Vlak na de corona-uitbraak in Europa verboden Frankrijk en Duitsland tijdelijk de uitvoer van mondmaskers naar andere lidstaten. Amerikaans president Donald Trump schortte dan weer de Amerikaanse financiering voor de Wereldgezondheidsorganisatie op.

En de oproep tot deglobalisering en lokale productie klinkt steeds luider, zelfs in ons land, dat voor haar welvaart zeer sterk afhankelijk is van internationale handel. Het is een eeuwig wederkerende paradox: in tijden van acute internationale crisis zegeviert nationale navelstaarderij.

De Europese respons op de coronacrisis bleef tot nog toe ook al bij al relatief pover en focuste zich vooral op het versoepelen van de budgettaire regels opdat de nationale regeringen zelf de eigen economieën financieel konden stutten.

Vandaag zien we dat de lidstaten nog steeds vooral in hun eigen hoekje werken: ze denken onafhankelijk van elkaar exit- en relancestrategieën uit waarbij vooral bedrijven van lidstaten met goed gespijsde begrotingskoffers kunnen rekenen op uitgebreide financiële ondersteuning. 'Er bestaat geen Europa', hoorde ik het een ondernemer deze week ironisch stellen, verwijzend naar het lappendeken aan Europese exitstrategieën en ondersteuningsmaatregelen.

Ondertussen blijft het wachten op een breed Europees herstelplan. Naar goeie gewoonte liep de discussie in de Europese Raad over zo'n plan twee weken geleden vast op het politiek gevoelige thema van solidariteit tussen de lidstaten. Al te vaak wordt dit dan simplistisch weggezet als een patstelling tussen het zuinige Noorden en het kwistige Zuiden. Er wordt dan voorbijgegaan aan het feit dat Europese solidariteit simpelweg de beste strategie is om een snel herstel van de Europese economie te verzekeren, waar zowel noordelijke als zuidelijke lidstaten sterk nood aan hebben.

Europese solidariteit is de beste strategie om een snel herstel van de economie te verzekeren.

Die solidariteit zal de komende maanden en jaren uitermate belangrijk zijn. Zo was de coronacrisis zelf een relatief symmetrische schok die alle lidstaten van de EU raakte maar het herstel dreigt een stuk asymmetrischer te verlopen. Zo zijn de zuiderse economieën een stuk afhankelijker van toerisme, dat deze zomer op een laag pitje zal staan. Bedrijven uit de zuiderse lidstaten kunnen bovendien minder rekenen op steunmaatregelen dan hun concurrenten uit pakweg Duitsland en Nederland. De Europese Commissie voorspelt bijvoorbeeld een economische krimp van bijna tien procent voor Griekenland en Italië dit jaar, terwijl dat in Duitsland 6,5 procent is.

De Europese economie is bovendien zo verweven dat Europese solidariteitsmechanismen nauwelijks verhuld eigenbelang betreft. Voor België - dat het meest van alle lidstaten profiteert van de Europese interne markt - geldt die redenering des te meer. Ons land voert 80 procent van het bbp uit, waarvan ongeveer 70 procent naar de EU vloeit. Italië en Spanje staan samen in voor 8 procent van onze uitvoer. Het Belgische economisch herstel is onlosmakelijk verbonden aan een Europees economisch herstel.

Vandaag is de Europese Centrale Bank (ECB) net zoals in de financiële crisis van 2008 de enige Europese instelling die via haar coronaschulden opkoopprogramma ter waarde van 750 miljard euro doortastend optreedt om de Europese economie te ondersteunen. De ECB zal echter niet oneindig kunnen optreden als stofzuiger van Europese staatsschulden. De kritiek van het Duitse Hooggerechtshof vorige week op het schuldaankoopprogramma tijdens de financiële crisis is alvast een teken aan de wand dat de ECB op limieten kan botsen, al dan niet politiek ingegeven.

Een Europees relancebeleid moet dan ook naast een soepel monetair beleid voorzien zijn van een sterk fiscaal herstelplan om asymmetrische schokken te dempen en de Europese economie in zijn geheel te versterken. Aan investeringsnoden ontbreekt het Europa alvast niet de komende jaren. Zo kan een dergelijk Europees Marshallplan bijvoorbeeld inzetten op het faciliteren van de digitale en ecologische transformaties, de twee belangrijkste doelstellingen die de huidige voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen naar voren schoof bij de aanvang van haar ambtstermijn.

De afgelopen jaren heeft Europa verschillende Europese stormen moeten trotseren, van de financiële crisis tot de migratiecrisis. En telkens heeft het uitblijven van snelle en billijke Europese solidariteitsmechanismes er vooral voor gezorgd dat deze crisissen een stuk dieper waren en langer duurden dan noodzakelijk was. Het perverse gevolg hiervan was dat net het ontbreken van Europese daadkracht leidde tot steeds meer populistische oproepen voor 'Minder Europa'. Dat het draagvlak voor de EU de afgelopen jaren aangetast is, toonde de brexit pijnlijk aan.

Laten we dus leren uit deze fouten. Vandaag is er meer dan ooit solidariteit nodig om te kunnen herstellen van een economische crisis die we niet meer gezien hebben in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. Niet vanuit vrijgevigheid maar vanuit weloverwogen eigenbelang.

