste vormgevingen van de werkelijkheid waarin het leven zich afspeelt, en als zodanig zijn ze zelf gestalten van de culturen. Omdat geen enkele taal de menselijke mogelijkheden uitput, is het belangrijk dat hun aantal groot is. Veelheid en verscheidenheid zijn noodzakelijk voor alles wat leeft, niet alleen voor het menselijke leven. De natuur telt miljoenen soorten planten en dieren en dankt aan die overvloed haar vitaliteit en veerkracht. Elke vermindering van de biodiversiteit maakt een ecologisch systeem armer en kwetsbaarder. Wat voor bossen en savannes geldt, is voor mensen niet minder waar. De mensheid heeft haar tradities, religies en talen nodig, zoals de natuur haar geuren, vormen en geluiden. Het zou een illusie zijn, of zelfs een contradictie, te geloven dat men onbeperkt gedachten kan uitwisselen en toch onveranderd zichzelf kan blijven. Uitwisselen is altijd ook verschillen uitwissen. Om te vermijden dat de aarde één homogene brij wordt, moeten de communicaties dan ook beperkt blijven. De natuur remt de contacten af door elke genetische uitwisseling tussen de soorten onmogelijk te maken. Individuen van verschillende soorten kunnen geen nakomelingen voortbrengen die zelf weer vruchtbaar zijn, zodat de soorten hun karakteristieke kenmerken bewaren. Menselijke culturen hoeven zo radicaal niet te werk te gaan, maar moeten zich toch indijken. Talen zijn daartoe het enige resterende middel. Een paradoxaal probleem duikt echter op. Kleine talen die door hun aantal het meest bijdragen tot de diversiteit, functioneren minder goed om die diversiteit in stand te houden dan de grote. De alledaagse problematiek van het Nederlands illustreert de moeilijkheid. Terwijl Franstaligen overal Frans spreken, ook buiten het eigen taalgebied, schakelen Vlamingen vlot over op de vereiste vreemde taal. Een librairie in Parijs heeft alleen Franstalige boeken in de rekken staan, een boekhandel (of book shop) in Antwerpen heeft boeken in vier talen in voorraad. Britten en Amerikanen spreken nergens ter wereld een andere taal dan de hunne, maar een Vlaming heeft geen keuze, hij moet het Engels beheersen. Hij kan niet eens behoorlijk in zijn moedertaal studeren. Handboeken moleculaire biologie of lasertechnologie bestaan niet in het Nederlands. Aristoteles, Archimedes of Euclides werden nooit integraal in het Nederlands vertaald, laat staan Einstein, Darwin of Bergson. Onze taal is te klein. Niet zozeer omdat ze te weinig gebruikers telt, maar omdat zij te weinig biedt. Daardoor beschermt het Nederlands de eigen cultuur niet, zoals het Frans doet. In de plaats van de interculturele communicaties te beperken, leidt een zo kleine taal tot een meertaligheid die de contacten juist bevordert. Voor wie vier talen spreekt, gaat de wereld wijd open, hetgeen ongetwijfeld een verrijkende ervaring voor de betrokkene is, maar niet noodzakelijk een weldaad voor de wereld.HET NEDERLANDS MOET GROTER EN AUTONOMER WORDENIn elk geval plaatst de beperktheid van hun taal de Nederlandstaligen voor een dilemma. Om hun kleine taal te kunnen behouden en toch op alle domeinen actief te zijn, moeten zij zich ook van andere talen bedienen en krijgt hun cultuur een kosmopolitisch karakter. De bestaansreden van talen, vooral van kleine talen, is echter dat ze het ontstaan van één wereldcultuur beletten. Op die manier neemt het Nederlands zijn eigen reden van bestaan weg. Het bevordert wat het moest helpen voorkomen. Uiteindelijk kan het Nederlands zijn voortbestaan maar verantwoorden en redden, door "groter" en autonomer te worden. Het moet zijn geringe numeriek gewicht compenseren door genoeg substantie te bevatten om aan alle behoeften te voldoen. Het moet de eigen cultuur kunnen voeden, onderhouden, vernieuwen, en minstens zoveel innovaties exporteren als importeren. Dit taalgebied moet aan alle hedendaagse stromingen en debatten deelnemen en zelf nieuwe op gang zetten. Pas dan kunnen ook Nederlandstaligen zich de gebondenheid aan eigen taal veroorloven die hen nu ten onrechte bij anderen ergert.DOOR GERARD BODIFEE