Scrollen en snoepen, vapen en gamen, pillen en porno… Wanneer en bij wie loopt verleiding uit de hand? ‘We zijn allemaal vatbaar voor verslaving’, zegt psychiater Gunter Heylens. ‘Met dank aan onze neurobiologie.’
We leven in een eeuw van superprikkels. Probeer maar eens de goddelijke smaakcombinatie ‘karamelsaus, chocoladestukjes en koekjesdeeg’ van Ben & Jerry’s te weerstaan. En geef toe: u bent toch ook gezwicht voor de 2+5 gratis-actie van Albert Heijn?
Ook algoritmes, notificaties en Black Friday-deals houden ons verstand en onze wilskracht in een wurggreep. Non-stop korte, hapklare boodschappen zijn een valkuil voor een brein dat geëvolueerd is in tijden van schaarste en nieuwsgierigheid.
‘We worden omringd door overdreven, onnatuurlijke versies van dingen waar onze biologie oorspronkelijk op reageert, zoals suiker, vet en de drang naar beloning of sociale erkenning’, schrijft moleculair bioloog Nicklas Brendborg in Gewoontedieren, een boek over de menselijke drang om steeds meer te willen.
‘Bedrijven spenderen miljarden om te achterhalen hoe ze onze biologische instincten kunnen exploiteren voor commercieel gewin. En dat gaat ver. Om ervoor te zorgen dat we bijvoorbeeld blijven dóóreten, leggen voedingsproducenten proefpersonen onder de scanner om te achterhalen welke vet–zout–textuur de hersenen het meest doet oplichten.’
Oud brein, nieuwe prikkels
Psychiater Gunter Heylens, die onlangs meewerkte aan de voorstelling Iedereen verslaafd? van het UZ Gent, nuanceert. Het is volgens hem niet per se moeilijker geworden om de verlokkingen van het goede leven te weerstaan dan pakweg 10.000 jaar geleden. ‘Doorheen de evolutie zijn onze hersenen altijd op zoek geweest naar wat ons genot, plezier of voordeel oplevert’, aldus Heylens. ‘Lekker eten, seks, sociale erkenning: ze activeren de beloningscircuits en de dopamineaanmaak in ons brein. Dat is geen defect maar een overlevingsmechanisme. Ons brein is vandaag niet fundamenteel anders dan eeuwen geleden, alleen de hoeveelheid prikkels is aanzienlijk groter.’
‘De strategie van tabaksbedrijven om kinderen via vapes aan nicotine te binden, is bijna even misdadig als die van drugshandelaars.’
Maar ook dat hoeft vandaag niet noodzakelijk problematisch te zijn. De hersenen filteren in principe bij voorbaat een heleboel prikkels weg. Geluiden, licht, gedachten, emoties, sociale signalen… Meer dan 99 procent raakt niet in ons bewustzijn. Het zou ons anders letterlijk verlammen.
‘Met wat wél doorkomt, kunnen de meeste volwassenen redelijk goed omgaan’, zegt Heylens. ‘Af en toe een guilty pleasure daargelaten, houdt de controlekamer in ons brein de touwtjes doorgaans strak in handen. We laten ons misschien gaan tijdens de feestdagen, maar na Nieuwjaar hervatten de meeste mensen weer gezondere gewoonten.’
Kwetsbaar puberbrein
Voor jongeren ligt dat anders. Tienjarigen die vapen, twaalfjarigen die roken, zestienjarigen die met een alcoholintoxicatie in het ziekenhuis belanden en een jeugd die verknocht is aan TikTok: het is een zorgwekkende evolutie. Slechte gewoonten die in de adolescentie ontstaan, verhogen het risico op verslaving later aanzienlijk.
‘Het puberbrein is minder goed in staat om risico’s in te schatten en impulsen te controleren’, legt Heylens uit. ‘Jonge hersenen zijn veel ontvankelijker voor negatieve invloeden. De strategie van tabaksbedrijven om kinderen via vapes aan nicotine te binden, is bijna even misdadig als die van drugshandelaars. Ook fastfoodrestaurants in de buurt van scholen zijn ronduit fout. De ziekte- en sterftecijfers door obesitas zijn vergelijkbaar met die van alcohol, drugs en sigaretten.’
Lees ook: Harvey Milkman, de psycholoog die de IJslandse jeugd massaal van drugs deed afkicken
Verleiding wordt verslaving
Verslaving ontstaat zelden door één factor, zelfs niet als het om superprikkels gaat. Genetica bepaalt of iemand zich al dan verliest in scrollen, gokken of drinken.
‘Als verslaving in de familie voorkomt, moet je extra alert zijn’, weet Heylens. ‘Bij sommige mensen is het controlemechanisme in de hersenen van nature minder sterk. Ze zijn net iets gulziger en hebben meer en sterkere kicks nodig om dezelfde beloning te ervaren. Waar hun vrienden gaan kajakken, willen zij bungeejumpen. Wanneer anderen gaan wandelen, beklimmen zij een berg. Op zichzelf hoeft dat geen probleem te zijn, maar als die gulzigheid wordt bevredigd door cocaïne of alcohol is het dat natuurlijk wel. Een aanleg is geen veroordeling, maar het risico ligt wel hoger.’
Genetica bepaalt of iemand zich al dan verliest in scrollen, gokken of drinken.
Ook zonder genetische kwetsbaarheid kunnen gewoontes ontsporen. Heylens: ‘Een ernstige verslaving komt zelden alleen. Ze ontstaat ergens en gaat vervolgens haar eigen leven leiden. Daarom zoeken we bij elke verslaving naar onderliggende problemen. Is er een angststoornis waardoor iemand makkelijker vlucht in kalmerende middelen? Of een nog niet vastgestelde problematiek van ADHD?’
