Transvrouw Rachel McKinnon werd vorige maand wereldkampioene baanwielrennen bij de vrouwen, terwijl ze enkele jaren voordien door de buitenwereld nog gezien werd als een man. Ze heeft genderdysforie en voelde zich altijd al een vrouw in een mannenlichaam. Na hormoonbehandeling heeft ze nu de vrouwelijke identiteit aangenomen, en dat is voor de wereldwielerbond UCI voldoende om haar ook toe te laten tot de vrouwencompetitie. Maar haar mannelijke lichaamsproporties (grotere lichaamslengte, meer spiermassa, bredere schouders, smallere heupen,...) zijn redelijk intact gebleven. Dit stuit atleten - vooral vrouwelijke- en de brede publieke opinie tegen de borst. Nu ging het nog maar over een relatief onbeduidende Masters-competitie, waarin enkel +35-jarige, niet-professionele atleten mogen deelnemen. Maar wat als morgen de Red Flames uitgeschakeld worden op een belangrijk tornooi door een ploeg waarin twee ex-mannen spelen? Dan zal het kot te klein zijn.

M/v/x in de topsport: hoe trek je een eerlijke lijn in een grijze zone?

Een andere bron van kopzorgen voor sportorganisaties zijn de hyperandrogene atletes. Deze zogenaamde XY-vrouwen zijn genetisch gezien mannelijk omdat ze het Y geslachtschromosoom hebben. Maar ze ontwikkelen -naast niet-functionerende teelballen en een grote hoeveelheid testosteron- voor de rest een volledig vrouwelijk lichaam. Toch zijn ze doorgaans groter en sterker dan XX-vrouwen. Op de Olympische Spelen in 1996, toen men voor het laatst chromosoomscreening deed, waren er niet minder dan 8 XY-vrouwen in competitie, hoewel het eigenlijk een heel zeldzame aandoening is.

De internationale atletiekfederatie IAAF zit al jaren in een juridisch steekspel met twee hyperandrogene atletes in hun sport: Caster Semenya en Dutee Chand. Vooral Semenya, meervoudig olympisch en wereldkampioene op de 800m, steekt met kop en brede schouders boven de concurrentie uit. De IAAF vindt haar te mannelijk om haar toe te laten bij de vrouwen.

Maar waarom is een correcte geslachtsseggregatie zo belangrijk in de sport?

De ongelijkheid der seksen

Biologen hebben doorgaans niet zoveel last van politieke correctheid en durven nog openlijk te spreken over de verschillen tussen vrouwen en mannen. Die uiten zich niet enkel op vlak van geslachtsorganen, maar ook op vlak van interesses, gedrag en lichaamsproporties. Men noemt dat geslachtsdimorfismen. Bij zoogdieren, inclusief de mens, zijn mannen vaak fysiek sterker. Dit is een getuige van sexuele selectie, en meer bepaald de male-male competition. Mannen die fysiek sterk zijn, hebben meer nakomelingen omdat ze mannelijke concurrenten kunnen verslaan in het verdedigen van een territorium en in de toegang tot het paren met vrouwen.

Gemiddeld gezien heeft de huidige mannelijke Homo sapiens een lichaam dat 9% langer is dan bij vrouwen. Maar het grootste verschil zit in het bovenlichaam, waar de spiermassa gemiddeld 65% groter is. Bij alle sporten waar deze fysieke parameters bepalend zijn, is er dus een verschil in prestatie, zowel gemiddeld als op topniveau (bv. wereldrecords). Bij werpsporten (kogelstoten, speerwerpen, handbal,...) zijn die verschillen het grootst en bij afstandszwemmen met amper 6% het kleinst.

Door die consistente geslachtsverschillen in prestatie hebben we echt een binaire opdeling nodig in de competitiesport. Sommigen beweren naar aanleiding van de groeiende grijze zone, dat we beter die geslachtsseggregatie volledig zouden opgeven en gewoon met één gemengde competitie moeten werken. Dit is echter onmogelijk: de kansen voor vrouwen om deel te nemen aan en te winnen in belangrijke competities zouden dramatisch slinken. Als je de vijftig snelste 100m-lopers zou toelaten tot het wereldkampioenschap atletiek, dan moet je dit jaar 10,1 seconden of sneller lopen om je te kwalificeren. De snelste vrouw liep dit jaar 10,85" en staat op de unisex ranglijst op de 3426ste plaats. Exit voor de Kim Gevaerts en Nafi Thiams.

