In de parabel van de krekel en de mier van de Griekse dichter Aesopos - later herwerkt door Frans dichter Jean de La Fontaine - komt de hongerige en kunstzinnige krekel in wintertijd hulp vragen aan de hardwerkende mieren. Wanneer die hem vragen waarom hij zelf geen voedselvoorraad heeft aangelegd, antwoordt de krekel dat hij de zomer al zingend heeft doorgebracht. De mieren lachen en antwoorden: 'Als je deze zomer hebt gezongen, dan zal je in de winter moeten dansen.'
...

In de parabel van de krekel en de mier van de Griekse dichter Aesopos - later herwerkt door Frans dichter Jean de La Fontaine - komt de hongerige en kunstzinnige krekel in wintertijd hulp vragen aan de hardwerkende mieren. Wanneer die hem vragen waarom hij zelf geen voedselvoorraad heeft aangelegd, antwoordt de krekel dat hij de zomer al zingend heeft doorgebracht. De mieren lachen en antwoorden: 'Als je deze zomer hebt gezongen, dan zal je in de winter moeten dansen.'Volgens sommigen is het verhaal van Aesopos een uitstekende illustratie voor de politiek-economische verhoudingen tussen de Noord-Europese en Zuid-Europese lidstaten van de eurozone. Tijdens de onderhandelingen over een economische aanpak van de coronacrisis vroeg Nederlands Minister van Financiën Wopke Hoekstra (CDA) zich openlijk af waarom de Zuidelijke landen in het verleden geen buffers hebben aangelegd. Federaal Kamerlid Sander Loones (N-VA) verwees eind maart letterlijk naar Aesopos' fabel en schreef dat Zuid-Europese lidstaten minder ambitie hebben getoond toen het economisch beter ging. In het Zuiden wuift men die beweringen weg. Wie kijkt naar het primaire saldo van de afgelopen 10 jaar ziet dat landen zoals Italië en Griekenland het gemiddeld beter doen dan Nederland en Duitsland. Met andere woorden: ze zitten niet zozeer in de problemen door onverantwoord gedrag, wel omdat ze kampen met zware rentelasten op de staatschuld uit het verre verleden. Ook het argument dat de Noord-Europese landen voor hun Zuid-Europese evenknieën hebben moeten opdraaien is ongenuanceerd, zo schreef politicoloog Joris Melman recent in een opiniestuk voor het Nederlandse dagblad Trouw. Zonder de leningen - die dus moeten worden terugbetaald - zouden ook de Noord-Europese landen in de penarie zijn geraakt. Verdelende verhalenProbleem is dat zulke discussies al sinds het begin van de financieel-economische crisis een simplistische realiteit construeren die onder politieke druk leidt tot inadequate beslissingen. Brits historicus Adam Tooze schreef eerder deze week in Social Europe dat 'de eurozonecrisis (...) in ons collectief geheugen onverzoenbare en verdelende verhalen genereert waarvan de intensiteit niet zomaar wegebt naarmate de tijd verstrijkt'. Zulke verdelende verhalen verhullen namelijk dat de lidstaten van de eurozone na jaren van integratie op economisch en institutioneel vlak onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn geraakt. 'Daarbij vergeten de Noord-Europese landen gemakshalve dat ze sinds de invoering van de euro ook volop hun 'voordeel' hebben gedaan met het feit dat de muntunie ook Zuidelijke, zwakkere economieën telt. Dat stimuleert de eigen handel naar die regio en maakt de euro relatief goedkoper, wat vooral is meegenomen voor exportgeoriënteerde landen', vult Steven Van Hecke (KU Leuven) aan. Als de zon schijnt in Athene, komen er opklaringen in Berlijn. Maar dus ook: als het stormt in Rome, regent het in Den Haag.En stormen zal het. Volgens de meest recente cijfers van het Internationaal Monetair Fonds gaan alle lidstaten van de eurozone dit jaar in een recessie. De lidstaten die het meest werden getroffen door de financieel-economische crisis en de daaropvolgende staatsschuldenimpasse staan er ook ditmaal bekaaid voor. Pas