Vrijdaggroep

‘Gemeenschapsdienst voor langdurig werklozen kan enkel werken in volwaardig opleidingstraject’

Tijdens de lockdown voerde de Vrijdaggroep een onderzoek uit bij Belgsiche jongvolwassenen (25-35 jaar) over hun visie op de samenleving na corona. Tijdens de zomervakantie belicht een lid van de groep een van de topics uit de bevraging. Vandaag is dat: een samenleving die in haar langdurig werklozen investeert.

: ‘Langdurig werklozen zouden vaker moeten worden ingezet voor gemeenschaps- en liefdadigheidswerk.’ Dit was een van de stellingen die door het grootste aantal respondenten van ons onderzoek werd bijgetreden. Zo’n 73% van de ondervraagde jongeren stond hier positief tot zeer positief tegenover.

Dat is een mooie meerderheid, maar misschien moeten we de zaken andersom bekijken: gemeenschaps- en liefdadigheidswerk ten dienste van langdurig werklozen, en niet als ‘plicht’ tegenover de samenleving?

Wie zijn deze langdurig werklozen?

Iemand is langdurig werkloos wanneer hij of zij al meer dan een jaar op zoek is naar een baan. Volgens de OESO vertegenwoordigen langdurig werklozen 43,5 % van alle werklozen in België (terwijl het gemiddelde in de EU 40,4 % bedraagt).

Langdurige werkloosheid is een probleem dat vooral ouderen treft: ‘Ouderen zijn minder vaak werkloos, maar als ze hun baan verliezen, hebben ze het vaak moeilijker om weer aan de bak te komen.’ Heel wat langdurig werklozen zijn ook laag opgeleid: ‘Hoe minder de werkzoekenden zijn opgeleid, hoe langer zij dreigen werkloos te blijven’, zo blijkt ook uit de cijfers van de Hoge Raad van Financiën. Zonder de zaken al te simplistisch voor te stellen, kunnen we dus zeggen dat het gaat om mensen van wie de competenties niet (meer) afgestemd zijn op de arbeidsmarkt.

Zo merkt hoogleraar emeritus economie aan de Universiteit van Luik, Jules Gazon in dit verband op: ‘Langdurige werkloosheid wordt in belangrijke mate veroorzaakt door het feit dat de opleidingen en het onderwijs niet anticiperen op de uitdagingen die de verschuiving van de activiteiten met zich meebrengt en niet op de nieuwe beroepen voorbereiden.’

Het aantal mensen dat langurig werkloos is, dreigt bovendien ook toe te nemen. In crisistijden ‘neemt het aantal nieuwe werklozen toe, terwijl hoofdzakelijk werklozen die slechts korte tijd werkloos waren, weer een baan vinden.’

Vormen deze 25- tot 35-jarigen dan een egoïstische generatie die, ondanks deze vaststellingen, wil dat langdurig werklozen hun uitkering ‘verdienen’?

Misschien. We merken met name op dat deze stelling op meer bijval kon rekenen in de hogere sociale klassen (82 % stond er positief tot zeer positief tegenover) dan bij de middenklasse (60 %).

Maar misschien ook niet… De volgende stelling viel namelijk net buiten de top 5: ‘Armoedebestrijding moet altijd een prioriteit van het beleid zijn, niet alleen in een periode van economische crisis.’

71 % van de respondenten was het hiermee eens. Bijna 60 % van de ondervraagde jongeren was het ook eens met de stelling ‘De overheid moet elke burger een universeel basisinkomen verstrekken’.

Misschien denkt deze generatie dus gewoon anders?

Hoewel de oorzaak van gedeeltelijke werkloosheid bij een competentieprobleem moet worden gezocht, hebben langdurig werklozen weinig toegang tot opleidingen. De meeste daarvan verlopen nog steeds volgens een traditioneel stramien dat hen niet uitkomt, hetzij omdat ze vroegtijdig van school zijn afgegaan, hetzij omdat ze over te veel ervaring beschikken om zomaar naar ‘de schoolbanken’ terug te keren.

Een conferentie die door de Europese Commissie werd georganiseerd, kwam echter tot de volgende conclusie: ‘Voor de langdurig werkloze is het belangrijk om een opleiding te kunnen genieten op de werkvloer, een combinatie van integratie en technische en sociale vaardigheden van de 21e eeuw.’

Laten we het gemeenschaps- en liefdadigheidswerk dus gebruiken om echte opleidingstrajecten uit te werken waarmee langdurig werklozen competenties kunnen verwerven die op de arbeidsmarkt belangrijk zijn, met afwisselend theorie, praktijk en tijd om na te denken over de activiteit op de werkvloer.

Het is dus geen goed idee om werklozen onbetaald laaggeschoold ‘werk’ te laten uitvoeren in een vrijwilligersorganisatie of de sociale sector (met het risico onrechtstreeks voor nieuwe werklozen te zorgen, zoals blijkt uit de uiterst kritische analyses van de systemen die werklozen in Engeland tot ‘gemeenschapsdienst’ dwingen). Wel moeten we dit soort activiteiten integreren in een volwaardig opleidingstraject dat zinvol is voor de ontwikkeling van de competenties van de betrokkenen en dat gericht is op een terugkeer naar duurzame werkgelegenheid op het einde van het traject.

Dit gaat uiteraard wat kosten. Het gaat echter om een investering ter compensatie van de investeringen in levenslang leren die al te lang uitbleven.

Nathalie François is lid van de Vrijdaggroep en jurist gespecialiseerd in publiek recht. Ze werkt als manager bij het Parijse adviesbureau YCE partners, met expertise op het gebied van sociale bescherming.

Partner Content