Ten tweede is er het aspect van veiligheid. Vergelijk het met gewichtscategorieën in vechtsporten. Je laat geen zwaargewicht op volle kracht tegen een lichtgewicht boksen. Er zouden veel meer kwetsuren zijn als vrouwen in contactsporten tussen mannen moeten strijden.

Ten slotte is er de meerwaarde en attractiviteit van de vrouwensport. Vrouwenvolleybal vind ik persoonlijk mooier om naar te kijken: minder brute kracht, langere rally's, meer spanning. Idem voor artistieke gymnastiek bij vrouwen: de elegantie van Nina Derwael vind je niet terug bij de mannen, want hun toestellen en regels leggen andere klemtonen.

Wat is een vrouw?

Dus geslachtsseggregatie lijkt een noodzaak in de sport, maar hoe kan je een binair systeem organiseren als sekse en gender dat niet altijd zijn? Hoe trek je een eerlijke lijn door een grijze zone?

Er komen zeker nog meer situaties waarbij vrouwen zullen verliezen van transvrouwen en intersexatletes. En we kunnen er best mee leren omgaan.

Het IOC is formeel: vrouwen mogen deelnemen aan de mannencompetitie als ze zich man voelen en hoeven daar geen enkele hormonale behandeling voor te ondergaan. Dus mannen hoeven niet te bewijzen dat ze man zijn (sommigen vinden ook dit discriminerend). Rest nog de vraag: Wat is een vrouw?

Er zijn al heel wat pogingen tot definitie geweest. Het IOC heeft zich een tijd lang gebaseerd op de geslachtschromosomen: XX bij de vrouwen en XY bij de mannen. De XY-vrouwen vallen hierdoor uit de boot. Ook voor transvrouwen (ook XY) gaat dan de deur dicht. Nu worden de pijlen gericht op testosteron en zou de bloedconcentratie van 10 nmol/L de magische scheidingslijn zijn. Persoonlijk vind ik dat voor testosteron de grijze zone nog breder en vager is dan voor de chromosomen. Maar het lijkt wel een oplossing om te controleren of transvrouwen wel degelijk een hormoonbehandeling hebben ondergaan.

Er gaan ook stemmen op om een ternaire organisatie (m/v/x) op te zetten, met mannen, vrouwen en een tussengroep. Dit lijkt in de praktijk onhaalbaar. Zelfs een binair systeem is soms al moeilijk te handhaven. Dat bleek recent nog toen de Belgische Zwembond besliste om de gemengde jeugdcompetitie waterpolo af te schaffen ('Wat gebeurt daar niet allemaal onder water?'). Dit leidde er de facto toe dat meisjes de toegang tot competitie ontzegd werd omdat ze vaak met te weinig zijn om een aparte meisjesploeg te vormen.

Het voordeel van de twijfel(gevallen)

Over slechts één ding is iedereen het momenteel eens: het bovengeschetste probleem valt erg moeilijk op te lossen. Toch wil ik pleiten voor tolerantie. Het is correct dat transvrouwen en hyperandrogene atletes een zeker biologisch voordeel hebben als ze aantreden in de vrouwencompetitie. Maar is dit per definitie oneerlijk?

Vooral de Britse atletes schreewden moord en brand toen Semenya in Rio goud pakte. 'Het was gewoon oneerlijk.' Maar anderen wezen erop dat Semenya evengoed benadeeld was ten opzicht van de Britse atletes. Team Great Britain besteedde ter voorbereiding van die Spelen het 100-voudig budget van Zuid-Afrika, thuisland van Semenya...

Doping moet uit de sport verbannen worden, omdat het een bewuste strategie is om de competitie te vervalsen. Maar als je hoge testosteronwaarden hebt vanwege bijvoorbeeld genderdysforie of hyperandrogenisme, dan is er van kwaad opzet geen sprake. We moeten er wel over waken dat de tolerantie niet misbruikt wordt. Al lijkt het weinig waarschijnlijk dat mannelijke atleten een genderdysforie zullen veinzen om bij de vrouwen medailles te kunnen pakken.

Er komen zeker nog meer situaties waarbij vrouwen zullen verliezen van transvrouwen en intersexatletes. En we kunnen er best mee leren omgaan. Maar het gaat nooit de spuigaten uitlopen, daarvoor is het fenomeen te zeldzaam. Laat ons vooral beseffen dat de mensen uit de x-categorie doorgaans al een hard leven achter de rug hebben. Laten we hen dan vooral die ene kans niet afpakken om hun 'anders zijn' in hun voordeel uit te spelen.

