Iemand moet het maar eens natrekken, maar het is in ons land op zijn minst ongebruikelijk dat alle regeringspartijen tegelijk een pandoering krijgen, zoals dat vorige zondag het geval was. Dat kan erop wijzen dat er op de achtergrond toch veel meer heeft gespeeld dan alleen maar de ergernis over een "incident" met dioxine in het voedsel. Vooral verliezers in het CVP-kamp stelden het op de verkiezingsavond graag zo voor: als het niet van die kippen was geweest, er zou niets aan de hand zijn.
...

Iemand moet het maar eens natrekken, maar het is in ons land op zijn minst ongebruikelijk dat alle regeringspartijen tegelijk een pandoering krijgen, zoals dat vorige zondag het geval was. Dat kan erop wijzen dat er op de achtergrond toch veel meer heeft gespeeld dan alleen maar de ergernis over een "incident" met dioxine in het voedsel. Vooral verliezers in het CVP-kamp stelden het op de verkiezingsavond graag zo voor: als het niet van die kippen was geweest, er zou niets aan de hand zijn. Voor wie de geschiedenis van de voorbije kabinetsperiode kent, is dat toch een beetje te gemakkelijk. Rechtsfilosoof Koen Raes hield twee weken geleden in een gesprek voor dat de politiek graag werkt aan een samenleving zoals ze die zou willen - en niet zoals ze werkelijk is. CVP-voorzitter Marc Van Peel verwoordde dat gevoel zondagavond treffend: al dat geroep om verandering was, volgens hem, nauwelijks meer dan gebakken lucht. Een uitspraak geheel naar het beeld van de zelfgenoegzame campagne die zijn partij voerde. Het is een vergissing die een partij met zoveel wortels in de maatschappij niet zou mogen maken. Waarnemers van het rumoerige leven in de Wetstraat hebben er nog voor jaren een kluif aan om te proberen te achterhalen hoe de CVP haar op het oog zo riante uitgangspositie van enkele maanden geleden alsnog uit handen gaf. De nederlaag maakt de partij voor het eerst in zeer lange tijd niet meer echt noodzakelijk voor de uitoefening van de macht. Dat de christen-democraten in het Vlaamse Parlement toch nog op het nippertje de grootste partij blijven, is daarbij nauwelijks een troost. Ter vergelijking: bij de verkiezingen van 1978, goed twintig jaar geleden, haalde de CVP nog ruim 40 procent van de stemmen. Er vielen zondag al harde woorden in het partijgebouw. Het zal even duren voor de kruitdamp er is opgetrokken - en het duidelijk wordt wat de CVP wil en wie ze daarvoor uitstuurt. Normaal gesproken was daarom een uitgelezen moment voor een voorzichtig maar ambitieus paars programma naar Nederlands voorbeeld. Toen Louis Tobback in januari al de deur voor die mogelijkheid dichtklapte, verkeek hij tegelijk de kans om de SP na het Agusta-proces een andere richting uit te sturen: die van een open sociaal-democratie die niet gebouwd is op angst. Toch was dat toen en nu de enige kans voor die partij om nog ooit een rol van betekenis te spelen. Het is niet uitgesloten dat Guy Verhofstadt dezer dagen alsnog probeert om de paarse kaart te trekken. Hij is verstandig genoeg om te beseffen dat een aangeschoten CVP gevaarlijk wild is. Tobback en SP-voorzitter Fred Erdman lieten al weten dat ze de weg vrijmaken voor een generatie jongere socialisten. Academici die de SP genegen zijn, vertelden overigens al voor de verkiezingen onder vier ogen dat er, wat hen betreft, met de Verhofstadt van 1999 best te praten valt. Ze komen met hun conclusie rijkelijk laat; de verkiezingsuitslag maakt een simpele demarche in die richting ondertussen zo goed als onmogelijk.Maar de kiezer gaf de sleutel van het beraad dus in handen van de liberalen, en hij maakte het ze daarbij niet gemakkelijk. Het programma dat Verhofstadt in gedachten heeft, vraagt om een stabiele regering die tijd krijgt en wat schokken kan verdragen. Hij begint bovendien met een handicap van formaat: als de rekening van de dioxinecrisis is betaald, is meteen ook het grootste deel van de ruimte weg die de voorbije jaren met zweet en tranen op de begroting was geschapen. Bovendien mogen het gecijfer over een nieuwe coalitie en de aandoenlijke groene vreugdedansen niet doen vergeten dat extreem-rechts ondertussen rustig verder doorbrak in veel grote en middelgrote Vlaamse steden. Het illustreert perfect de mislukking van het stedelijk beleid dat de aftredende regering na de verkiezingen van 1995 wou opzetten, precies als antwoord op het fenomeen. Met Agalev aan de ene en het Blok aan de andere kant wordt er zo, ondanks de versnippering van het politieke landschap, onderhuids toch langzaam en vaag een tweedeling zichtbaar. Met enerzijds, laten we zeggen, partijen met een meer behoudsgezinde en, anderzijds, groepen met een meer vooruitstrevende kijk op de maatschappij van vandaag. Eigenlijk had Guy Verhofstadt zijn keuze tussen die twee al gemaakt. De vraag is nu opnieuw wie er met hem meewil.Hubert van Humbeeck