Knack wordt 50. De redactie vroeg aan (voormalige) medewerkers en andere prominente stemmen naar hun ervaringen met het blad.
...

Hoe hebt u Knack leren kennen? Eva De Roo: Mijn vader is journalist bij De Tijd, dus er slingerde bij ons thuis vaak wel een Knack rond. Wij deden daar van alles mee - onze Playmobil-forten opsmukken bijvoorbeeld - behalve lezen. Zoals het hoort bij gezonde kinderen. Ook toen ik ouder werd, voelde ik nooit de drang om Knack te lezen. Maar een jaar geleden ben ik dan toch gezwicht voor een abonnement. Al moet ik toegeven dat ik vooral Knack Focus heel graag lees. Hun muziekinterviews zijn zeer straf: ze zijn mee met de nieuwste platen en artiesten en vaak hebben ze ook mensen geïnterviewd die ik zelf ga ontmoeten bij Stubru. Het is een heel degelijk, maar tegelijk toegankelijk blad. Meestal zie ik één artikel dat ik graag wil lezen, maar voor ik het weet, is het hele boekje uit. Knack zelf past iets minder bij het hippe imago van Stubru? De Roo: Dat klopt, al hoeft het voor mij zeker niet hip te zijn. Maar voor de meeste Knack-artikels moet je toch even gaan zitten. Die lees je niet snel tussendoor op de metro. Ik doe Knack niet vaak open, maar ik ben nooit teleurgesteld als ik het wel doe. De portretten van politici vind ik vaak sterk, in Knack lees je wat vaker het menselijke verhaal achter diegenen die constant in de actualiteit zitten. Ook de iets filosofischere aanpak van bepaalde thema's kan ik wel smaken. En af en toe is er zo'n artikel waardoor ik echt geraakt word. Zo herinner ik me een heel sterk interview met de vrouw van Panamarenko. Maar weet je waar ik echt blij om ben? Dat we van Trump af zijn, want die stond toch iets te vaak op de cover van Knack. Ik draaide die nummers altijd om, zodat ik niet op zijn hoofd hoefde te zitten kijken. Ons zoontje is trouwens zot van Knack: hij trekt hem altijd van de salontafel en begint hem dan te verslinden - letterlijk. In 2015 werd u geïnterviewd voor de reeks 'Generatie Nu' in Knack Focus. De Roo: Dat was mijn allereerste interview. Ik was het wel gewend om zélf interviews af te nemen, dus ik hield de lippen zo veel mogelijk stijf op elkaar, want ik wilde niet dat mensen te veel over mij te weten zouden komen. Dat interview heeft zeker vijf, zes uur geduurd en het leek wel een gesprek bij de psycholoog. Journalist Geert Zagers leek niet te geloven dat alles in mijn leven zo goed en normaal was. Nadien vreesde ik dat hij me supersaai zou vinden. En een dag later stuurde ik hem nog een sms met allerlei ideeën: dat ik het wél belangrijk vond om op de barricades te staan, voor het klimaat bijvoorbeeld. En dat mijn broer een beperking heeft, waardoor ik toch wat extra geëngageerd ben. Enzovoort. Hij vroeg me of we toch nog eens opnieuw konden praten, en nadien hebben we nog een extra interview van een uur gedaan, om het een en ander recht te trekken. Dat eerste interview was dus wel een bijzondere ervaring: ik moest over een bepaalde angst heen. Die reeks 'Generatie Nu' ben ik trouwens altijd blijven volgen: het is tof om al die jonge, heerlijk idealistische mensen bezig te horen, met hun energie die eraf spat.Vorig jaar schreef u ook een stukje voor het jaaroverzicht van Knack. Kreeg u veel reacties? De Roo: Ik had op Instagram iets gepost over hoe ik de zomerfestivals had gemist en daar kwamen zeer veel reacties op. Adjunct-hoofdredacteur Karel Degraeve had dat gelezen en wilde dat ik ook zoiets schreef voor Knack, wat ik met veel plezier heb gedaan. Veel reacties heb ik daar niet op gekregen, ik vermoed dat mijn vriendenkring iets te jong is voor Knack. Mijn vader had het wél gelezen en was een tikkeltje teleurgesteld over mijn schrijfstijl: volgens hem had ik toch wat meer mijn best mogen doen voor Knack. ' (lacht)