Brussel, 17 april 1958. - 'De wereld op mensenmaat bouwen' was de opdracht die de exposanten in 1954 van de Belgische regering hadden meegekregen. Maar toen de Exposition Universelle et Internationale haar deuren opende, was half Brussel verwoest - de vooruitgang laat zich niet tegenhouden.
...

Brussel, 17 april 1958. - 'De wereld op mensenmaat bouwen' was de opdracht die de exposanten in 1954 van de Belgische regering hadden meegekregen. Maar toen de Exposition Universelle et Internationale haar deuren opende, was half Brussel verwoest - de vooruitgang laat zich niet tegenhouden. 'Verbijstering, verwarring en bewondering zijn de indrukken die men overhoudt van het eerste uur op de Expo', schreef de verslaggever van het weekblad Panorama. 'De bezoeker van het Atomium huivert voor de grootheid der schepping. De mens van 1958 voelt zich een molecuul van de stoffelijke wereld, voortgedreven en levend buiten zijn eigen kracht, opgenomen in de oneindige kosmos als een ster, een stofdeeltje.' De grootste paviljoenen op Expo '58 waren - uiteraard - die van de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten. De Koude Oorlog was pas goed begonnen en beide supermachten hadden zwaar geïnvesteerd om elkaar te overtroeven. In het even plompe als gigantische gebouw van de Russen was de grote trekpleister een replica van de Spoetnik, 'de eerste kunstmaan'. In het futuristische Amerikaanse paviljoen, met veel 'moderne' materialen als plastic, polyester, formica en aluminium, vergaapten de bezoekers zich vooral aan de kleurentelevisie en een computer van IBM die de ingewikkeldste berekeningen kon uitvoeren en 'toch niet groter was dan een buffetpiano'. In de kranten stonden bloedstollende verhalen over zakkenrollers - een tot dan toe onbekende mensensoort - en de exorbitante prijzen van de geuze in het attractiepark La Belgique Joyeuse/ Vrolijk België: acht frank! De Nederlanders exposeerden tulpen, narcissen, hyacinten en vierentwintig stamboekkoeien, België stelde daartegenover de speciaal voor de Expo ontwikkelde chocolade Super Praliné. In het Kongolees Dorp waren 'echte zwarte negers' te bewonderen die, gehurkt voor hun 'negerhuttekens' en slechts door een bamboehaag gescheiden van de bezoekers, de godganse dag ebbenhouten beeldjes zaten te snijden. De lezers van De Standaard werd de raad gegeven 'koermadammen' die het Nederlands niet machtig waren ( 'deux francs pour monsieur, trois francs pour les dames') geen fooi te geven. Acht 'fairhostessen' die op het dak van Paviljoen 5 waren geklommen om te zonnebaden, trokken de aandacht van overvliegende helikopterpiloten en werden prompt ontslagen. Ach ja... de jaren vijftig. Piet Piryns