Bea Cantillon: Eind jaren tachtig heeft de regering de heropleving van de economie gebruikt voor een 'retour au coeur', een inhaalbeweging van de uitkeringen. Dat is nu veel minder gebeurd. De jongste twintig jaar is de stijging ervan tien procent minder groot dan de stijging van het gemiddelde loon en het gemiddelde inkomen. Wie van een uitkering leeft, ziet de kloof met wie werkt dus vergroten en zijn welvaart eroderen. Voor gezinnen waarvan het gezinshoofd werkloos is en geen andere inkomsten heeft, neemt de bestaansonzekerheid drastisch toe. Een verhoging van de uitkeringen is dus billijk en noodzakelijk.
...

Bea Cantillon: Eind jaren tachtig heeft de regering de heropleving van de economie gebruikt voor een 'retour au coeur', een inhaalbeweging van de uitkeringen. Dat is nu veel minder gebeurd. De jongste twintig jaar is de stijging ervan tien procent minder groot dan de stijging van het gemiddelde loon en het gemiddelde inkomen. Wie van een uitkering leeft, ziet de kloof met wie werkt dus vergroten en zijn welvaart eroderen. Voor gezinnen waarvan het gezinshoofd werkloos is en geen andere inkomsten heeft, neemt de bestaansonzekerheid drastisch toe. Een verhoging van de uitkeringen is dus billijk en noodzakelijk. Maar de zaak is ingewikkelder dan de eenvoudige ruil tussen ofwel belastingverlaging ofwel uitkeringsverhoging die sommigen ons voorhouden. Er zijn namelijk complicaties voor wat men de 'werkloosheidsvallen' of de 'afhankelijkheidsvallen' noemt. Het gaat om het verschil tussen een uitkering en de laagste lonen voor arbeid. Als dat verschil te klein is, verdwijnt de drang om te gaan werken. En helaas daalt in onze kenniseconomie de waardering van de markt voor laaggeschoolde arbeid. Daardoor zijn ook de minimumlonen tien procent achterop gebleven bij de andere lonen. Het verschil met de sociale minima is niet groot.De regering heeft die afhankelijkheidsvallen teruggedrongen, maar als ze de uitkeringen verhoogt, doet ze dat werk weer teniet. De redenering is bijna wreedaardig : 'We weten dat je met je uitkering niet rond komt, maar we kunnen ze niet verhogen omdat we willen dat je gaat werken.' Het juiste evenwicht vinden, is een delicate maar essentiële opdracht voor de 'actieve welvaartsstaat', die tegelijkertijd een behoorlijke sociale bescherming wil bieden en de activiteit vergroten.Cantillon: Het moet in elk geval een streefdoel blijven. Uit werkgelegenheidscijfers worden vaak overhaaste conclusies getrokken. Het is minder dan een jaar geleden dat men sprak over een onoplosbare schaarste op de arbeidsmarkt en over de noodzaak om nieuwe migratiestromen op gang te brengen. Is de stijging van de werkloosheid een rechtstreeks gevolg van de slechtere conjunctuur, dan kan ze ook snel weer omslaan. Is ze van structurele aard, hebben we grotere problemen. Het grote structurele knelpunt voor de actieve welvaartsstaat blijft de lage activiteitsgraad bij de ouderen. Ook nu weer leidt het verlies van banen in de eerste plaats tot een afvloeiing van oudere werknemers. Voor dit fenomeen blijft het beleid machteloos. Cantillon: De herrie rond het verhogen van de vervroegde uitstapleeftijd in het onderwijs is vooral ontstaan door de lamentabele communicatie en het gebrek aan inlevingsvermogen van de beleidsverantwoordelijken. Als mensen op basis van een bestaande regeling plannen hebben gemaakt voor het volgende jaar, doorkruis je die niet door van de ene dag op de andere die regeling af te schaffen. Het is evident dat zoiets omzichtig en met een redelijke overgangsperiode moet gebeuren. Aan de felle reactie van het personeel merk je hoezeer brugpensioen normaal wordt gevonden. Zeker in een periode waarin heel wat ondernemingen hun deuren sluiten, is het aanbieden van brugpensioen de weg van de minste weerstand, waarvan zowel werkgevers als vakbonden te gretig gebruik maken. De samenleving blijft zitten