Waarom een gezondheidstaks een absolute noodzaak is

© getty
Trui Engels Journalist Knack.be

Verschillende gezondheidsinstanties roepen in het licht van de obesitascrisis steeds luider om de invoering van een gezondheidstaks op ultrabewerkte voeding. Hoe effectief is zo’n taks?

In 2015 voerde toenmalig minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) een suikertaks in via een verhoging van de accijnzen op frisdranken (11,92 eurocent per liter in 2018). Daarnaast onderhandelde ze met de voedingsindustrie het Convenant Evenwichtige Voeding, om de inname van calorieën met 5 procent te laten afnemen. Sindsdien is de Belg alleen maar dikker geworden en staat ons land op kop van Europese landen die de meeste frisdranken met suiker drinken. Hoe komt dat?

De hoeveelheid suikers en verzadigde vetten in voeding is dan wel afgenomen, het is allemaal nog steeds te weinig. Het aantal suikers in ontbijtgranen werd tussen 2012 en 2017 bijvoorbeeld met gemiddeld 5,8 procent gereduceerd, maar heel wat ontbijtgranen bevatten per 100 g soms tot 50 g suiker. Dan is 5 procent een druppel op een hete plaat. Bovendien is er geen onafhankelijke instantie die de resultaten van het Convenant evalueert.

Ook de frisdrankentaks is niet hoog genoeg. Een prijsverhoging moet al minstens 20 procent bedragen zodat de consument naar een gezonder alternatief grijpt. Zo’n taks moet bovendien samengaan met andere gezondheidsdoeleinden zoals het goedkoper maken van gezonde voeding en sensibilisering van de consument. Dat is nu niet het geval. 

Zowel gezondheidsinstituut Sciensano als het Vlaams Instituut Gezond Leven willen nog een stapje verder gaan en pleiten voor een zo breed mogelijke “gezondheidstaks” op alle ultrabewerkte voeding. De opbrengsten daarvan moeten integraal naar onbewerkte of minimaal bewerkte voeding gaan door bijvoorbeeld de btw van die producten te herleiden tot 0 procent. ‘Productprijzen moeten rekening houden met mogelijke gezondheidskosten van die producten op de langere termijn. Een taks brengt die kosten, verbonden met de consumptie van suikerrijke producten, mee in rekening’, aldus Gezond Leven.

Voorwaarde voor zo’n gezondheidstaks is dat het kadert binnen een breder preventief gezondheidsbeleid en dat socio-economische effecten continu worden opgevolgd. Mensen met een lager inkomen mogen immers niet in hun portemonnee getroffen worden. Uit een studie blijkt dat socio-economisch zwakkere bevolkingsgroepen hun gedrag sterker bijsturen dan andere groepen wanneer een taks gecombineerd wordt met een belastingvermindering op bijvoorbeeld fruit en groenten.

Ook de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is gewonnen voor een frisdrank-, suiker- en in het ideale scenario brede gezondheidstaks. Gezondheidstaksen kunnen volgens de WHO een strategische sleutelrol spelen in de strijd tegen welvaartsziekten die wortelen in ongezonde voedingskeuzes. Het is zeer waarschijnlijk dat een frisdrank- of ruimere gezondheidstaks zichzelf ruimschoots terugbetaalt. In extra gezonde levensjaren voor de burger, én maatschappelijk dankzij uitgespaarde medische kosten. Een vettaks, zoals in Denemarken werd ingevoerd en ook weer afgevoerd, ligt moeilijker omdat essentiële vetzuren belangrijk zijn in voeding en niet zomaar geëlimineerd kunnen worden.

Fevia, de federatie van de Belgische voedingsindustrie, vindt de gezondheidstaks een ‘schijnoplossing’ die jobs uit ons land zal doen verdwijnen, niet bijdraagt aan een evenwichtiger voedingspatroon en vooral de lagere inkomens zal raken. ‘Het is naïef te denken dat een taks op zogenaamde “ongezonde” voeding er automatisch voor zal zorgen dat burgers kiezen voor zogenaamde “gezondere” voeding’, zegt woordvoerder Nicholas Courant​. ‘In de realiteit zoeken ze naar gemakkelijke manieren om hetzelfde consumptiepatroon verder te zetten, bijvoorbeeld door dezelfde producten gewoon in Frankrijk, Nederland, Luxemburg of Duitsland te gaan kopen. Grensshoppen is helaas een harde realiteit in ons land: meer dan de helft van de Belgen woont op minder dan 50 kilometer van een grens. Consumenten kunnen ook gewoon overschakelen op andere goedkopere suiker- en/of vetrijke producten. Dat fenomeen staat bekend als het substitutie-effect. Ten derde tonen economische studies dat zulke taksen extreem regressief zijn en dus vooral de laagste inkomens treffen. Zij geven een groter deel van hun inkomen uit aan voeding en slagen er minder goed in om over te schakelen naar meer gevarieerde voeding.’

