Leo Vindevogel zat voor de Tweede Wereldoorlog in de Kamer, en was van 1941 tot 1944 de oorlogsburgemeester van Ronse. Dat kostte hem, als enige parlementslid, de dood met de kogel.
...

Leo Vindevogel zat voor de Tweede Wereldoorlog in de Kamer, en was van 1941 tot 1944 de oorlogsburgemeester van Ronse. Dat kostte hem, als enige parlementslid, de dood met de kogel. Op veel genade kon Vindevogel niet rekenen tijdens zijn proces. Vindevogel gaf zichzelf op 3 september 1944 aan, overtuigd van zijn onschuld. Hij had beklemtoond zijn ambtte willen 'beperken tot een louter zakelijk beheer'. Toch beschuldigde het gerecht hem bij zijn arrestatie onder meer van landverraad, verklikking en het organiseren van verplichte milities. Hij werd een Duitse functionaris en een nazi genoemd. Een rist getuigen draafde op om hem aan de galg te praten: vooral Ronsenaars die familie verloren hadden in Duitse kampen. Het proces dat volgde, werd door jurist Hendrik Vuye tijdens de boekpresentatie neergehaald: 'Dit was geen proces, maar een gerechtelijk misdrijf.' Ook oud-Kamerlid Jan Verroken, die destijds het proces als verslaggever volgde, spreekt van een 'persoonlijke wraakmoord'. Zowel Verroken als Vuye wijst naar de stadssecretaris van Ronse: Robert Delobel. Eind 1942 wordt Delobel ontslagen omdat hij te zeer tegen de Nieuwe Orde is. Wellicht is er meer aan de hand, want na de oorlog wordt hij veroordeeld voor afpersing en diefstal. Bij zijn terugkeer naar Ronse is dat nog niet bekend. Delobel laat zich triomfantelijk in een open wagen door de stad rijden. Onmiddellijk doorzoekt hij het stadsarchief en het kantoor van Vindevogel, op zoek naar bezwarend materiaal. Dat maakt hij over aan de voorzitter van de krijgsraad, de partijdige Julien Dubois. Dubois eist zelfs van de verdediging dat ze een voor Vindevogel ontlastend document intrekt. In maart 1945 veroordeelt de krijgsraad Vindevogel tot een verrassend mild levenslang. Desondanks gaat de verdediging in beroep, net als het Openbaar Ministerie. Wanneer Vindevogel in april 1945 voor het krijgshof verschijnt, keren net duizenden landgenoten terug uit de kampen - of juist niet. Voorzitter Fernand Haus (die in februari 1945 ook de doodstraf voor Irma Laplasse had uitgesproken) krijgt te horen dat zijn zoon het leven heeft gelaten. Na één procesdag en een beraad van twintig minuten wordt Vindevogel ter dood veroordeeld. Het Hof van Cassatie verwerpt een ultiem beroep, een genadeverzoek bij prins-regent Karel lost niets op: 'Rejet.'Vindevogel krijgt steun van amper zeven parlementsleden, onder wie de socialisten Camille Huysmans en Eugène Soudan, als socialistisch burgemeester van Ronse een politieke opponent van Vindevogel. Toch getuigde Soudan bij zijn terugkeer uit Buchenwald dat geen enkele stadsgenoot Vindevogel had aangewezen als schuldige voor hun aanhouding en hun deportatie. Die verklaring werd achtergehouden en pas ná uitspraak van het arrest toegevoegd aan het dossier. Dus verscheen Vindevogel voor het executiepeloton. Huysmans sprak van een 'formidabele stommiteit'. Soudan zei in de Kamer: 'U zult met mij walgen om het ontzettend lage peil waarop ons gerecht gevallen is.' Verguisd en vermoord door zijn (Ronsese) politieke tegenstanders, nadien op een voetstuk gezet en van alle zonden ontdaan in Vlaams-nationalistische kringen: Leo Vindevogel belichaamt het naoorlogse non-debat over amnestie en collaboratie. Daarom is het Verstraetes grote verdienste dat hij Vindevogel niet zwart-wit benadert. Zo stipt de auteur aan dat Vindevogel al in 1926 sneerde over kromgegroeide 'Jodenvingers'. En in 1944 klonk het nog altijd euforisch: 'Hitler is nooit mis geweest en zal het nu ook niet zijn.' Ook Vuye vindt het verkeerd om de man als een heilige neer te zetten: 'Vindevogel was het slachtoffer van een systeem op drift. De rechtsstaat had de aberraties moeten tegengaan. Dat is niet gebeurd.' Pieter Jan Verstraete, Leo Vindevogel, biografie, 672 blz., ISBN 978-90-7949-704-1, te bestellen via pieterjan.verstraete@skynet.beDOOR SIMON DEMEULEMEESTER