INFO : De auteur is directeur van de denktank VKW Metena.
...

INFO : De auteur is directeur van de denktank VKW Metena. Wanneer binnen enkele decennia de economische geschiedschrijving aan de passage over het Zilverfonds toe is, zal die allesbehalve vleiende commentaar bevatten voor de direct betrokken beleidsverantwoordelijken. We denken vooral aan de socialistische boegbeelden Johan Vande Lanotte, toekomstig SP.A-voorzitter en geestelijke vader van het Zilverfonds, en de huidige minister van Pensioenen Bruno Tobback, evenals de Waalse liberaal Didier Reynders, de minister van Financiën. 'De hogepriesters van de cultus van de lege doos', zo zou een accurate omschrijving van deze excellenties kunnen luiden. Even het geheugen opfrissen. De paars-groene regering Verhofstadt I hield in 2001 het Zilverfonds boven de doopvont. Bedoeling was om in dit fonds gelden te stoppen die de kosten van de vergrijzing voor de periode 2010-2030 zouden helpen opvangen. Eind 2004, zo moet blijken uit het jongste jaarverslag, beschikt het Zilverfonds over een spaarpot van 13,2 miljard euro. Dit bedrag mag dan indrukwekkend klinken, de naakte realiteit is en blijft dat het Zilverfonds in essentie een lege doos of een virtuele realiteit blijft. De meest hallucinante illustratie van het lege-doosprincipe dook op naar aanleiding van de overname van het Belgacom-pensioenfonds in 2003, een operatie goed voor 40 % van de middelen waarover het Zilverfonds beschikt. Dit pensioenfonds kwam in het vizier van de regering toen bleek dat ze afstormde op een lopend begrotingstekort van méér dan 1 % van het bbp. Om dat alsnog om te zetten in een klein surplus eigende de overheid zich het pensioenfonds van Belgacom toe. De activa vervat in dat pensioenfonds beliepen ruim 5 miljard euro, die de federale overheid gebruikte om haar lopende rekeningen te voldoen. Tegelijk wees de regering deze 5 miljard toe aan het Zilverfonds. Elke euro uit het Belgacom-pensioenfonds werd dus twee keer gebruikt. De neiging om zoiets als een bedrieglijke praktijk te omschrijven, valt moeilijk te onderdrukken. Maar het verhaal stopt hier niet. De overheid diende uiteraard ook de passiva van het pensioenfonds van Belgacom, zijnde de toekomstige pensioenverplichtingen ten aanzien van de werknemers, over te nemen. Die verplichtingen staan nu ingeschreven bij die andere, niet-ingedekte pensioenverplichtingen die de Belgische overheid in de komende decennia zal moeten ho-noreren. De verwerving van het Belgacom-pensioenfonds en de verzilvering van de activa aanwezig in dat pensioenfonds helpen dus geenszins de hoge toekomstige pensioenkosten te dragen. Integendeel, de toekomstige pensioenproblematiek is als gevolg van die operatie nog hachelijker en moeilijker geworden. Alle operaties die de overheid uitvoerde om het Zilverfonds te spijzen, bevinden zich in de sfeer van de cultus van de lege doos. Hoe ernstig kun je een overheid nemen die beweert reserves te hebben voor de betaling van de vergrijzingfactuur, maar ondertussen niet kan verdoezelen dat haar schulden die reserves volledig opsouperen? Vorige week stond in Knack uitvoerig beschreven hoe onze overheid de voorbije jaren gebouwen verkocht om met de opbrengst ervan de lopende uitgaven in evenwicht te houden. Een betere illustratie van kortetermijnpolitiek die indruist tegen het algemene belang op langere termijn valt nauwelijks te vinden. Of misschien toch wel: de cultus van de lege doos die het Zilverfonds ondubbelzinnig is. n JOHAN VAN OVERTVELDT