Ik maak geen grappen meer over Griet Op de Beeck. Het is me even geleden beginnen te vervelen, en de mensen die ik ermee dacht te amuseren waren er nog iets vroeger al wel klaar mee. Zij is ondertussen toch weer aan haar volgende bestseller aan het schrijven. Maar ik moet weer aan Op de Beeck denken nu ik de essaybundel Genoeg nu over mij van Marja Pruis lees.
...

Ik maak geen grappen meer over Griet Op de Beeck. Het is me even geleden beginnen te vervelen, en de mensen die ik ermee dacht te amuseren waren er nog iets vroeger al wel klaar mee. Zij is ondertussen toch weer aan haar volgende bestseller aan het schrijven. Maar ik moet weer aan Op de Beeck denken nu ik de essaybundel Genoeg nu over mij van Marja Pruis lees. De vorige bundel van Pruis, schrijfster en journaliste bij het weekblad De Groene Amsterdammer, vond ik fantastisch. Zonder enig voorbehoud: ik gaf dat boek vijf of zes keer aan goede vrienden cadeau. In Kus me, straf me, dat in 2011 ook op de shortlist van de AKO stond, schreef ze op een geestige, intelligente, originele en vooral persoonlijke manier over literatuur. Maar dat zijn allemaal containerbegrippen die lukraak kunnen worden gebruikt, en ik bleef me afvragen waarin de essays van Pruis in de feiten verschilden van de cultuurcolumns die Griet Op de Beeck jarenlang in De Morgen heeft geschreven. Ook die waren in ieder geval schaamteloos persoonlijk, en haar associaties waren ook best origineel. Ze schrijven allebei over banaliteiten, terwijl dat bij Pruis diepzinnig en interessant klinkt, en bij Op de Beeck aanstellerig. Waarom? Enkel omdat Pruis met duurdere namen strooit? Dat is nu, min of meer, beslecht. Genoeg nu over mij is - ik gaf het al twee keer cadeau voor er zelf in te zijn begonnen - teleurstellend in vergelijking met wat ik mij van Kus me, straf me herinner. Als iets slecht is, vallen de verschillen veel sneller op. Terwijl Op de Beeck zich verzuipt in sentimentaliteit, is Pruis in haar nieuwe bundel vaak gewoon heel erg vervelend. Het treurigste wat ik las, was Waarom vrouwen niet grappig zijn. Schreef Pruis vroeger amusant over de verschillen tussen mannen en vrouwen, dan doet ze dat nu op een drammerige, of in ieder geval storende manier. Dat denk ik: ik durf Kus me, straf me nooit meer te herlezen. Hoewel, soms is ze nog altijd even geestig - ik kan helaas niet zo snel een voorbeeld vinden dat hier zou overleven. Maar af en toe denk je dat ze zomaar wat Angelsaksische auteurs aan elkaar schrijft met een flauwe anekdote over zichzelf ertussen. Er staan essays in die helemaal niet in een boek thuishoren: de gesprekjes die ze met haar dochter over Beyoncé heeft, hoefden echt niet voor de eeuwigheid te worden bewaard. Over Griet Op de Beeck valt veel te zeggen, maar die columns van haar heeft ze tenminste nooit gebundeld. Door PETER CASTEELSDe gesprekjes die Pruis met haar dochter over Beyoncé heeft, hoefden echt niet voor de eeuwigheid te worden bewaard.