CD&V-Kamerlid Els Van Hoof heeft een voorstel van resolutie ingediend met de vraag naar een "grondige evaluatie van de euthanasiewet". De CD&V-politica voelt zich naar eigen zeggen "gesterkt in haar overtuiging dat een evaluatie van de euthanasiewet hoogdringend nodig is" na enkele kritische opmerkingen van VUB-professor Luc Deliens aan het adres van de euthanasiecommissie FCEC, die instaat voor de controle op de toepassing van de wet.

Professor Luc Deliens van de onderzoeksgroep 'Zorg rond het levenseinde' aan de Vrije Universiteit Brussel deed zijn kritische uitspraken tijdens een symposium naar aanleiding van de 15de verjaardag van de euthanasiewet. Deliens noemde de controle door de Federale Controle- en Evaluatiecommssie (FCEC) "marginaal", vooral omdat de commissie enkel gerapporteerde euthanasiegevallen onderzoekt en er daardoor heel wat gevallen in de 'grijze zone' "volledig buiten het gezichtsveld van de commissie" blijven, luidde het.

"Professor Luc Deliens is vandaag tot twee belangrijke vaststellingen gekomen: enerzijds wordt de euthanasiewet slechts zeer marginaal gecontroleerd door de FCEC. Anderzijds heeft de overheid in de 15-jarige bestaansgeschiedenis van de wet nog nooit een evaluatie uitgevoerd", stelt Van Hoof.

De CD&V-politica acht de tijd nu rijp voor een grondige evaluatie van de wet. Concreet vraagt Van Hoof in haar resolutie aan de minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) en aan haar collega op Justitie Koen Geens (CD&V) om "in onderling overleg een multidisciplinair en interuniversitair onderzoeksteam aan te stellen", dat de wet moet evalueren.

Het is niet de bedoeling om het bestaan van de euthanasiewet ter discussie te stellen, maar wel om "zicht te krijgen op de toepassing van de wet en de knelpunten waarop we stoten", benadrukt Van Hoof nog. De CD&V-politica "hoopt dat de geesten nu eindelijk rijpen" en gaat ervan uit dat andere partijen de resolutie zullen steunen.

'Huidige wetgeving blijft ontoereikend bij dementie'

Aan het slot van het symposium stelde Jean-Jacques De Gucht dat de wet onvoldoende de problematiek van dementie regelt. "Mijn wilsverklaring is geldig wanneer ik dementerend ben", is één van de grootste misverstanden. Enkel in de laatste fase van dementie kan er volgens de Open Vld'er in een ruime interpretatie beroep gedaan worden op de euthanasiewet. Maar in de andere gevallen kan geen beroep gedaan worden op de huidige wetgeving. De Gucht maakt ook de kanttekening dat een wilsverklaring slechts vijf jaar geldig is. Bij de verruiming van de euthanasie heeft de verlenging van de geldigheidsduur het niet gehaald.

Voor De Gucht leert het symposium onder meer dat er ook andere pistes nodig zijn dan het aanpassen van de euthanasiewet. Zo moet er meer aandacht besteed worden aan euthanasie in de opleiding van artsen en verpleegkundigen. Daarnaast moet er meer informatie doorstromen naar de bevolking. De Gucht pleit in dat verband voor een aanspreekpunt in elk gemeentehuis. Het moet gaan om iemand die de nodige opleiding genoten heeft - bijvoorbeeld bij LEIF -, zodat hij mensen kan helpen bij het invullen van formulieren, informatie verstrekken over de wilsverklaring of doorverwijzen naar bevoegde diensten of personen.

CD&V-Kamerlid Els Van Hoof heeft een voorstel van resolutie ingediend met de vraag naar een "grondige evaluatie van de euthanasiewet". De CD&V-politica voelt zich naar eigen zeggen "gesterkt in haar overtuiging dat een evaluatie van de euthanasiewet hoogdringend nodig is" na enkele kritische opmerkingen van VUB-professor Luc Deliens aan het adres van de euthanasiecommissie FCEC, die instaat voor de controle op de toepassing van de wet. Professor Luc Deliens van de onderzoeksgroep 'Zorg rond het levenseinde' aan de Vrije Universiteit Brussel deed zijn kritische uitspraken tijdens een symposium naar aanleiding van de 15de verjaardag van de euthanasiewet. Deliens noemde de controle door de Federale Controle- en Evaluatiecommssie (FCEC) "marginaal", vooral omdat de commissie enkel gerapporteerde euthanasiegevallen onderzoekt en er daardoor heel wat gevallen in de 'grijze zone' "volledig buiten het gezichtsveld van de commissie" blijven, luidde het. "Professor Luc Deliens is vandaag tot twee belangrijke vaststellingen gekomen: enerzijds wordt de euthanasiewet slechts zeer marginaal gecontroleerd door de FCEC. Anderzijds heeft de overheid in de 15-jarige bestaansgeschiedenis van de wet nog nooit een evaluatie uitgevoerd", stelt Van Hoof. De CD&V-politica acht de tijd nu rijp voor een grondige evaluatie van de wet. Concreet vraagt Van Hoof in haar resolutie aan de minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open Vld) en aan haar collega op Justitie Koen Geens (CD&V) om "in onderling overleg een multidisciplinair en interuniversitair onderzoeksteam aan te stellen", dat de wet moet evalueren. Het is niet de bedoeling om het bestaan van de euthanasiewet ter discussie te stellen, maar wel om "zicht te krijgen op de toepassing van de wet en de knelpunten waarop we stoten", benadrukt Van Hoof nog. De CD&V-politica "hoopt dat de geesten nu eindelijk rijpen" en gaat ervan uit dat andere partijen de resolutie zullen steunen. Aan het slot van het symposium stelde Jean-Jacques De Gucht dat de wet onvoldoende de problematiek van dementie regelt. "Mijn wilsverklaring is geldig wanneer ik dementerend ben", is één van de grootste misverstanden. Enkel in de laatste fase van dementie kan er volgens de Open Vld'er in een ruime interpretatie beroep gedaan worden op de euthanasiewet. Maar in de andere gevallen kan geen beroep gedaan worden op de huidige wetgeving. De Gucht maakt ook de kanttekening dat een wilsverklaring slechts vijf jaar geldig is. Bij de verruiming van de euthanasie heeft de verlenging van de geldigheidsduur het niet gehaald. Voor De Gucht leert het symposium onder meer dat er ook andere pistes nodig zijn dan het aanpassen van de euthanasiewet. Zo moet er meer aandacht besteed worden aan euthanasie in de opleiding van artsen en verpleegkundigen. Daarnaast moet er meer informatie doorstromen naar de bevolking. De Gucht pleit in dat verband voor een aanspreekpunt in elk gemeentehuis. Het moet gaan om iemand die de nodige opleiding genoten heeft - bijvoorbeeld bij LEIF -, zodat hij mensen kan helpen bij het invullen van formulieren, informatie verstrekken over de wilsverklaring of doorverwijzen naar bevoegde diensten of personen.