De afstand die ons scheidt van Rubens is misschien nog nooit zo klein geweest. Opkijkend naar zijn monumentale werken in kerken en musea komen we vaak niet veel verder dan een soort beate bewondering voor de perfecte afschildering van een onbereikbaar verre, mythologische en religieuze wereld. Nu we de mooiste van zijn zowat 450 op bescheiden formaat geschilderde olieverfschetsen in Rotterdam op ooghoogte en van dichtbij kunnen bekijken, spreekt de grote barokschilder ons rechtstreeks in nog ongekuiste termen aan, al had hij zelf niet de bedoeling om ze publiek te tonen.
...

De afstand die ons scheidt van Rubens is misschien nog nooit zo klein geweest. Opkijkend naar zijn monumentale werken in kerken en musea komen we vaak niet veel verder dan een soort beate bewondering voor de perfecte afschildering van een onbereikbaar verre, mythologische en religieuze wereld. Nu we de mooiste van zijn zowat 450 op bescheiden formaat geschilderde olieverfschetsen in Rotterdam op ooghoogte en van dichtbij kunnen bekijken, spreekt de grote barokschilder ons rechtstreeks in nog ongekuiste termen aan, al had hij zelf niet de bedoeling om ze publiek te tonen. Zijn geschilderde schetsen dienden enkel om zijn opdrachtgevers een voorbeeld te geven van wat hij voor hen wilde maken, hetzij om zijn eigen assistenten een houvast te geven of om voor zichzelf wat mogelijkheden uit te proberen. Ten slotte waren de schetsen ook bedoeld als modellen voor de ambachtslui die er gravures of tapijten naar maakten. We kijken naar precies dezelfde, lang vervlogen hoge wereld van goden, helden en heiligen als op de grote, puntgaaf geschilderde werken. Alleen staan de personages er nog goeddeels op afgebeeld zonder de staatsie die, op het afgewerkte product, de menselijkheid van hun trekken en de spontaneïteit van hun emoties niet meer zo zuiver tot hun recht laat komen. De ijskoude beheersing waarmee de doder zijn lans in de keel van het slachtoffer steekt, diens ontzetting en stervensgrimas: we worden er sneller en persoonlijker door getroffen dan door het besef dat we getuige zijn van het mythologische tafereel waarbij de Griekse held Achilles zijn Trojaanse rivaal Hector om het leven brengt. Op het wandtapijt dat ernaar gemaakt werd, is het net omgekeerd. Of neem de nachtelijke scène in het bos waarin een vluchtende moeder doodsbang naar achtervolgers uitkijkt terwijl ze haar armen beschermend om haar pasgeboren kind houdt: het eerste wat tot ons doordringt, is de angst, dan pas de duiding van het tafereel als De vlucht naar Egypte uit de Bijbel. En zo gaat het bij vrijwel alle olieverfschetsen: wat primeert, zijn de gemoedsbewegingen, ontzettend snel, uit de losse pols en soepel geschilderd. Voor Rubens moest ook telkens het hele gebeuren in beweging zijn, als iets wat zich hier en nu voor onze ogen afspeelt. Was zijn focus al schetsend niet zo uitgesproken gericht op emoties en bewegingen, dan zouden die op de definitieve versie van het schilderij misschien zijn verstard onder een overmacht aan decorum, praal en pracht. Wat Rubens en zijn tijdgenoten nog beschouwden als kladwerk, evenaart of overtreft in onze ogen vaak het eindproduct. In het onaffe herkennen we beter het pure scheppingsproces, het stadium waarin een kunstenaar vormgeeft aan een wereld in wording die niet zo ver afstaat van de onze omdat de tijdgebonden uiterlijkheden niet zo zwaar doorwegen. De olieverfschets, voorbode van het moderne schilderen, laat ook de poort wijd open voor poëtische gissingen om bij weg te dromen. Op de expo trof me van tientallen meters afstand een betoverend schilderijtje van een jongen in rode tuniek, in de wijde natuur rijdend op een paard met een mannentors. Twee standbeelden kijken aandachtig toe hoe de jongen zich stevig vastklampt aan de naakte borst van het dubbelwezen, dat bezorgd achteromkijkt. Op de voorgrond ligt een haas dood uitgestrekt. Een zo sterk beeld, in enkele bijna vloeibare bewegingen geschilderd, overstijgt ruim zijn inhoudelijke achtergrond ( De centaur Chiron onderricht Achilles). Ook voor Rubens moeten de verhalen uit de klassieke oudheid en de Bijbel vaak slechts alibi's zijn geweest om universele gevoelens tot leven te brengen in verf.