Toen het kleine Slovenië (twee derde van de oppervlakte van België, 2 miljoen inwoners) dit voorjaar als voorzitter van de Europese Unie werd aangeduid, was dat een hoogst symbolische én tactische keuze. Symbolisch, omdat Slovenië het eerste land was van de nieuwe toetredingslanden (2004) dat die honneurs mocht waarnemen. Slovenië had in ijltempo zijn centraal geleide economie omgeturnd tot een voorbeeldige vrije markt voor kmo's. De inflatie en het begrotingstekort blijven binnen de perken, de groei is redelijk fors (6 procent en meer), de stabiele wisselkoers liet toetreding tot de Eurozone toe vanaf 2007.
...

Toen het kleine Slovenië (twee derde van de oppervlakte van België, 2 miljoen inwoners) dit voorjaar als voorzitter van de Europese Unie werd aangeduid, was dat een hoogst symbolische én tactische keuze. Symbolisch, omdat Slovenië het eerste land was van de nieuwe toetredingslanden (2004) dat die honneurs mocht waarnemen. Slovenië had in ijltempo zijn centraal geleide economie omgeturnd tot een voorbeeldige vrije markt voor kmo's. De inflatie en het begrotingstekort blijven binnen de perken, de groei is redelijk fors (6 procent en meer), de stabiele wisselkoers liet toetreding tot de Eurozone toe vanaf 2007. Maar ook tactisch, want de grote lidstaten volgen een heel eigen agenda. Slovenië, en daarvoor Portugal, moest een buffer vormen tussen Duitsland en Frankrijk. Grote landen zijn belabberde voorzitters, de nationale belangen primeren te vaak op de Europese visie. Duitsland hield het formeel: het vierde begin 2007 de 50e verjaardag van de Unie. Intussen keek kanselier Angela Merkel de kat uit de boom want Frankrijk stond voor cruciale presidentsverkiezingen. Nicolas Sarkozy heeft nu zijn wittebroodsweken achter de rug en maakt zich op om de grandeur van zijn land te herstellen: 'Tegen eind dit jaar moet de EU een handvest hebben voor milieupolitiek, energievoorziening, veiligheid en bestuur.' Het administratieve werk laat hij uiteraard over aan de kleintjes. Slovenië dus. Kleine landen zijn vaak gehaaide diplomaten: geen initiatief opdringen, maar de groten in de waan laten dat zij, en niemand anders, historische stappen hebben gezet. Dat parcours heeft Slovenië foutloos afgelegd. Het ex-Joegoslavische buitenbeentje vertrok met vijf prioriteiten. Een politieke doorbraak in de westelijke Balkan, de ratificatie van het Hervormingsverdrag, interculturele dialoog, klimaat en energie, en het Lissabonproces (de ambitie om 's werelds meest competitieve economie te worden tegen 2010). Eigenlijk kon Ljubljana nérgens een initiatief nemen, maar het heeft dat geweldig verhuld. Tekenend was de lentetop in Brussel. Minister van Buitenlandse zaken Dimitri Rupel liet er alle landen zonder tegenwoord uitrazen. Zijn besluit: het Lissabonproces is op de goeie weg. Iedereen blij, geen man overboord. Eenzelfde beeld voor de andere thema's. Kosovo is onafhankelijk, maar het was niet Slovenië dat het voorbeeld gaf. De EU-voorzitter stemde op een diefje in met de erkenning, enkele weken nadat het gros van de Unie al ja had gezegd. Het onderschreef het associatieverdrag met Servië, zodat zittend president Boris Tadic simpel won van de ultranationalisten. Voor de hervorming van de instellingen kijkt premier Janez Jansa gewoon uit naar de uitslag van het referendum in Ierland op 16 juni. En het Europees Parlement zal wel uitmaken of de 'terugkeerrichtlijn voor illegalen' onverkort wordt overgenomen. Energie hangt toch af van Rusland. Moskou had met Hongarije, Bulgarije en Servië al afzonderlijke overeenkomsten afgesloten. Slovenië komt dus ongeschonden uit zijn voorzitterschap. Zonder écht te bewegen. Dat is de kosten, 62 miljoen euro, best waard. Lukas De Vos