met een massa niet-werkenden, die zowel financieel als psychologisch een probleem vormen. Want al voelen sommige 55-plussers zich uitgeblust, er zijn er ook velen die willen blijven werken. Het is niet voor iedereen prettig om op zijn 55ste te vernemen dat hij niet meer nuttig is.Cantillon: Het Zilverfonds is in feite een instrument om te verhinderen dat de huidige generatie overmatig consumeert op kosten van de toekomstige. Dat vereist in de eerste plaats dat de overheidsschuld afgebouwd wordt, zodat de kosten van de vergrijzing die op ons afkomt niet worden gehypothekeerd door te hoge afbetalingen. Maar in de slechte economische omstandigheden van vandaag, en met mogelijk een nieuw begrotingstekort, zullen we daarin weinig vooruitgang boeken. Wellicht had men de economische groei van de voorbije jaren beter moeten benutten om de schuld af te bouwen. Indien de slechte conjunctuur langdurig blijkt te zijn, zullen net als na de belastingverlaging van 1989 de lasten weer moeten stijgen. Cantillon: De debatten over de fundamentele keuzen zullen in verscherpte vorm worden gevoerd, en als niet alle partners aan hun trekken komen, zal de spanning oplopen. Anderzijds lijkt geen enkele Vlaamse meerderheidspartij belang te hebben bij vervroegde verkiezingen. Dat kan de nodige cohesie opleveren om de rit uit te doen. De VLD wil de grootste partij van Vlaanderen worden, op welke manier ook heb ik soms de indruk, maar die operatie is lang niet voltooid. Ook het project van de SP.A is niet af en de electorale uitgangspositie van de socialisten is niet sterk. De groenen hebben nog minder buit binnengehaald om mee uit te pakken. Bovendien is een wankel economisch klimaat niet optimaal voor verkiezingen. Cantillon: Karel De Gucht zal zich wel hoeden om te veel de oude liberale schaats te rijden. Hij wil dat de VLD de grootste wordt, en wil daartoe een brede centrumpartij vormen. De Gucht hanteert een dubbele strategie. De eerste is om via figuren als Johan Van Hecke en Reginald Moreels toegang te krijgen tot de linkse en de katholieke zijde. De tweede is de strategie van het zwijgen. De VLD wil zeker niet in de contramine tussen rechts en links terechtkomen. Dat is de reden waarom een kabinetsmedewerker van premier Verhofstadt moest opstappen nadat hij een nota had gemaakt over een eventuele privatisering van de gezondheidszorg. Het is de absurditeit ten top: een liberaal die wordt ontslagen omdat hij nadenkt over privatisering. Cantillon: De tweedeling tussen rechts en links tekent de lijn tussen wie de nadruk legt op de individuele verantwoordelijkheid en alle kansen wil geven aan de sterkeren, en wie vanuit het standpunt van de zwakkeren de nadruk legt op de solidariteit. Dit blijft een centrale breuklijn in de politiek, die in se gaat over de verdeling van de middelen. De VLD wil de centrumpartij worden die een synthese maakt tussen deze twee opties, maar ze heeft die cultuur niet en is er niet voor georganiseerd. Ze heeft geen standen of facties. De CVP is wel een echte centrum- of synthesepartij geweest, met een beperkt aantal duidelijk onderscheiden standen die soms tegengestelde belangen hadden maar ze meestal intern uitvochten en tot een synthese kwamen. De vraag is of zo een partij nu nog een kans maakt, omdat de wereld veel complexer is geworden. De traditionele CVP-standen omvatten niet langer alle maatschappelijke krachten. Ik voorzie een nieuwe polarisering tussen links en rechts, maar welke partijen in welk kamp terechtkomen, durf ik niet voorspellen. Ze willen allemaal in het centrum staan. Cantillon: De verwarring bij de kiezer moet totaal zijn, net als bij sommige politieke mandatarissen blijkbaar. Moreels die naar de VLD zou gaan, of ex-VU'ers die nog altijd twijfelen bij wie ze zullen aansluiten: de VLD, de SP.A of Agalev. Het toont aan hoezeer alle partijen naar elkaar zijn opgeschoven. Het inhoudelijke