In januari 2008 besliste de Brusselse raadkamer om 14 van de 35 beschuldigden in de zaak-KB Lux door te verwijzen naar de correctionele rechtbank. Daarna duurde het nog eens bijna een jaar, tot eind november 2008, voor ook het beroep tegen die doorverwijzing behandeld was door de kamer van inbeschuldigingstelling. De zaak-KB Lux is goed op weg de zoveelste nagel aan de doodkist van de Belgische justitie te worden. Het gerecht heeft te weinig middelen om ook een complex onderzoek op doortastende wijze tot een goed einde te brengen. Het resultaat is slag om slinger dat er in complexe...

In januari 2008 besliste de Brusselse raadkamer om 14 van de 35 beschuldigden in de zaak-KB Lux door te verwijzen naar de correctionele rechtbank. Daarna duurde het nog eens bijna een jaar, tot eind november 2008, voor ook het beroep tegen die doorverwijzing behandeld was door de kamer van inbeschuldigingstelling. De zaak-KB Lux is goed op weg de zoveelste nagel aan de doodkist van de Belgische justitie te worden. Het gerecht heeft te weinig middelen om ook een complex onderzoek op doortastende wijze tot een goed einde te brengen. Het resultaat is slag om slinger dat er in complexe zaken vaak wel recht wordt gesproken, maar uiteindelijk geen recht geschiedt. De zaak-KB Lux draait om belastingontduiking. De beschuldigden zijn cliënten van de bank, maar ook Remi Vermeiren, de voormalige directievoorzitter van KBC, en Damien Wigny, destijds de directievoorzitter van KB Lux. De bankiers wordt verweten dat ze hun cliënten hielpen om fondsen aan het oog van de fiscus te onttrekken. De beschuldigingen luiden schriftvervalsing, het gebruik van valse stukken, fiscale fraude en bendevorming. De zaak kreeg destijds veel aandacht omdat ze voor een groot stuk gebaseerd was op mistige microfiches die door balorige ex-werknemers van KB Lux aan het Belgische gerecht waren doorgespeeld, waardoor niet-aangegeven buitenlandse tegoeden van Belgische belastingplichtigen aan het licht kwamen. Voor de fiscus - en daar is het tenslotte toch allemaal om te doen - wordt het vrijwel zeker een maat voor niets. Verschillende van de fiscale rechtszaken tegen cliënten die op de microfiches genoemd werden, zijn al met een sisser afgelopen: in vrijwel alle gevallen oordeelde de rechter dat de microfiches geen geldig bewijs waren. 'Voor de zaken die nog hangende zijn, is het weinig waarschijnlijk dat de rechter anders zal oordelen', zegt advocaat Filip Goddevriendt van Oyenbrugge, hoofdredacteur van de fiscale nieuwsbrief Idefisc. Zelfs als het strafproces wel in veroordelingen zou uitmonden. En dat laatste is weinig waarschijnlijk. In de zaak tegen de Franse industrieel Pineau-Valencienne besloot de rechter in 2005 - elf jaar na het begin van het onderzoek - om het te houden bij een loutere schuldigverklaring. Er kwam geen straf, omdat de rechtbank zelf vond dat de redelijke termijn was overschreden. Ook in de zaak rond de Boelwerf (15 jaar) werd geoordeeld dat de redelijke termijn was overschreden. En mocht de rechter in de zaak-KB Lux een andere koers varen, geeft Goddevriendt nog aan, dan is er nog altijd de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg, dat een strenge interpretatie geeft aan het begrip 'redelijke termijn'. Overheden die aanvoeren dat complexe zaken ook veel werk vragen, krijgen altijd het deksel op de neus: volgens het Hof moet elk land er maar voor zorgen dat zijn justitieel apparaat voldoende bemand en uitgerust is om snel en degelijk werk te leveren. Luc Baltussen