Opinie

Staf Henderickx

‘Ook voor de gezondheid van de hersenen is goede voeding cruciaal’

Staf Henderickx Huisarts en auteur 'Van Mammoet tot Big Mac' en 'Zit seks tussen de oren'

Ultrabewerkte voeding is geen individueel , maar een maatschappelijk probleem, schrijft huisarts Staf Henderickx.

Tijdens gesprekken met patiënten opperen ze dikwijls de bedenking: ‘dokter, als ik dement word, geef me dan maar een spuitje.’ De angst voor dementie is een spookbeeld dat menig mens tart. Om de kans op dementie te verkleinen tonen twee nieuwe studies aan hoe belangrijk het is om gezond te eten en wat de risico’s van ultrabewerkte voeding zijn.

Uit studies weten we al dat ultrabewerkte voeding de kans vergroot op obesitas, hart- en vaatzieketen, depressie en kanker. Uit een recente Braziliaanse en Chinese studie blijkt dat ultrabewerkt voedsel eveneens de kans op dementie vergroot. En cognitieve functies zoals taalvaardigheden gaan er zowiezo op achteruit.

De Chinese studie, gepubliceerd in het Amerikaanse tijdschrift Neurology, maakte gebruik van een Britse databank van 72.083 personen van 55 jaar of ouder, die bij aanvang vrij waren van dementie en ten minste twee keer 24-uurs dieetbeoordelingen verstrekten aan de UK Biobank studie. Gedurende de folow up van tien jaar ontwikkelden 518 deelnemers dementie, waarvan 287 de ziekte van Alzheimer ontwikkelden en 119 vasculaire dementie.

De consumptie van ultrabewerkt voedsel bleek duidelijk geassocieerd met een hoger risico op dementie, de ziekte van Alzheimer en vasculaire dementie. Bovendien merkten de onderzoekers dat het vervangen van 10 procent ultrabewerkte voeding door onbewerkte voeding gepaard ging met een risicodaling op dementie van 19 procent.

De Braziliaanse studie, gepresenteerd op de Alzheimer Association International Conference van 2022 in San Diego, volgde meer dan 10.000 Brazilianen gedurende 10 jaar. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers was 51 jaar. Aan het begin en het einde van het onderzoek werden cognitieve tests afgenomen, waaronder onmiddellijke en vertraagde woordherinnering, woordherkenning en verbale vloeiendheid. En tegelijk werd gevraagd naar hun voedingsgewoontes.

Coauteur van de studie, Natalia Gonçalves van de Universiteit van São Paulo Medical School, vat het resultaat samen: ‘Mensen die meer dan 20 procent van hun dagelijkse calorieën uit bewerkte voedingsmiddelen haalden, hadden een 28 procent snellere achteruitgang in globale cognitie en een 25 procent snellere achteruitgang in uitvoerend functioneren in vergelijking met mensen die gezond aten.’

Om dit even concreet te vertalen: iemand die 2.000 calorieën per dag eet, staat 20 procent gelijk aan ongeveer 400 calorieën. Wel, een kleine portie friet of een cheeseburger van McDonalds bevat in totaal 530 calorieën en dat betekent dus meer dan 20 procent.

Rudy Tanzi, professor in de neurologie aan de Harvard Medical School en auteur van de bestseller The Healing Self  (De zelfgenezing) gaf als commentaar op deze studies: ‘Het grootste gevaar van ultrabewerkte voeding is de overdaad aan suiker, zout en vet, die allen systeemontstekingen bevorderen. Omdat ze handig is als snelle hap, vervangt ze het plantaardig vezelrijk voedsel dat essentieel is voor het evenwicht van de triljoenen bacteriën in het darmmicrobioom en voor de gezondheid van de hersenen.’

 Als je weet dat in de Verenigde Staten 58 procent van de calorieconsumptie bestaat uit ultrabewerkte voeding, 56,8 in Groot-Brittannië, 48 procent in Canada en meer dan 30 procent in België, dan besef je hoe ernstig de situatie is in de westerse landen.

Natuurlijk is gezonde voeding niet het enige middel om de kans op dementie te verminderen. Beweging, voldoende slaap, positieve sociale contacten en een actief en creatief leven zijn andere pijlers om zo lang mogelijk gezond van lichaam en geest (lees hersenen) te blijven.

Als ik sommige patiënten wees op de nadelige effecten van hun roken, drankgebruik en ultrabewerkte voeding, haalden sommige hun schouders op met de bedenking: ‘dokter, liever een kort en een goed leven’. De wens van sommige van hen op een kort leven ging in vervulling, maar anderen leefden toch nog vrij lang maar met een slechte levenskwaliteit door allerlei handicaperende kwalen.

Ik ben als huisarts geen voedingsfundamentalist en begrijp dat totaal geen ultrabewerkte voeding eten geen gemakkelijke opdracht is. Het probleem van ultrabewerkte voeding is een economisch en politiek probleem. Daar is een paradigma in de landbouw en voedingsindustrie voor nodig. Ultrabewerkte voeding is geen individueel probleem, maar een maatschappelijk probleem. Consumenten hebben macht om het tij te keren. Niet alleen door hun voedingsgewoonten aan te passen, maar ook door politieke druk en actie. Wie opteert voor ‘een lang en gezond leven’ moet mee aan die kant van de barricade staan.

Partner Content