Op de Azoren wordt zelden politieke geschiedenis geschreven. Toch was het net op die eilandengroep dat extreemrechts zijn doorbraak in de Portugese politiek forceerde. Bij de regionale verkiezingen van 25 oktober behaalde de radicaal-rechtse partij Chega vijf procent van de stemmen. Afgelopen week sloot de partij een akkoord om de nieuwe centrumrechtse minderheidsregering gedoogsteun te geven.
...

Op de Azoren wordt zelden politieke geschiedenis geschreven. Toch was het net op die eilandengroep dat extreemrechts zijn doorbraak in de Portugese politiek forceerde. Bij de regionale verkiezingen van 25 oktober behaalde de radicaal-rechtse partij Chega vijf procent van de stemmen. Afgelopen week sloot de partij een akkoord om de nieuwe centrumrechtse minderheidsregering gedoogsteun te geven. Tot voor kort leek Portugal immuun voor rechts-populisme. Sinds de Anjerrevolutie in 1974 een einde maakte aan de Estado Novo van de dictator Antonio Salazar, raakte extreemrechts nooit meer in het parlement. Mariana Mendes, die als onderzoeker aan het Technnisch Instituut van Dresden radicaal-rechtse bewegingen in Portugal en Spanje bestudeert, noemt die late opkomst een 'kwestie van vraag en aanbod'. 'Er was al meer dan tien jaar een markt voor extreemrechts in Portugal', zegt Mendes. 'Alleen is tot nu toe nooit een partij erin geslaagd dat ongenoegen te mobiliseren.' In de peilingen haalt Chega nu al bijna acht procent van de stemmen. Daarmee zou het de vierde partij worden. André Ventura, de flamboyante voorzitter die sinds vorig jaar als enige Chega-lid in het parlement zit, is een hoogleraar rechtsgeleerdheid die vooral furore maakte als sportcommentator. Chega spreekt zich uit tegen abortus, euthanasie, eugenetica en 'infanticide'. Volgens Ventura is zijn land in de ban geraakt van het 'cultuurmarxisme', waarbij een linkse elite de Portugese bevolking 'afperst'. Mendes verklaart het succes van Chega in de eerste plaats door zijn anti-establishmenthouding. 'Uit peilingen blijkt dat de meerderheid van hun kiezers vindt dat het systeem corrupt is en dat politici het grootste probleem zijn.' Migratie lijkt voor de partij voorlopig geen onderwerp te zijn. Nochtans stelde Ventura in mei dit jaar voor om Roma in quarantaine te plaatsen omdat die gemeenschap volgens hem de lockdownregels niet volgt. Vorige week nog schreef hij op zijn Facebookpagina dat een toekomstige rechtse regering 'de zigeunerkwestie' moet 'oplossen'. In een ander Facebookbericht suggereerde Ventura dat Joacine Katar Moreira, een parlementslid van Guinee-Bissause origine, maar beter naar 'haar land van herkomst' kan terugkeren. En toen afgelopen zomer de zwarte acteur Bruno Candé werd doodgeschoten door een man die hem kort daarvoor racistisch had bejegend, organiseerde Ventura een betoging tegen wat hij de 'politieke recuperatie' van de moord noemde, en waarbij hij Portugal 'het minst racistische land van Europa' noemde. In januari is Ventura kandidaat bij de presidentsverkiezingen. Hoewel hij kansloos lijkt tegen de hyperpopulaire zittende president Marcelo Rebelo de Sousa, kan hij de campagne aangrijpen om zijn naamsbekendheid te vergroten. Bij de lokale verkiezingen van volgend jaar wil hij dat Chega de derde partij van het land wordt.