U bent niet genetisch belast en hebt geen onderliggend trauma? Fijn, maar helemaal safe zit u niet. ‘Elk brein is zonder meer vatbaar voor verslaving’, stelt Heylens onomwonden. ‘Hoe vaker je wordt blootgesteld aan een product of gedrag, hoe sterker de drang wordt. Dat zien we letterlijk op hersenscans: controlecircuits verzwakken, beloningscircuits lichten feller op. Dan gaat het al lang niet meer over wilskracht.’
‘Gedrag raakt bovendien vaak emotioneel geconditioneerd. Wie in moeilijke tijden naar alcohol of comfortfood greep en daar verlichting in vond, zal dat patroon herhalen. Maar ook positieve associaties, zoals drinken op feestjes, kunnen ontsporen. Zelfs sport kan verslavend worden, al voelt dat maatschappelijk acceptabeler.’
Een pilletje tegen verslaving?
Omdat er zo veel factoren in het spel zijn, maakt de term ‘verslaving’ steeds vaker plaats voor ‘gebruiksstoornis’. Heylens: ‘We weten uit voortschrijdend inzicht dat een gebruiksstoornis een hersenaandoening is waarbij ons gedrag voor een groot deel samenvalt met onze hersenstructuur. Dat impliceert dat de ziekte behandeld kan worden. We moeten af van het morele oordeel.’
Maar gedrag veranderen kost tijd en moeite, en de verleiding van een quick fix is groot. Van zogenaamde GLP-1-agonisten zoals Ozempic en Wegovy wordt beweerd dat ze verslavingsgedrag temperen door het beloningssysteem te beïnvloeden en het verzadigingsgevoel te verhogen. Toch blijft Heylens voorzichtig.
‘Voor verslavingsaandoeningen zijn er in verhouding tot andere psychische stoornissen weinig mogelijkheden. De medicatie stelt vaak teleur, behalve wanneer er ook sprake is van angst of depressie. Behandel je die, dan verbetert vaak ook de verslavingsproblematiek. Er komen nieuwe, veelbelovende middelen aan om verslaving rechtstreeks behandelen, maar ik geloof niet in een wonderoplossing. Ook niet bij obesitas. Ja, de GLP1-analogen zijn een gamechanger, maar mensen krijgen de illusie dat het allemaal vanzelf gaat. Duurzaam gewichtsverlies vraagt inzicht, gedragsverandering, anders eten en meer bewegen. Sommige mensen met obesitas hebben een eetbuiverslaving. Als je dat niet aanpakt, is het dweilen met de kraan open.’
Wie beschermt ons?
Maar hoe weerbaar kun je zijn in een wereld waarin de gebraden kippen ons in de mond vliegen, waarin vapes naar aardbei smaken en supermarkten tijdens de eindejaarsperiode gratis alcohol aanbieden?
Heylens pleit voor maatschappelijke verantwoordelijkheid en sensibilisering rond gevaarlijke producten. ‘Je kunt de industrie niet verwijten dat ze winst wil maken. Dat is het systeem waar we allemaal gretig aan meedoen. Alleen ontbreekt het in dat economisch model soms aan ethiek. De overheid moet ingrijpen, zonder te overreguleren. Alcohol duurder maken werkt nauwelijks. Het stuurt mensen alleen maar over de grens, net zoals ze vroeger hun auto vollaadden met tabak in Luxemburg. Ik geloof meer in een reclameverbod. Wat minder zichtbaar en toegankelijk is, gebruiken we minder.’
‘In het uitgaansleven circuleren pillen, poeders en vloeistoffen waarvan we de impact nauwelijks begrijpen.’
Toch ziet Heylens ook een verontrustende tendens die zich minder in de openbaarheid afspeelt: het toenemende gebruik van designerdrugs zoals mefedron, ketamine, spice en flakka. Ze hebben vergelijkbare effecten als de klassieke xtc en speed, maar omdat ze nog maar kort op de markt zijn, is er weinig bekend over de risico’s.
‘Bij drugsverslaving denken we nog altijd aan de heroïnegebruiker in de goot, maar de realiteit is subtieler’, zegt Heylens. ‘In het uitgaansleven circuleren tegenwoordig pillen, poeders en vloeistoffen waarvan we de impact nauwelijks begrijpen. De strijd tegen verleiding is nooit gestreden, alleen de roes verschuift. Designerdrugs zijn de nieuwe alcohol: een enorme maatschappelijke uitdaging.’
Lees ook: Hoe verslavingen uw brein kapen: ‘Er moet een officiële norm komen voor cannabisgebruik’
5 tips om niet te ontsporen
Trek tijdig aan de alarmbel. Wanneer gebruik uw leven begint te beheersen en relaties, werk of gezondheid eronder lijden, moeten de alarmbellen afgaan. Hoe sneller de hulp, hoe beter de vooruitzichten.
Praat erover. Overwin uw schaamte. Hoe langer u wacht, hoe groter de schaamte wordt.
Verwerf inzicht. Veel mensen praten problematisch gedrag goed: ‘Ik kan wél nog rijden want ik ben iets zwaarder gebouwd.’ Dat herkennen is een eerste, cruciale stap.
Schakel professionele hulp in. Verslaving aanpakken doe je zelden alleen. Cognitieve gedragstherapie kan helpen.
Aanvaard terugval. Vallen en opstaan is de standaardregel bij verslaving.