Wat wel, wat niet?

Grensshoppen is in het kleine België inderdaad een probleem. Een taks op Europees niveau zou effectiever zijn, maar is momenteel niet mogelijk vanwege de sterke lobby in Europa. Gezondheidsinstanties geloven echter dat een bottom-up aanpak de logge Europese tanker kan doen keren.

Een ander pijnpunt is de definitie van ultrabewerkte voeding. Over die omschrijving bestaat ook in de wetenschap discussie. Is een volkorenbrood waar een meelverbeteraar aan toegevoegd is ultrabewerkt? Ook een taks op basis van de Nutri-Score is een uitdaging. Sommige chipsvarianten krijgen soms een score C, terwijl kaas en roomboter zo goed als altijd in categorie D vallen, hoewel ze best passen in een gezond voedingspatroon. ‘Het is wetenschappelijk, fiscaal en politiek zo goed als onmogelijk om een goed onderbouwde keuze te maken rond welke producten wel of niet te taxeren’, zegt Nicholas Courant. ‘Er bestaat niet zoiets als inherent “gezonde voeding” of “ongezonde voeding”. Laten we dus beter focussen op een gezonde levensstijl en hoe we met slimme nudging-technieken burgers kunnen helpen om gezondere keuzes te maken. Als Belgische voedingsindustrie nemen we onze verantwoordelijkheid op. We willen consumenten laten genieten, maar helpen hen ook om gezond en evenwichtig te leven en hebben daarrond verschillende doelstellingen geformuleerd in onze recente duurzaamheidsroadmap. Wij pleiten voor een health-in-all-policies aanpak, dat vanuit verschillende beleidsdomeinen consumenten helpt kiezen voor een gezonde levensstijl. De voorbij jaren werkten we via het Convenant Evenwichtige Voeding aan producten met minder suikers, vetten en zout of meer vezels en vitamines, aan kleinere portiegroottes en aan een marketing die de consument richting gezondere keuzes motiveert. In de toekomst willen we die inspanningen waar mogelijk verderzetten en aanvullen met initiatieven waarbij we samen met de supermarkten en met de overheid consumenten motiveren om de gezonde keuzes te maken. We hopen om binnenkort te kunnen communiceren over die vernieuwde plannen.’

Voorbeelden uit het buitenland

Toch blijkt een suikertaks in het buitenland wel degelijk effect te hebben. Na de invoering van een taks in Mexico op gesuikerde dranken in 2014 (10 procent prijsstijging), daalde de consumptie er met 7,6 procent. Opvallend: bij kwetsbare groepen daalde het verbruik zelfs met 11.7 procent. Voorspeld wordt dat de taks op een termijn van 10 jaar 239.900 gevallen van obesitas zal voorkomen.

Een ander interessant voorbeeld is het Verenigd Koninkrijk, waar een graduele productietaks op gesuikerde dranken wordt geheven. De fabrikant betaalt een taks naargelang de hoeveelheid suiker in zijn producten. Die voelen consumenten niet per se in hun portemonnee. Om de belasting te vermijden, pasten vele frisdrankproducenten hun recept aan. 50 procent van de dranken werd minder gesuikerd. Het VK investeert de opbrengsten van de belasting in het aanzetten van schoolgaande kinderen om gezonder te eten en meer te bewegen.

Hongarije bewijst dat ook een bredere gezondheidstaks mogelijk is. Het land dankt er positieve, blijvende gezondheidsresultaten aan. Mensen consumeren bijvoorbeeld minder (voorverpakte) gesuikerde en overdadig zoute producten. Bovendien oogst de taks ook enkele onbedoelde resultaten zoals toegenomen kennis over gezonde voeding en toegenomen kookvaardigheden. Tot slot had de Hongaarse taks verhoudingsgewijs méér effect bij lager opgeleide groepen.

En zelfs in Noorwegen, waar de suikertaks opnieuw werd afgevoerd omdat ze geen succes was, hebben gezondheidsorganisaties ze opnieuw op de regeringstafel gelegd. Daar heeft men geleerd dat zo’n taks geen botte belastingmaatregel mag zijn, maar moet passen in een bredere gezondheidsstrategie.

Meer lezen over wat er in fabrieksvoedsel zit en wat dat betekent voor jou? Dat doe je op https://www.knack.be/dossier/weet-wat-je-eet/

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content