Leopold II (1)

Erik Raspoet geeft een goed beeld van de rivaliteit tussen België en Congo ('Ons koloniaal verleden', Knack nr. 19) Leopold II heeft afschuwelijke misdaden op zijn geweten, maar landen zoals Groot-Brittannië hebben nog veel lelijker huisgehouden in hun kolonies. De standbeelden van Leopold II weghalen, is een absurd idee. Leopold II behoort tot de geschiedenis van België, standbeelden weghalen is de geschiedenis vervalsen.
...

Erik Raspoet geeft een goed beeld van de rivaliteit tussen België en Congo ('Ons koloniaal verleden', Knack nr. 19) Leopold II heeft afschuwelijke misdaden op zijn geweten, maar landen zoals Groot-Brittannië hebben nog veel lelijker huisgehouden in hun kolonies. De standbeelden van Leopold II weghalen, is een absurd idee. Leopold II behoort tot de geschiedenis van België, standbeelden weghalen is de geschiedenis vervalsen. Het artikel vermeldt ook dat wordt overwogen om een plein in Lumumbasquare om te dopen. De rivaliteit tussen de 19 Brusselse gemeenten is in deze aangelegenheid lachwekkend. Voor zover ik me kan herinneren was en is Lumumba een Congolese aangelegenheid, zelfs al heeft België bij zijn dood mogelijk een vuile rol gespeeld. Als er Lumumbasquares en -pleinen moeten worden gedoopt, dan is dat in Congo en niet in België. Hadden we onlangs niet hetzelfde verhaal over Cyriel Verschaeve? Het verleden van die man was niet volgens iedere Belg heldhaftig. Maar net zoals Lumumba behoort Cyriel Verschaeve tot de geschiedenis. Het is nu te laat om die te willen veranderen.André Cassiers, Brasschaat Is de onwetendheid over ons koloniale verleden de schuld van het onderwijs? Misschien deels wel. Een reden te meer om standbeelden van 'foute' leiders te laten staan. Als we alle 'foute' standbeelden zouden moeten weghalen, is er overigens nog een hoop werk. Als we Leopold II weghalen en vergeten, zijn Afrikaanse activisten die menen ons een geweten te moeten schoppen werkloos. Maar dan is er nog altijd Roetpiet. Gunther Ginckels Bij mijn generatie was het alvast zo dat bij de overstap naar het middelbaar onderwijs zo hoog mogelijk werd gemikt ('Is ongelijkheid in het onderwijs wel een probleem?', Knack nr. 19). Zelf heb ik Latijn-Wetenschappen gedaan. Vooral op het einde van het lager middelbaar heb ik veel jongens zien uitstappen. Ik ben bang dat er nog niet veel veranderd is. Ouders willen nog steeds het liefst een bureaujob voor hun kinderen en laten ze daarom desnoods afstuderen in de BSO-richting 'kantoor'. Ook al zijn ze dan wegens hun gebrekkige talenkennis vaak niet geschikt voor een administratieve baan. Voor handenarbeid halen velen de neus op. Volkomen onterecht. Wat is er mis met de bouw? Er is een groot tekort aan bouwvakkers, lassers, elektriciens, loodgieters, enzovoorts. De industrie schreeuwt om technici van niveau A2. Garages vinden geen automonteurs meer. Hoog tijd dat er wat verandert. De VDAB moet dringend een tandje bijsteken om mensen om te scholen tot bouwvakker, chauffeur, schipper binnenvaart en soortgelijke banen.Eddy Lauwers, Bornem In wat de heer Van de Voorde zegt, kan ik me volledig vinden ('Waar is Hendrik Bogaert in godsnaam mee bezig?', Knack nr. 19). Lang leve het Rijnlandmodel, laten we het koesteren. En is het zo'n ramp als iemands etiquette andere regels oplegt in de omgang met de andere sekse? En ja, CD&V, blijf trouw aan jezelf, wees fier op het middenveld en staar je vooral niet blind op wat andere partijen prediken. Zij die met dedain over 'Gutmenschen' spreken, verdienen zoveel aandacht niet. Vera Jacobs, Merksem 'De conflicten laten uitrazen': is dat de oplossing wanneer bij ontwikkelingshulp alles in het honderd loopt, de partner zich in vadsige afhankelijkheid installeert of de goedbedoelde inzet boycot en alle toeleveringen verkwanselt ('De vraag van 116 miljard', Knack nr. 18)? Maakt dat dan een einde aan de schrijnende problemen? Voelen we ons dan gesust? En vergeten we dan niet om eens goed na te denken over wat we wilden bereiken en hoe we dat aangepakt hebben? Anders dan noodhulp, waarvan het effect wel duidelijk meetbaar is, lijkt ontwikkelingshulp vaak een bodemloos vat: doelstellingen worden door lokale omstandigheden slechts gedeeltelijk