Binnen deze hele corona-epidemie is er één thema dat de gemoederen bijzonder beroert: de jongeren. Media berichten over kotfeestjes, te veel jongeren die samenscholen in parken en op pleinen, met als hoogtepunt La Boum in het Terkamerenbos, waar duizenden jongeren samen kwamen om te feesten en vervolgens te vechten in het park. Discussies op sociale media laten niets aan de verbeelding over; jongeren zijn egoïstisch, een verwende en gepamperde generatie. Daarnaast zijn er ook steeds meer geluiden dat jongeren het mentaal moeilijk hebben in deze tijden. De wachtlijsten voor psychische zorg voor jongeren zijn ellenlang, jongeren geven aan te kampen met eenzaamheid, depressie, eetstoornissen. Wat is er aan de hand met onze jongeren in deze coronatijd en hebben zij het echt zo moeilijk?

Hebben jongeren het echt zo moeilijk tijdens deze coronacrisis?

Laten we eerst even teruggaan naar de tijd voor corona - het lijkt intussen een eeuwigheid geleden. Hoe was het toen gesteld met de psychische gezondheid van jongeren? Al voor corona ging het niet goed met de geestelijke gezondheid van jongeren. Het SIGMA onderzoek van KU Leuven toonde aan dat één op de vijf jongeren in de leeftijd van 12 tot 16 jaar matig tot ernstige psychische klachten had. Dat hoeft op zich niet te verbazen. Die woelige tijd waarin jongeren moeten loskomen van thuis, hun weg moeten zoeken in het leven en moeten ontdekken wie ze zelf zijn en hoe ze zich verhouden tot anderen, met een lichaam en brein dat nog volop in ontwikkeling is, biedt immers de ideale voedingsbodem voor het ontwikkelen van psychische klachten. We weten intussen ook dat de meeste psychische klachten waar volwassenen mee kampen, beginnen in de adolescentie of vroeg-volwassenheid.

Psychische klachten kunnen dus echt wel een ziekte van de jeugd genoemd worden. Bovendien hangen psychische klachten duidelijk samen met sociale factoren. Jongeren met psychische klachten krijgen vaak te maken met sociale isolatie en vinden soms moeilijk aansluiting bij anderen. Anderzijds zien we dat sociale steun, iemand hebben bij wie je terecht kan, kan bijdragen tot het verminderen van psychische klachten. Kortom, psychische gezondheid hangt sterk samen met sociale gezondheid en jongeren hebben contacten met anderen nodig om op te groeien tot evenwichtige en mentaal gezonde volwassenen. Voor jongeren is sociaal contact een basisbehoefte.

Enter Covid. In maart 2020 kwam het virus ons land binnen en de belangrijkste maatregel om het virus in te dammen werd het beperken van sociale contacten. We moesten met z'n allen zo weinig mogelijk contact hebben met andere mensen. Hiermee startte een nooit gezien sociaal experiment. Wat gebeurt er als we de bevolking isoleren, en meer in het bijzonder, als we jongeren deze basisbehoefte ontnemen, niet even, maar intussen meer dan 1 jaar.

Laten we hiervoor eerst kijken naar de situatie in lockdown één, maart tot mei 2020. Iedereen was nog vol goede moed, in volle solidariteit, klaar om dit varkentje snel te wassen. Uit een tweede bevraging bij een gedeelte van SIGMA scholieren bleek het effect op het mentaal welzijn op dat moment inderdaad best mee te vallen. Er was geen toename in psychische klachten en de angstklachten waren zelfs afgenomen. Op zich goed nieuws dus, al vallen er wel wat kanttekeningen te plaatsen. Zo lijkt de afname van angst op zich positief. Jongeren kregen even een rustpauze. Ze moesten niet naar school, geen hobbies of buitenschoolse activiteiten. Ze mochten zich even terugtrekken in hun veilige nest, weg van de druk van leeftijdsgenoten. Daar is op zich niets mis mee op korte termijn, maar de vraag is of dit op lange termijn wel zo gezond is. Jongeren hebben net anderen nodig om los te komen van thuis en de nodige sociale vaardigheden te ontwikkelen. Niet altijd gemakkelijk, vaak heel spannend, maar wel echt noodzakelijk om hun eigen weg te vinden in het leven. Daarnaast zagen we ook dat niet iedereen het even goed deed. Jongeren die goede contacten hadden met hun gezin, en ook contacten onderhielden met hun vrienden, deden het duidelijk beter dan jongeren die dit niet hadden. Maar, niet iedereen heeft een veilig nest om op terug te vallen en niet iedereen heeft al de nodige sociale vaardigheden om goede contacten met vrienden te onderhouden. Bovendien lieten bevragingen bij iets oudere adolescenten en jong-volwassenen zien dat deze groep het ook toen al mentaal moeilijker had.

