In het begin van de 19e eeuw woonden er nauwelijks Joden in België. In 1817 telde Brussel amper 200 Joden. In 1830 leefden er 2500 tot 3000 in het hele land. Vandaag de dag zijn in België 30.000 tot 40.000 Joden gevestigd. De meesten zijn Asjkenazische Joden. Hun gemeenschappen zijn hoofdzakelijk ontstaan door drie migratiegolven die onze regio's overspoelden vanaf de tweede helft van de 19e eeuw.
...

In het begin van de 19e eeuw woonden er nauwelijks Joden in België. In 1817 telde Brussel amper 200 Joden. In 1830 leefden er 2500 tot 3000 in het hele land. Vandaag de dag zijn in België 30.000 tot 40.000 Joden gevestigd. De meesten zijn Asjkenazische Joden. Hun gemeenschappen zijn hoofdzakelijk ontstaan door drie migratiegolven die onze regio's overspoelden vanaf de tweede helft van de 19e eeuw. De eerste grote migratiegolf kwam in 1885 op gang. Tussen 1885 en 1914 ontvluchtten 2 miljoen Joden de pogroms en de slechte economische omstandigheden in het toenmalige Russische Rijk. Rusland was niet bepaald mild voor zijn Joodse gemeenschap: in 1791 al had tsarina Catharina de Grote hen verplicht voor een periode van 125 jaar te leven in tjserta's: afgebakende en streng bewaakte woonzones in Polen, de Baltische staten en Wit-Rusland. Moskou was zelfs expliciet verboden terrein voor Joden. In België steeg het aantal Joden tussen 1880 en 1914 van 10.000 tot 40.000. Tijdens de Eerste Wereldoorlog nam hun aantal af. Belgische Joden die waren geïmmigreerd uit Oostenrijk-Hongarije, de toenmalige vijand van België, vluchtten naar het neutrale buurland Nederland. Een deel van hen waren diamantairs. De socialist Camille Huysmans haalde ze in 1919 uit Scheveningen en Londen terug, om de positie van Antwerpen als het wereldcentrum van de diamant veilig te stellen. In het interbellum groeide de Joodse gemeenschap weer aan, met een nieuwe golf van Asjkenazische Joden, die deze keer uit Polen en Roemenië kwamen. Polen maakte een zware economische crisis door. Extreem nationalisme en antisemitisme staken er de kop op. 'De Polen kregen het antisemitisme toen met de moedermelk mee', aldus een Belgische Jood. Bovendien hadden de Poolse en Roemeense universiteiten een numerus clausus voor Joodse studenten ingevoerd. Een derde golf van Asjkenazi's overspoelde ons land vanaf 1933, toen Adolf Hitler aan de macht kwam, en vanaf 1938, na de Anschluss van Oostenrijk bij het Derde Rijk. Volgens schattingen van de historicus Frank Caestecker vestigden zich in de jaren 1938 en 1939 20.000 tot 25.000 Joodse immigranten in ons land. Net voor de Tweede Wereldoorlog bereikte de Joodse aanwezigheid in België daarmee haar hoogste piek: er woonden hier naar schatting 65.000 tot 70.000 Joden. De Sefardische Joden vormen een minderheid in België. De 'Turken van Antwerpen': zo noemen de Antwerpse Joden de Sefardische Joden rond 'de synagoge van de Portugese ritus'. Sefardische Joden zijn afkomstig uit enkele landen rond de Middellandse Zee: Italië, Spanje, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Ze hebben hun eigen rites. Een deel van hen zijn inderdaad Turkse Joden uit de Griekse stad Thessaloniki, die tijdens de Grieks-Turkse oorlog van 1821-1822 naar onze streken afzakten en er een synagoge stichtten. Ook Brussel heeft een Sefardische synagoge. De Joden die de synagoge bezoeken, zijn vooral 'Congolese Joden': Joden die na de Tweede Wereldoorlog terugkeerden uit Congo. Joden die oorspronkelijk op het eiland Rhodos hadden gewoond, vestigden zich vanaf het eind van de 19e eeuw in Congo, om er mee te draaien in de bloeiende economie. De Joden die na de onafhankelijkheid in 1960 in Congo bleven, sloegen op de vlucht in 1973, toen de Zaïrese president Mobutu tal van bedrijven nationaliseerde. Ook zij kwamen in Brussel terecht. De vreemde eend in de bijt is wellicht de liberale Israëlitische gemeenschap van Brussel. Die zeer actieve groep bestond aanvankelijk alleen uit Joodse Amerikanen, die werkten voor internationale organisaties in Brussel. Ondertussen hebben zich ook veel Belgische Joden bij de gemeenschap aangesloten. Haar leden hebben een erg moderne visie op de Joodse religie, met onder meer vrouwelijke rabbijnen. Het Consistorie erkent de liberale gemeenschap niet, maar ze krijgt wel subsidies van de Belgische staat.