Professor Wim Derave is sportwetenschapper aan de UGent en buigt zich graag over de onderliggende biologie van de bewegende mens. Dit opiniestuk vertolkt zijn persoonlijke mening en werd gepubliceerd naar aanleiding van zijn college voor de Universiteit van Vlaanderen: 'Kunnen we topsporters bouwen in een labo?'.

Transvrouw Rachel McKinnon werd vorige maand wereldkampioene baanwielrennen bij de vrouwen, terwijl ze enkele jaren voordien door de buitenwereld nog gezien werd als een man. Ze heeft genderdysforie en voelde zich altijd al een vrouw in een mannenlichaam. Na hormoonbehandeling heeft ze nu de vrouwelijke identiteit aangenomen, en dat is voor de wereldwielerbond UCI voldoende om haar ook toe te laten tot de vrouwencompetitie. Maar haar mannelijke lichaamsproporties (grotere lichaamslengte, meer spiermassa, bredere schouders, smallere heupen,...) zijn redelijk intact gebleven. Dit stuit atleten - vooral vrouwelijke- en de brede publieke opinie tegen de borst. Nu ging het nog maar over een relatief onbeduidende Masters-competitie, waarin enkel +35-jarige, niet-professionele atleten mogen deelnemen. Maar wat als morgen de Red Flames uitgeschakeld worden op een belangrijk tornooi door een ploeg waarin twee ex-mannen spelen? Dan zal het kot te klein zijn.Een andere bron van kopzorgen voor sportorganisaties zijn de hyperandrogene atletes. Deze zogenaamde XY-vrouwen zijn genetisch gezien mannelijk omdat ze het Y geslachtschromosoom hebben. Maar ze ontwikkelen -naast niet-functionerende teelballen en een grote hoeveelheid testosteron- voor de rest een volledig vrouwelijk lichaam. Toch zijn ze doorgaans groter en sterker dan XX-vrouwen. Op de Olympische Spelen in 1996, toen men voor het laatst chromosoomscreening deed, waren er niet minder dan 8 XY-vrouwen in competitie, hoewel het eigenlijk een heel zeldzame aandoening is. De internationale atletiekfederatie IAAF zit al jaren in een juridisch steekspel met twee hyperandrogene atletes in hun sport: Caster Semenya en Dutee Chand. Vooral Semenya, meervoudig olympisch en wereldkampioene op de 800m, steekt met kop en brede schouders boven de concurrentie uit. De IAAF vindt haar te mannelijk om haar toe te laten bij de vrouwen. Maar waarom is een correcte geslachtsseggregatie zo belangrijk in de sport?Biologen hebben doorgaans niet zoveel last van politieke correctheid en durven nog openlijk te spreken over de verschillen tussen vrouwen en mannen. Die uiten zich niet enkel op vlak van geslachtsorganen, maar ook op vlak van interesses, gedrag en lichaamsproporties. Men noemt dat geslachtsdimorfismen. Bij zoogdieren, inclusief de mens, zijn mannen vaak fysiek sterker. Dit is een getuige van sexuele selectie, en meer bepaald de male-male competition. Mannen die fysiek sterk zijn, hebben meer nakomelingen omdat ze mannelijke concurrenten kunnen verslaan in het verdedigen van een territorium en in de toegang tot het paren met vrouwen. Gemiddeld gezien heeft de huidige mannelijke Homo sapiens een lichaam dat 9% langer is dan bij vrouwen. Maar het grootste verschil zit in het bovenlichaam, waar de spiermassa gemiddeld 65% groter is. Bij alle sporten waar deze fysieke parameters bepalend zijn, is er dus een verschil in prestatie, zowel gemiddeld als op topniveau (bv. wereldrecords). Bij werpsporten (kogelstoten, speerwerpen, handbal,...) zijn die verschillen het grootst en bij afstandszwemmen met amper 6% het kleinst.Door die consistente geslachtsverschillen in prestatie hebben we echt een binaire opdeling nodig in de competitiesport. Sommigen beweren naar aanleiding van de groeiende grijze zone, dat we beter die geslachtsseggregatie volledig zouden opgeven en gewoon met één gemengde competitie moeten werken. Dit is echter onmogelijk: de kansen voor vrouwen om deel te nemen aan en te winnen in belangrijke competities zouden dramatisch slinken. Als je de vijftig snelste 100m-lopers zou toelaten tot het wereldkampioenschap atletiek, dan moet je dit jaar 10,1 seconden of sneller lopen om je te kwalificeren. De snelste vrouw liep dit jaar 10,85" en staat op de unisex ranglijst op de 3426ste plaats. Exit