of helemaal niet gerealiseerd. Alleen een hechte lokale coördinatie van ngo's, privédonoren, bilaterale en multilaterale samenwerking is in staat om voldoende ondersteuning te bieden. Helaas lopen de verschillende partners elkaar soms letterlijk voor de voeten. Johan Vandendriessche, Brugge Ik kan akkoord gaan met de stelling van de heer Van Bladel dat een zonnebril evenzeer nodig is als zonnecrème: beide beschermen lichaam en ogen en kunnen gezondheidsproblemen voorkomen (Factchecker, Knack nr. 18). Maar als je een bril met speciale multifocale glazen hebt, kost een aangepaste zonnebril je makkelijk honderden euro's en daarvoor krijg je geen noemenswaardige tussenkomst van de ziekenfondsen. Een zonneklep over je gewone bril plaatsen kan helpen, maar dat geeft na zekere tijd krassen op je glazen. We hebben zonlicht nodig, onder meer voor de aanmaak van vitamine D, maar een te grote en te lange blootstelling aan de zon leidt tot gezondheidsproblemen. Een sensibiliseringscampagne om mensen te stimuleren een zonnebril te dragen lijkt me dan ook geen slecht idee. Als tegenover de aanschaf van een degelijke zonnebril een even degelijke financiële tegemoetkoming zou staan, zullen meer mensen ertoe worden overgehaald een zonnebril te dragen. Paul Van Herck Nederland fietsland ('5 vragen over fietsongevallen', Knack nr. 18)? Wat mij vorig jaar opviel tijdens onze fietstocht door Friesland, was hoe weinig Nederlanders met een fietshelm of hesje rondreden. Alsof ze er nog nooit van gehoord hadden! Bewust omgaan met je eigen (fiets)veiligheid is nochtans van het allergrootste belang. Misschien ligt hier wel de oplossing voor minder fietsdoden? Johan Brusselaers Herman Leo Van Breda was een van mijn hoogleraren ('De smokkelaar van de filosofie', Knack nr. 18). Ik promoveerde in1959 als 25-jarige in Leuven aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, waar pater Van Breda zijn Husserl-Archief had ondergebracht. Hij doceerde eveneens middeleeuwse wijsbegeerte en was een meester in de interpretatie. Typisch voor hem was het koperen plaatje op zijn voordeur: Herman Van Breda, minderbroeder-hoogleraar. Zelfvergroting gecompenseerd door humor en ironie. Hij was inderdaad onbevreesd en durfde het aan naar communistisch Polen te gaan om er deel te nemen aan een filosofisch congres. Waar de meestal katholieke Poolse filosofen zich beperkten tot de formele logica om niet met de overheid in conflict te gaan, stak pater Van Breda zijn minachting voor het dogmatisme van de partijleden niet onder stoelen of banken. Bij zijn terugkomst vertelde hij in geuren en kleuren over zijn interventies. Uiteraard mochten partijleden niet van de hun voorgeschreven tekst afwijken. Hij vond er plezier in allerlei vragen te stellen om vast te stellen dat zij vergeefs probeerden in hun reeds voorgelezen teksten antwoorden op die vragen te vinden. Op zeker ogenblik, zo ging het gerucht, wilden partijleden hem in verlegenheid brengen door hem mee te tronen naar een bordeel. Gewaarschuwd door bevriende Poolse studenten verscheen Van Breda aan zijn deur in zijn franciscaanse pij. Nu waren het de partijleden, die zich niet in het openbaar met een ongeschoeide pater durfden te vertonen, die in verlegenheid werden gebracht en het feest ging niet door. Pater Van Breda kon heel charmant zijn, maar hij kon ook uit zijn slof springen, vooral bij (vermeend) onrecht. Hij mocht dan als franciscaan de gelofte van gehoorzaamheid hebben afgelegd, de verhouding met zijn klooster, een boogscheut van het Instituut verwijderd, was op zijn zachtst gezegd dubieus. Hij aanvaardde dat hij in het klooster hoorde te wonen, maar had naast zijn studeerkamer ook een woon- en slaapruimte in het Instituut, waar hij meestal verbleef 'als bewaker van het archief'. Pater Herman Van Breda was een kleurrijk figuur. Tegenover mij heeft hij zich steevast een goede vriend en een grote steun getoond, professioneel zowel als in mijn persoonlijk leven. Paul Mercken, gepensioneerd docent filosofie (Universiteit Utrecht) In 'Orban jaagt Amnesty International op' (Knack nr. 19) staat verkeerdelijk dat Julia Ivan de voorzitter is van Amnesty Hongarije. Ze is evenwel de directeur. Onze excuses. De redactie