Het gemis aan sociaal contact weegt zwaar voor jongeren, voor wie sociaal contact even belangrijk is als gezond eten of voldoende beweging.

En dat is niet gebeterd tijdens de lange periode van de tweede lockdown. De situatie sleept veel langer aan dan verwacht. Voor jonge mensen was er weinig perspectief. Ze hadden weinig mogelijkheid tot ontspanning en binnen de genomen maatregelen werd er weinig rekening gehouden met de noden van jongeren. Het onderwijs kreeg een prioriteit, maar deze lag vooral bij de lagere school. Middelbare scholen schakelden over op deeltijds onderwijs op school, terwijl het hoger onderwijs al snel overschakelde op volledig online lessen. Het beleid was streng en repressief.

Er zijn veel indicaties dat de maatregelen tegen COVID steeds zwaarder wegen op het mentaal welzijn van jongeren. De grote coronabevraging laat zien dat het mentaal welzijn van jongeren tijdens de hele pandemie slechter was dat van iedere andere bevolkingsgroep. Bovendien zien we dat jongeren in de leeftijd van 16 tot 25 het de laatste maanden van de lockdown het steeds moeilijker krijgen. Ook uit internationale cijfers zien we een duidelijke toename van psychische klachten bij adolescenten en jong-volwassenen. De gevolgen van het sociale experiment beginnen steeds duidelijker te worden: het gemis aan sociaal contact weegt zwaar voor jongeren, voor wie sociaal contact even belangrijk is als gezond eten of voldoende beweging.

Maar toch krijgen jongeren weinig begrip voor hun noden. We vinden het blijkbaar moeilijk om het mentaal welzijn van jongeren prioriteit te geven. Als je als jongere professionele hulp zoekt voor psychische klachten, dreig je maanden te moeten wachten. Ook werd en wordt er weinig gezocht naar creatieve oplossingen om het noodzakelijke sociale weefsel van jongeren op een veilige manier te herstellen. In de vaccinatiestrategie staan ze helemaal onderaan de lijst. Jongeren zijn ongelooflijk solidair geweest. Ze zijn het minst kwetsbaar voor de fysieke gevolgen van het virus, maar betaalden wel een hele hoge prijs. Het is dringend tijd om dat als samenleving te erkennen en te waarderen.

Inez Germeys is pofessor contextuele psychiatrie aan de KU Leuven.

