Opinie

Raoul Hedebouw (PVDA-PTB)

‘Loonsverhogingen zijn niet het probleem, maar net de oplossing voor de crisis’

Raoul Hedebouw (PVDA-PTB) PVDA-voorzitter

‘In tegenstelling tot wat sommigen beweren, wordt er vandaag niet te veel aandacht besteed aan de koopkracht van de werkende mensen, maar juist te weinig’, schrijft PVDA-voorzitter Raoul Hedebouw in de aanloop naar de nationale actiedag van maandag.

“We schenken te veel aandacht aan de koopkracht”, beweren de werkgeversorganisaties. De premier op zijn beurt heeft “geen begrip” voor zij die actievoeren voor hogere lonen en lagere facturen. Tijd voor een realitycheck.

“Ik ben weduwe, 47 jaar oud en heb twee kinderen. Met de stijgende levensduurte houd ik het hoofd niet langer boven water. Vroeger lukte het nog net, nu volstaat mijn inkomen niet langer om de uitgaven te dekken. Mijn inkomen bedraagt € 1550, maar mijn huur is al € 600 per maand en voor mijn autolening moet ik € 200 neertellen (mijn auto heb ik nodig om naar het werk te gaan). De prijs van een volle tank is sinds september gestegen van € 74 tot € 124 nu, en mijn maandelijkse gasrekening ging van €50 per maand naar € 145. Ik kan het niet langer bolwerken. Vorige week moest ik geld lenen van mijn ouders om de tandarts te kunnen betalen. Na jarenlang gewerkt te hebben, ben ik nu gedwongen mij in de schulden te steken, ik kan het niet meer aan.”

Dergelijke getuigenissen ontvangen we dagelijks. Ze staan ongetwijfeld in contrast met het leven in de salons van de Wetstraat. Maar voor steeds meer mensen is het de dagelijkse realiteit.

Een realiteit die zich ook in de cijfers van het laatste verslag van de Nationale Bank van België vertaalt: de reële lonen daalden de afgelopen twee jaar (met bijna 2% in 2021, met meer dan 2% in 2022). En dit is slechts een gemiddelde waar een veel hardere realiteit achter schuilgaat. De prijsstijgingen – die veel hoger zijn dan 2% – hebben immers in de eerste plaats betrekking op basisbehoeftes zoals energie, brandstof en basisgoederen: allemaal uitgaven die dagelijks zwaar op het gezinsbudget wegen en heel moeilijk kunnen worden uitgesteld.

In tegenstelling tot wat sommigen beweren, wordt er vandaag niet teveel aandacht besteed aan de koopkracht van de werkende mensen, maar juist te weinig.

Wat met het argument dat de automatische loonindexering “een historische loonhandicap” creëert, dat de werkgeversorganisaties van onder het stof halen? De feiten tonen iets heel anders. De Centrale Raad voor het Bedrijfsleven (CRB) berekende hoe de lonen in onze buurlanden tussen 1996 en 2019 vier procent méér stegen dan in België. Deze kloof in het nadeel van de Belgische lonen nam in 2020 en 2021 – dankzij ons mechanisme van automatische loonindexering – een beetje af, maar niet van die aard dat het de opgebouwde achterstand voor de Belgische lonen rechttrekt. Dit is bovendien slechts tijdelijk, aangezien de vakbonden zich overal in Europa mobiliseren om deftige loonsverhogingen af te dwingen. In Duitsland, Nederland, Groot-Brittannië, Italië, Spanje, Portugal: overal komt de werkende klasse op straat om hogere lonen te eisen. Zo eisen de Duitse staalarbeiders en hun vakbond IG Metall voor de komende maanden een loonsverhoging van meer dan 8%.

De ongemakkelijke waarheid is: vandaag zijn niet de lonen het probleem, wel de (historische) winstmarges. “Belgische bedrijven halen hoogste winstmarges ooit”, kopte de pers onlangs. Ze behoren tot de hoogste in Europa. De cijfers over de kosten van het Kapitaal spreken voor zich: de beursgenoteerde bedrijven alleen al boekten vorig jaar 21 miljard euro winst, de dividenden aan de aandeelhouders verdubbelden bijna, en de CEO’s van diezelfde grote bedrijven trakteerden zichzelf op salarisverhogingen van 14%.

De tegenstellingen zijn stuitend. Op een moment dat honderdduizenden gezinnen hun energiefactuur amper kunnen betalen, boekt Electrabel een uitzonderlijke winst van 1,9 miljard euro, waarvan 1,2 miljard als dividend naar de aandeelhouders van Engie gaat. Terwijl de slachtoffers van de overstromingen nog altijd moeten knokken om hun schade vergoed te krijgen, maken AG Insurance en Axa meer dan 750 miljoen euro winst. Laten we ook misschien de bewoners en het overwerkte personeel in de rusthuizen eens vragen wat zij ervan vinden dat Orpea 58 miljoen euro aan dividenden uitkeert aan de aandeelhouders? Of de huishoudhulpen, van wie het salaris nauwelijks boven de armoedegrens ligt, wat zij denken van de 47 miljoen euro winst voor de 20 grootste bedrijven in de dienstenchequesector? Hoezo, er is geen geld voor loonsverhogingen?

Dat loonsverhogingen de economie zouden schaden, is nog zo’n riedeltje dat het grootbedrijf graag bovenhaalt. In werkelijkheid is het net omgekeerd: het is door de lonen te blokkeren dat de economie vertraagt en recessie om de hoek loeren, zoals we onlangs in Griekenland zagen. De consumptie zal de komende jaren de belangrijkste motor van groei zijn, stelt de Nationale Bank van België in haar laatste Verslag. Dat brengt ons bij de tweede ongemakkelijke waarheid van het moment: wie raakt aan de lonen, verstikt de economie. De lonen zijn de zuurstof voor onze economie. Zij maken het mogelijk om te consumeren en de bestelbonnen van de bedrijven te vullen.

De druk rond de koopkracht van de werkende mensen neemt in het hele land toe. Op 20 juni komen de vakbonden op straat voor hogere lonen en lagere facturen. Het ziet ernaar uit dat het een mobilisatie wordt van een omvang die we sinds jaren niet meer hebben gezien. De boodschap is unaniem: de wet van 1996 moet dringend worden herzien. Het is tijd om de loonblokkering op te heffen en een einde te stellen aan een wet die voor de komende vier jaar een maximale reële loonstijging voorspelt van… 0%. Dat is onhoudbaar. Niet op economisch vlak, niet op sociaal vlak. Dat is de boodschap die de hele werkende klasse, haar vakbonden en haar politieke vertegenwoordiger uitdragen. Het is tijd dat deze boodschap gehoord wordt. En wel nu.

Raoul Hedebouw is PVDA-voorzitter en federaal volksvertegenwoordiger.

Partner Content