Hebt u veel in vastgoed belegd?

LUC VANDEWALLE: Zoals de meeste Belgen hebben mijn vrouw en ik zo snel mogelijk een woning gebouwd. Vervolgens hebben we heel geleidelijk een vermogen opgebouwd, zodat er uiteindelijk ruimte kwam om een appartement aan zee te kopen. Dat was de kers op de taart, al beschouw ik dat zelf niet als een goede belegging. Een tweede verblijf is leuk, maar eigenlijk kun je beter een appartement huren. Het huurrendement van een buitenverblijf is pover en eigenlijk moet je vooral rekenen op een meerwaarde op het moment dat je het verkoopt, wat ik niet van plan ben.
...

LUC VANDEWALLE: Zoals de meeste Belgen hebben mijn vrouw en ik zo snel mogelijk een woning gebouwd. Vervolgens hebben we heel geleidelijk een vermogen opgebouwd, zodat er uiteindelijk ruimte kwam om een appartement aan zee te kopen. Dat was de kers op de taart, al beschouw ik dat zelf niet als een goede belegging. Een tweede verblijf is leuk, maar eigenlijk kun je beter een appartement huren. Het huurrendement van een buitenverblijf is pover en eigenlijk moet je vooral rekenen op een meerwaarde op het moment dat je het verkoopt, wat ik niet van plan ben. VANDEWALLE: De gezinswoning en het tweede verblijf vertegenwoordigen ongeveer 10 procent van mijn vermogen. Daarnaast is er nog een beleggingsportefeuille, met 45 procent obligaties en 35 procent aandelen. Sinds mijn vertrek als ceo van ING België heb ik nog participaties opgebouwd in zeven ondernemingen. Zo blijf ik nauw betrokken bij de ontwikkeling van verschillende bedrijven. VANDEWALLE: Dat ben ik nooit geweest: dan val je terug op de gemiddelde aandelenkoers van een heleboel aandelen, terwijl ik veel liever individuele aandelen beoordeel. Intussen laat ik mijn beleggingsportefeuille beheren door een private banker, maar vroeger stelde ik zelf een portefeuille samen van ongeveer dertig 'goedehuisvaderaandelen': aandelen van nutsbedrijven, zoals elektriciteitsleveranciers en telecombedrijven. Op de lange termijn doorstaan zulke bedrijven de economische cycli nog het best. Daardoor heb ik de resultaten van mijn aandelenportefeuille nooit nauwgezet opgevolgd. Goede aandelen moet je lang aanhouden en laten meedrijven op de golven van de economie. VANDEWALLE: De omstandigheden hebben mij daartoe gedwongen. Negen jaar geleden is mijn dochter overleden en in 2010 heb ik mijn vrouw verloren aan kanker. Omdat we ons vermogen samen hebben opgebouwd, wilde ik dat mijn vrouw zou weten wat ermee zou gebeuren. Amper zes weken voor haar overlijden hebben we nog de nodige schenkingen gedaan. Dat is natuurlijk heel zwaar, maar het was verkeerd geweest om dat niet te doen. VANDEWALLE: Ik heb eens converteerbare obligaties gekocht van General Motors die ik met veel verlies heb moeten verkopen. Elke belegger maakt dat vroeg of laat mee: je mag vooral niet te lang aarzelen om je verlies te nemen. Maar het belangrijkste leergeld heb ik betaald aan het begin van mijn carrière. Ik kocht regelmatig aandelen. Ik was jong en dynamisch, en ik was er rotsvast van overtuigd dat mijn aandelen alleen maar in waarde zouden stijgen. Toen mijn vrouw en ik wilden bouwen en geld nodig hadden voor een bouwgrond was ik verplicht om mijn aandelen te verkopen. Op dat moment waren de aandelenkoersen met meer dan 20 procent gezakt. Daar heb ik mijn lesje wel geleerd. VANDEWALLE: Om te luisteren naar het advies van mijn ouders door vanaf het begin van mijn carrière geld opzij te zetten. Ik spaarde niet alleen voor mijn pensioen, maar ik besefte ook heel goed dat er gigantisch veel kan mislopen. Je kunt een appeltje voor de dorst goed gebruiken zodra je ziek wordt of je werk verliest. Je hoeft daarom nog geen boterham minder te eten, maar je moet je uitgaven toch aanpassen naargelang van de inkomsten. Wie een veel te dure auto koopt, loopt het risico om in geldnood te raken.