Vlak na de corona-uitbraak in Europa verboden Frankrijk en Duitsland tijdelijk de uitvoer van mondmaskers naar andere lidstaten. Amerikaans president Donald Trump schortte dan weer de Amerikaanse financiering voor de Wereldgezondheidsorganisatie op. En de oproep tot deglobalisering en lokale productie klinkt steeds luider, zelfs in ons land, dat voor haar welvaart zeer sterk afhankelijk is van internationale handel. Het is een eeuwig wederkerende paradox: in tijden van acute internationale crisis zegeviert nationale navelstaarderij.De Europese respons op de coronacrisis bleef tot nog toe ook al bij al relatief pover en focuste zich vooral op het versoepelen van de budgettaire regels opdat de nationale regeringen zelf de eigen economieën financieel konden stutten. Vandaag zien we dat de lidstaten nog steeds vooral in hun eigen hoekje werken: ze denken onafhankelijk van elkaar exit- en relancestrategieën uit waarbij vooral bedrijven van lidstaten met goed gespijsde begrotingskoffers kunnen rekenen op uitgebreide financiële ondersteuning. 'Er bestaat geen Europa', hoorde ik het een ondernemer deze week ironisch stellen, verwijzend naar het lappendeken aan Europese exitstrategieën en ondersteuningsmaatregelen.Ondertussen blijft het wachten op een breed Europees herstelplan. Naar goeie gewoonte liep de discussie in de Europese Raad over zo'n plan twee weken geleden vast op het politiek gevoelige thema van solidariteit tussen de lidstaten. Al te vaak wordt dit dan simplistisch weggezet als een patstelling tussen het zuinige Noorden en het kwistige Zuiden. Er wordt dan voorbijgegaan aan het feit dat Europese solidariteit simpelweg de beste strategie is om een snel herstel van de Europese economie te verzekeren, waar zowel noordelijke als zuidelijke lidstaten sterk nood aan hebben.Die solidariteit zal de komende maanden en jaren uitermate belangrijk zijn. Zo was de coronacrisis zelf een relatief symmetrische schok die alle lidstaten van de EU raakte maar het herstel dreigt een stuk asymmetrischer te verlopen. Zo zijn de zuiderse economieën een stuk afhankelijker van toerisme, dat deze zomer op een laag pitje zal staan. Bedrijven uit de zuiderse lidstaten kunnen bovendien minder rekenen op steunmaatregelen dan hun concurrenten uit pakweg Duitsland en Nederland. De Europese Commissie voorspelt bijvoorbeeld een economische krimp van bijna tien procent voor Griekenland en Italië dit jaar, terwijl dat in Duitsland 6,5 procent is.De Europese economie is bovendien zo verweven dat Europese solidariteitsmechanismen nauwelijks verhuld eigenbelang betreft. Voor België - dat het meest van alle lidstaten profiteert van de Europese interne markt - geldt die redenering des te meer. Ons land voert 80 procent van het bbp uit, waarvan ongeveer 70 procent naar de EU vloeit. Italië en Spanje staan samen in voor 8 procent van onze uitvoer. Het Belgische economisch herstel is onlosmakelijk verbonden aan een Europees economisch herstel.Vandaag is de Europese Centrale Bank (ECB) net zoals in de financiële crisis van 2008 de enige Europese instelling die via haar coronaschulden opkoopprogramma ter waarde van 750 miljard euro doortastend optreedt om de Europese economie te ondersteunen. De ECB zal echter niet oneindig kunnen optreden als stofzuiger van Europese staatsschulden. De kritiek van het Duitse Hooggerechtshof vorige week op het schuldaankoopprogramma tijdens de financiële crisis is alvast een teken aan de wand dat de ECB op limieten kan botsen, al dan niet politiek ingegeven.Een Europees relancebeleid moet dan ook naast een soepel monetair beleid voorzien zijn van een sterk fiscaal herstelplan om asymmetrische schokken te dempen en de Europese economie in zijn geheel te versterken. Aan investeringsnoden ontbreekt het Europa alvast niet de komende jaren. Zo kan een dergelijk Europees Marshallplan bijvoorbeeld inzetten op het faciliteren van de digitale en ecologische transformaties, de twee belangrijkste doelstellingen die de huidige voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen naar voren schoof bij de aanvang van haar ambtstermijn. De afgelopen jaren heeft Europa verschillende Europese stormen moeten trotseren, van de financiële crisis tot de migratiecrisis. En telkens heeft het uitblijven van snelle en billijke Europese solidariteitsmechanismes er vooral voor gezorgd dat deze crisissen een stuk dieper waren en langer duurden dan noodzakelijk was. Het perverse gevolg hiervan was dat net het ontbreken van Europese daadkracht leidde tot steeds meer populistische oproepen voor 'Minder Europa'. Dat het draagvlak voor de EU de afgelopen jaren aangetast is, toonde de brexit pijnlijk aan.Laten we dus leren uit deze fouten. Vandaag is er meer dan ooit solidariteit nodig om te kunnen herstellen van een economische crisis die we niet meer gezien hebben in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. Niet vanuit vrijgevigheid maar vanuit weloverwogen eigenbelang.