voor de Kim Gevaerts en Nafi Thiams. Ten tweede is er het aspect van veiligheid. Vergelijk het met gewichtscategorieën in vechtsporten. Je laat geen zwaargewicht op volle kracht tegen een lichtgewicht boksen. Er zouden veel meer kwetsuren zijn als vrouwen in contactsporten tussen mannen moeten strijden.Ten slotte is er de meerwaarde en attractiviteit van de vrouwensport. Vrouwenvolleybal vind ik persoonlijk mooier om naar te kijken: minder brute kracht, langere rally's, meer spanning. Idem voor artistieke gymnastiek bij vrouwen: de elegantie van Nina Derwael vind je niet terug bij de mannen, want hun toestellen en regels leggen andere klemtonen.Dus geslachtsseggregatie lijkt een noodzaak in de sport, maar hoe kan je een binair systeem organiseren als sekse en gender dat niet altijd zijn? Hoe trek je een eerlijke lijn door een grijze zone?Het IOC is formeel: vrouwen mogen deelnemen aan de mannencompetitie als ze zich man voelen en hoeven daar geen enkele hormonale behandeling voor te ondergaan. Dus mannen hoeven niet te bewijzen dat ze man zijn (sommigen vinden ook dit discriminerend). Rest nog de vraag: Wat is een vrouw?Er zijn al heel wat pogingen tot definitie geweest. Het IOC heeft zich een tijd lang gebaseerd op de geslachtschromosomen: XX bij de vrouwen en XY bij de mannen. De XY-vrouwen vallen hierdoor uit de boot. Ook voor transvrouwen (ook XY) gaat dan de deur dicht. Nu worden de pijlen gericht op testosteron en zou de bloedconcentratie van 10 nmol/L de magische scheidingslijn zijn. Persoonlijk vind ik dat voor testosteron de grijze zone nog breder en vager is dan voor de chromosomen. Maar het lijkt wel een oplossing om te controleren of transvrouwen wel degelijk een hormoonbehandeling hebben ondergaan. Er gaan ook stemmen op om een ternaire organisatie (m/v/x) op te zetten, met mannen, vrouwen en een tussengroep. Dit lijkt in de praktijk onhaalbaar. Zelfs een binair systeem is soms al moeilijk te handhaven. Dat bleek recent nog toen de Belgische Zwembond besliste om de gemengde jeugdcompetitie waterpolo af te schaffen ('Wat gebeurt daar niet allemaal onder water?'). Dit leidde er de facto toe dat meisjes de toegang tot competitie ontzegd werd omdat ze vaak met te weinig zijn om een aparte meisjesploeg te vormen.Over slechts één ding is iedereen het momenteel eens: het bovengeschetste probleem valt erg moeilijk op te lossen. Toch wil ik pleiten voor tolerantie. Het is correct dat transvrouwen en hyperandrogene atletes een zeker biologisch voordeel hebben als ze aantreden in de vrouwencompetitie. Maar is dit per definitie oneerlijk?Vooral de Britse atletes schreewden moord en brand toen Semenya in Rio goud pakte. 'Het was gewoon oneerlijk.' Maar anderen wezen erop dat Semenya evengoed benadeeld was ten opzicht van de Britse atletes. Team Great Britain besteedde ter voorbereiding van die Spelen het 100-voudig budget van Zuid-Afrika, thuisland van Semenya...Doping moet uit de sport verbannen worden, omdat het een bewuste strategie is om de competitie te vervalsen. Maar als je hoge testosteronwaarden hebt vanwege bijvoorbeeld genderdysforie of hyperandrogenisme, dan is er van kwaad opzet geen sprake. We moeten er wel over waken dat de tolerantie niet misbruikt wordt. Al lijkt het weinig waarschijnlijk dat mannelijke atleten een genderdysforie zullen veinzen om bij de vrouwen medailles te kunnen pakken.Er komen zeker nog meer situaties waarbij vrouwen zullen verliezen van transvrouwen en intersexatletes. En we kunnen er best mee leren omgaan. Maar het gaat nooit de spuigaten uitlopen, daarvoor is het fenomeen te zeldzaam. Laat ons vooral beseffen dat de mensen uit de x-categorie doorgaans al een hard leven achter de rug hebben. Laten we hen dan vooral die ene kans niet afpakken om hun 'anders zijn' in hun voordeel uit te spelen.Professor Wim Derave is sportwetenschapper aan de UGent en buigt zich graag over de onderliggende biologie van de bewegende mens. Dit opiniestuk vertolkt zijn persoonlijke mening en werd gepubliceerd naar aanleiding van zijn college voor de Universiteit van Vlaanderen: 'Kunnen we topsporters bouwen in een labo?'.