Opinie

Frieda Matthys

‘Geestelijke gezondheidszorg is een investering’

Frieda Matthys Psychiater en voorzitter van de Staten-Generaal Geestelijke Gezondheid

De Staten-Generaal van de Geestelijke Gezondheid, die de afgelopen jaren de wachttijdenproblematiek bestudeerde, schuift enkele actiepunten naar voor na de uitzending van Pano, die aandacht besteedde aan enkele schrijnende verhalen uit de geestelijke gezondheidszorg.

Vier schrijnende verhalen vestigden er in de Pano-uitzending van 16 februari nogmaals onze aandacht op dat we er als maatschappij niet in slagen om jongeren die in psychische nood verkeren, tijdig te helpen, zelfs wanneer er acute problemen zijn. Nogmaals ende alweer. Want dat er wachtlijsten zijn, is genoegzaam bekend. Dat er te weinig beweegt om iets aan het probleem te verhelpen, helaas ook.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

De Staten-Generaal van de Geestelijke Gezondheid, die de afgelopen jaren de wachttijdenproblematiek bestudeerde, schuift enkele actiepunten naar voor.

Maak middelen vrij voor preventie

Laat ons een open deur intrappen: koken kost geld. Hoewel de overheden begonnen zijn extra middelen vrij te maken voor de geestelijke gezondheidszorg, spendeert België minder dan de helft aan dit aspect van de volksgezondheid in vergelijking met de meeste van onze buurlanden (België 4,5%, Luxemburg 13%, Verenigd Koninkrijk 12%, Duitsland 10%, Nederland 8%).

Geld voor geestelijke gezondheidszorg wordt te veel als een kost en te weinig als een investering gezien. Nochtans is de levenskwaliteit van psychisch gezonde mensen groter, wat zich vertaalt in beter persoonlijk, sociaal en professioneel functioneren. Psychisch gezonde mensen staan actiever in leven en werk, zijn gelukkiger en nemen makkelijker deel aan de samenleving. Ja, financiële middelen zijn altijd begrensd en dus moeten ze efficiënt ingezet worden. Extra capaciteit creëren voor de vele vragen is wellicht niet de enige strategie. De focus moet ook liggen op gezondheidspromotie, vroegdetectie, (herval)preventie, en het doorbreken van de bestaande taboes rond psychische problemen. Dan hebben minder mensen professionele zorg nodig of zijn ze met minder inspanningen (en kosten) sneller weer ‘on track’. Het spreekt vanzelf dat dit een impact zal hebben op de wachttijden.

Meet de wachttijden

Visie is één ding, cijfers een ander. Voor therapeuten is het een evidentie: als je een probleem wil aanpakken, moet je het allereerst onder ogen durven te zien en een idee krijgen van de omvang. Maar soms lijkt het handig als er geen cijfers zijn, want dan bestaan problemen schijnbaar niet. De Staten-Generaal van de Geestelijke Gezondheid hield ruim een jaar geleden twee bevragingen bij zorgzoekers en vrijgevestigde zorgverleners. Opmerkelijk: hiermee werden voor het eerst in de geschiedenis de wachttijden in Vlaanderen in kaart gebracht. We zagen lange wachttijden in de gesubsidieerde zorg en in de zorg voor kinderen en jongeren. Ook hielden veel vrijgevestigde therapeuten een aanmeldingsstop. De bevindingen werden door het veld onderkend. Maar vandaag, een jaar later, weet niemand nog bij welke hulpverlening de wachttijden lang of langer zijn of wie er met welke klachten aan welke deur staat aan te schuiven. De helft van de wachtenden geeft aan dat de problemen tijdens het wachten verergeren, tot escalaties en levensbedreigende situaties toe. Er is vandaag geen systematische wachttijdenmonitoring, al hoeft het voor een overheid niet erg complex te zijn die te installeren. Voor wie de mond vol heeft van vraaggestuurde zorg, is een degelijke monitoring bovendien cruciaal om het bestaande zorgaanbod te verfijnen en bij te sturen. Een meetinstrument is een bron van relevante kwaliteitsindicatoren om een gerichte koers te varen.

Maak de zorg vindbaar en toegankelijk

Niet alle verantwoordelijkheid ligt bij de overheid. De studie van de wachttijden leerde ons dat de wachttijdenproblematiek een gedeelde verantwoordelijkheid is. Als overheden de juiste en voldoende capaciteit voorzien, moeten zorgverleners er samen met die overheden voor zorgen dat mensen vlot met hun nood op de juiste plek terechtkomen. Zorgverleners en zorgvragers moeten er verder samen voor zorgen dat er doelgericht gewerkt en samengewerkt wordt, in functie van de geformuleerde klacht, zodat begeleidingen niet langer duren dan nodig. Enkel zo wordt de beschikbare capaciteit maximaal benut. Wie toch moet wachten, moet ondersteund worden tijdens het wachten. Daar kunnen zowel zorgverleners als ervaringsdeskundigen een rol in spelen.

Doe de wachtlijsten slinken

Het is een veelzeggende vaststelling dat Pano- en soortgelijke reportages vaak een grotere impact op het beleid lijken te hebben dan de herhaalde noodkreten van patiënten en professionals. Gelukkig hebben ze ook een gunstig effect op de bewustwording bij de algemene bevolking van wat een beschikbare geestelijke gezondheidszorg vermag. Dat stimuleert de Staten-Generaal van de Geestelijke Gezondheid om constructief te blijven meedenken over de realisatie van bovenstaande en andere actiepunten die de wachtlijsten snel doen slinken. Beste minister Beke en minister Vandenbroucke, laat ons maken dat Pano-uitzendingen als deze tot de verleden tijd behoren.

Prof dr. Kris Van den Broeck, directeur, en prof. dr. Frieda Matthys, voorzitter van de Staten-Generaal van de Geestelijke Gezondheid, dat ruim veertig organisaties en voorzieningen verenigt, inclusief patiënten- en familieorganisaties, die zich voor ieders geestelijke gezondheid inzetten.

Partner Content