Binnen deze hele corona-epidemie is er één thema dat de gemoederen bijzonder beroert: de jongeren. Media berichten over kotfeestjes, te veel jongeren die samenscholen in parken en op pleinen, met als hoogtepunt La Boum in het Terkamerenbos, waar duizenden jongeren samen kwamen om te feesten en vervolgens te vechten in het park. Discussies op sociale media laten niets aan de verbeelding over; jongeren zijn egoïstisch, een verwende en gepamperde generatie. Daarnaast zijn er ook steeds meer geluiden dat jongeren het mentaal moeilijk hebben in deze tijden. De wachtlijsten voor psychische zorg voor jongeren zijn ellenlang, jongeren geven aan te kampen met eenzaamheid, depressie, eetstoornissen. Wat is er aan de hand met onze jongeren in deze coronatijd en hebben zij het echt zo moeilijk?Laten we eerst even teruggaan naar de tijd voor corona - het lijkt intussen een eeuwigheid geleden. Hoe was het toen gesteld met de psychische gezondheid van jongeren? Al voor corona ging het niet goed met de geestelijke gezondheid van jongeren. Het SIGMA onderzoek van KU Leuven toonde aan dat één op de vijf jongeren in de leeftijd van 12 tot 16 jaar matig tot ernstige psychische klachten had. Dat hoeft op zich niet te verbazen. Die woelige tijd waarin jongeren moeten loskomen van thuis, hun weg moeten zoeken in het leven en moeten ontdekken wie ze zelf zijn en hoe ze zich verhouden tot anderen, met een lichaam en brein dat nog volop in ontwikkeling is, biedt immers de ideale voedingsbodem voor het ontwikkelen van psychische klachten. We weten intussen ook dat de meeste psychische klachten waar volwassenen mee kampen, beginnen in de adolescentie of vroeg-volwassenheid. Psychische klachten kunnen dus echt wel een ziekte van de jeugd genoemd worden. Bovendien hangen psychische klachten duidelijk samen met sociale factoren. Jongeren met psychische klachten krijgen vaak te maken met sociale isolatie en vinden soms moeilijk aansluiting bij anderen. Anderzijds zien we dat sociale steun, iemand hebben bij wie je terecht kan, kan bijdragen tot het verminderen van psychische klachten. Kortom, psychische gezondheid hangt sterk samen met sociale gezondheid en jongeren hebben contacten met anderen nodig om op te groeien tot evenwichtige en mentaal gezonde volwassenen. Voor jongeren is sociaal contact een basisbehoefte.Enter Covid. In maart 2020 kwam het virus ons land binnen en de belangrijkste maatregel om het virus in te dammen werd het beperken van sociale contacten. We moesten met z'n allen zo weinig mogelijk contact hebben met andere mensen. Hiermee startte een nooit gezien sociaal experiment. Wat gebeurt er als we de bevolking isoleren, en meer in het bijzonder, als we jongeren deze basisbehoefte ontnemen, niet even, maar intussen meer dan 1 jaar. Laten we hiervoor eerst kijken naar de situatie in lockdown één, maart tot mei 2020. Iedereen was nog vol goede moed, in volle solidariteit, klaar om dit varkentje snel te wassen. Uit een tweede bevraging bij een gedeelte van SIGMA scholieren bleek het effect op het mentaal welzijn op dat moment inderdaad best mee te vallen. Er was geen toename in psychische klachten en de angstklachten waren zelfs afgenomen. Op zich goed nieuws dus, al vallen er wel wat kanttekeningen te plaatsen. Zo lijkt de afname van angst op zich positief. Jongeren kregen even een rustpauze. Ze moesten niet naar school, geen hobbies of buitenschoolse activiteiten. Ze mochten zich even terugtrekken in hun veilige nest, weg van de druk van leeftijdsgenoten. Daar is op zich niets mis mee op korte termijn, maar de vraag is of dit op lange termijn wel zo gezond is. Jongeren hebben net anderen nodig om los te komen van thuis en de nodige sociale vaardigheden te ontwikkelen. Niet altijd gemakkelijk, vaak heel spannend, maar wel echt noodzakelijk om hun eigen weg te vinden in het leven. Daarnaast zagen we ook dat niet iedereen het even goed deed. Jongeren die goede contacten hadden met hun gezin, en ook contacten onderhielden met hun vrienden, deden het duidelijk beter dan jongeren die dit niet hadden. Maar, niet iedereen heeft een veilig nest om op terug te vallen en niet iedereen heeft al de nodige sociale vaardigheden om goede contacten met vrienden te onderhouden. Bovendien lieten bevragingen bij iets oudere adolescenten en jong-volwassenen zien dat deze groep het ook toen al mentaal moeilijker had.En dat is niet gebeterd tijdens de lange periode van de tweede lockdown. De situatie sleept veel langer aan dan verwacht. Voor jonge mensen was er weinig perspectief. Ze hadden weinig mogelijkheid tot ontspanning en binnen de genomen maatregelen werd er weinig rekening gehouden met de noden van jongeren. Het onderwijs kreeg een prioriteit, maar deze lag vooral bij de lagere school. Middelbare scholen schakelden over op deeltijds onderwijs op school, terwijl het hoger onderwijs al snel overschakelde op volledig online lessen. Het beleid was streng en repressief.Er zijn veel indicaties dat de maatregelen tegen COVID steeds zwaarder wegen op het mentaal welzijn van jongeren. De grote coronabevraging laat zien dat het mentaal welzijn van jongeren tijdens de hele pandemie slechter was dat van iedere andere bevolkingsgroep. Bovendien zien we dat jongeren in de leeftijd van 16 tot 25 het de laatste maanden van de lockdown het steeds moeilijker krijgen. Ook uit internationale cijfers zien we een duidelijke toename van psychische klachten bij adolescenten en jong-volwassenen. De gevolgen van het sociale experiment beginnen steeds duidelijker te worden: het gemis aan sociaal contact weegt zwaar voor jongeren, voor wie sociaal contact even belangrijk is als gezond eten of voldoende beweging.Maar toch krijgen jongeren weinig begrip voor hun noden. We vinden het blijkbaar moeilijk om het mentaal welzijn van jongeren prioriteit te geven. Als je als jongere professionele hulp zoekt voor psychische klachten, dreig je maanden te moeten wachten. Ook werd en wordt er weinig gezocht naar creatieve oplossingen om het noodzakelijke sociale weefsel van jongeren op een veilige manier te herstellen. In de vaccinatiestrategie staan ze helemaal onderaan de lijst. Jongeren zijn ongelooflijk solidair geweest. Ze zijn het minst kwetsbaar voor de fysieke gevolgen van het virus, maar betaalden wel een hele hoge prijs. Het is dringend tijd om dat als samenleving te erkennen en te waarderen. Inez Germeys is pofessor contextuele psychiatrie aan de KU Leuven.