debat is verdrongen, de communicatie primeert op de inhoud. Vandaar dat Noël Slangen goed gedijt. Maar het hoeft niemand te verwonderen dat dit alles in het voordeel is van het Vlaams Blok, dat in tegenstelling tot de andere een heel duidelijk eigen profiel inneemt. De kiesdrempel van vijf procent zal daar niets meer aan veranderen. Er kan slechts een echte herverkaveling komen via een ander kiessysteem, zoals een of andere vorm van meerderheidsstelsel, maar dat is voorlopig een illusie. Cantillon: We zien in het algemeen een markante beweging naar meer marktwerking, tot in het hoger onderwijs toe. In de Europese context ontkom je daar niet aan. Door concurrentie, zo is de verwachting althans, vergroot je de efficiëntie en de productiviteit, je verlaagt de prijzen en misschien verhoog je de kwaliteit. Maar in de openbare dienstverlening kunnen deze principes alleen worden toegepast mits ze aan regels onderworpen worden. Publieke dienstverlening moet toegankelijk zijn, kwaliteit bieden en betrouwbaar zijn. De eis van de toegankelijkheid is nu aan de orde bij De Post, waar heel wat kleine postkantoortjes strikt economisch niet rendabel zijn, maar niettemin hun sociaal nut hebben. Ze is ook actueel in de gezondheidszorg, die op dezelfde wijze ten dienste moet staan van wie een laag en wie een hoog risico vertegenwoordigt. De kwaliteitseis is actueel in het onderwijs. Dat zou overal even goed moeten zijn. Want als je betere en slechtere instellingen hebt, bouw je automatisch een ongelijkheid in tussen wie de mogelijkheid heeft om naar de betere te gaan en wie niet. Betrouwbaarheid, wat ook veiligheid impliceert, is een andere cruciale opdracht, denk maar aan een dienst als de NMBS.Meer marktwerking in de publieke dienstverlening mag er niet toe leiden dat de overheid haar handen ervan aftrekt. Integendeel: ze moet eindtermen en regels opleggen, de naleving ervan controleren, en niet-rendabele activiteiten financieel steunen. We hebben een regisserende overheid nodig, maar op dat punt blijft ze fel in gebreke. Er is te lang het weinig heilzame debat voor of tegen privatisering gevoerd, en er is onvoldoende nagedacht over hoe concurrentie in de openbare diensten precies georganiseerd moest worden. Bij de ingrijpende Bologna-hervormingen in het hoger onderwijs is de overheid volledig afwezig. Waardoor op het veld een moordende concurrentie zonder spelregels heerst. Als we niet opletten, wordt het gedemocratiseerd onderwijs, een van onze grote verworvenheden, vervangen door een hoger onderwijs met twee snelheden.Cantillon: De tegenstanders voeren een achterhoedegevecht, zoals de tegenstanders van het vrouwenstemrecht zovele jaren geleden. Het feit dat EU-vreemdelingen mogen stemmen en zich verkiesbaar stellen, en het feit dat migrantenstemrecht met een gewone meerderheid kan worden ingevoerd, zullen ervoor zorgen dat het er veeleer vroeg dan laat komt. Er wordt ten onrechte een koppeling gemaakt met de snel-Belg-wet. Het is niet omdat iemand gemakkelijk Belg kan worden, dat wie dat níét wil maar hier toch geïntegreerd is niet zou mogen meestemmen over zijn eigen bestuur. De grond van het debat is eigenlijk de organisatie van de multiculturele samenleving: moeten allochtonen zich assimileren zoals in het Amerikaanse smeltkroesmodel, of is samenleving mogelijk met behoud van eigen identiteiten? Om het migrantenstemrecht tegen te houden, heeft men de naturalisatieprocedure vereenvoudigd. Met alle gevolgen van dien, want onze nationaliteitswetgeving is te soepel geworden en zet de deur open voor misbruiken. Maar dezelfden die het stemrecht wilden tegenhouden door een soepeler naturalisatieprocedure willen het nu tegenhouden door die naturalisatieprocedure opnieuw te verstrengen. Dat is een oneerlijke kringredenering. Koen MeulenaereBea Cantillon is directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid (Ufsia).