Waarover gaat het?
...

Waarover gaat het? Op 27 augustus ondertekenden de Europese Unie en vaccinproducent AstraZeneca een contract over de levering van 300 miljoen dosissen tegen covid-19. Afgesproken werd dat AstraZeneca tegen het einde van het eerste kwartaal van 2021 120 miljoen dosissen aan de Europese Unie zou leveren. Midden januari - ruim een week voor de goedkeuring van het Europees Medicijnenagentschap (EMA) laat het bedrijf echter weten dat het met aanzienlijke leveringsvertragingen kampt. Vertragingen die tot op de dag van vandaag voelbaar zijn. Vrijwel meteen na de aankondiging ontstond er een flinke woordenwisseling tussen de Unie en AstraZeneca. Ook het Verenigd Koninkrijk raakte bij die discussie betrokken. Twee productiesites in het Europese contract bevinden zich namelijk op Brits grondgebied. Maar omdat de Britse regering reeds twee maanden vroeger een prioriteitsclausule met AstraZeneca heeft afgesloten voor vaccins die in het Verenigd Koninkrijk worden gemaakt, komen er van daar geen vaccins naar de Europese Unie. De Europese Unie gaat hiermee niet akkoord. Ze wijst erop dat het bedrijf voor haar leveringen aan de Europese Unie gebruik moet maken van alle productiesites die in het contract vermeld staan, waaronder de Britse. Brussel riep begin februari een transparantiemechanisme in het leven waarmee het export van vaccins kan tegenhouden indien het meent dat een bedrijf haar verplichtingen ten opzichte van de Europese Unie niet nakomt. In maart startte de Commissie met een geschillenbeslechtingsprocedure, in april kondigde ze aan dat ze naar de rechtbank zou trekken. Wat gebeurt er?Het gaat specifiek om twee rechtszaken: één in kortgeding en één zaak over de kwestie ten gronde. Woensdag begint de zaak in kortgeding met de pleidooien van beide partijen, de eerste pleidooien in de zaak ten gronde beginnen in september. De geschillen worden beslecht voor de rechtbank van eerste aanleg in Brussel - het contract tussen de Europese Unie en AstraZeneca is namelijk gebaseerd op Belgisch recht. Het is niet ondenkbaar dat de pleidooien in kortgeding zolang zullen duren dat de zitting de komende dagen wordt verdergezet.Met de rechtszaak in kortgeding wil Brussel de vaccinproducent ertoe dwingen om op korte termijn te leveren wat op basis van het contract verschuldigd is. Probleem is dat AstraZeneca al geruime tijd met productieproblemen kampt, zo blijkt uit recent onderzoek van Knack en Politico. Indien de Unie van de rechter gelijk krijgt, is het niet zeker dat ze op korte termijn meer zal ontvangen. Wel kan de rechter - indien die meent dat de leveringen inderdaad dringend zijn - dwangsommen opleggen aan het bedrijf.Wie van de twee partijen het meeste kans maakt, is moeilijk te voorspellen. Volgens Pascal Soriot, de Franse topman van het Brits-Zweedse bedrijf, treft AstraZeneca geen schuld en respecteert het de 'uiterste best'-bepalingen in het contract. Bovendien meent de vaccinproducent dat hij volgens het contract niet kan worden aansprakelijk gesteld voor leveringsvertragingen. De Europese Commissie meent op haar beurt dat dat niet het geval is en vindt AstraZeneca de essentie van die verbintenis uitholt.Het wordt tevens uitkijken naar de manier waarop AstraZeneca de relatie tussen de leveringen aan de Europese Unie enerzijds en die aan het Verenigd Koninkrijk zal uitleggen. In het contract met Brussel heeft het bedrijf zich ertoe verbonden dat het op het moment van de ondertekening niet gehinderd zou worden door overeenkomsten met derde partijen. Dat lijkt echter wel te zijn gebeurd. Heeft de Europese Unie goed onderhandeld? De Europese Unie heeft de afgelopen maanden veel kritiek gekregen over de inhoud van het contract. Of dat in relatie tot de vertragingen klopt, zal blijken na het oordeel van de rechter in kwestie. Bovendien hebben gelijkaardige contracten tussen de Europese Unie en andere vaccinproducenten niet tot vertragingen geleid. Sommigen menen dat de verbintenis enkele hiaten bevat. Uit een ander onderzoek van Knack en Politico blijkt dat België consultancybureau Deloitte heeft ingeschakeld om de juridische aspecten van het contract onder de loep te nemen. Volgens die analyse, die dateert van augustus vorig jaar, bevat het contract 'geen sancties wanneer de leveringsdata of -hoeveelheden niet worden gerespecteerd.' Met die aanbevelingen werd echter niets ondernomen omdat de inhoud van het contract reeds vastlag eenmaal de analyse van Deloitte het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen (FAGG) en Gezondheidsproducten bereikte. Navraag leert dat de Commissie in tegenstelling tot het FAGG geen extern bureau heeft ingeschakeld om het op Belgisch recht stoelende contract te controleren. Het contract werd onderhandeld door een team van juristen en specialisten van de Commissie en de Lidstaten. De Commissie beargumenteert dat ze niet van een wit blad kon beginnen onderhandelen omdat Duitsland, Nederland, Italië en Frankrijk reeds met de gesprekken waren begonnen.