tegen 2025 zou Italië opnieuw op het bbp-niveau van 2019 belanden, temeer omdat het verhoudingsgewijs veel minder kan investeren dan pakweg Duitsland. De staatschuld zou er tot ongeziene hoogtes klimmen. Ook in België staan er 100.000 arbeidsplaatsen op de tocht terwijl er nog steeds grote onduidelijkheid heerst over de uitkomst van de stilgevallen brexitonderhandelingen. De Unie heeft intussen al een resem maatregelen genomen om de klap te verzachten: de staatsteun- en begrotingsregels zijn tijdelijk opgeschort, de Europese Centrale Bank koopt voor 750 miljard euro extra staatsobligaties op, het Europees Stabiliteitsmechanisme - het noodfonds van de eurozone - wordt geactiveerd, de Europese Investeringsbank verstrekt leningen aan noodlijdende bedrijven, een Europese werktijdverkortingsregeling wordt ingevoerd om werkloosheid te voorkomen, etc. Stuk voor stuk initiatieven die de economieën en de gezondheidssystemen in de eurozone en de Unie van een systeemcrisis moeten behoeden. TwistappelToch is vrijwel iedereen het erover eens dat bovenstaande maatregelen op langere termijn niet zullen volstaan. De Europese staats- en regeringsleiders beraden zich de komende weken over wat een alomvattend herstelfonds moet worden. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen en voorzitter van de Europese Raad Charles Michel lieten woensdagmiddag optekenen dat ze in totaal één tot anderhalf biljoen euro willen ophalen. Momenteel is echter nog onduidelijk hoe dat gefinancierd moet worden. Naar alle waarschijnlijkheid wordt dat dé twistappel waarover de hoofdsteden de komende weken nog een flink woordje zullen onderhandelen. Er zijn talrijke pistes voorhanden om geld op te halen. Von der Leyen en Michel zien voor de volgende Europese meerjarenbegroting (2021-2027) een centrale rol weggelegd. De twee stellen voor om het gros van dat budget in de beginperiode van de zevenjarencyclus te spenderen om de economische neergang te verzachten. Maar ook over de financiering en de uiteindelijke verdeling van die meerjarenbegroting heerst grote onenigheid. Eind februari liepen de onderhandelingen daarover spaak, uitgerekend omwille van hardnekkig verzet van de Nederlanders. Oud-premier Michel stelde toen voor dat alle lidstaten 1,07 procent van hun bruto binnenlands product aan het Europese budget zouden overmaken. Voor verschillende lidstaten gaat dat voorstel veel te ver, voor andere ontbreekt het net aan ambitie. Eurocommissaris voor Economie Valdis Dombrovskis liet dinsdag in de Duitse krant Handelsblatt optekenen dat de meerjarenbegroting kan aangevuld worden met obligaties waar de lidstaten van de Europese Unie garant voor staan. Ook het Europees Parlement schuift die piste naar voor. In werkelijkheid komt dat echter neer op een afgeleide van de zogenaamde Eurobonds - voor de volledige EU, in plaats van louter de Eurozone - waar onder meer in Nederland, Duitsland, Finland en Oostenrijk verzet tegen bestaat. In een gesprek met de zakenkrant Financial Times riep Frans president Emmanuel Macron donderdag op tot onderlinge solidariteit. Maar volgens de huidige stand van zaken lijkt die vergemeenschappelijking van de schuld maar moeilijk levensvatbaar. Leningen of giften?Probleem is dat het bij zulke Europese obligaties nog steeds om nieuwe leningen gaat die de meest getroffen lidstaten in de toekomst moeten afbetalen. De staatschulden van onder meer Italië en Griekenland zijn momenteel al zo goed als onhoudbaar en zullen de komende jaren flink de hoogte in gaan. Met nieuwe kredieten worden - net zoals in 2012 - de huidige problemen opgelost terwijl er nieuwe gecreëerd worden. Of verwachten we echt dat Italië zich zoals Baron von Münchhausen aan de eigen haren uit een moeras sleurt? Anderzijds hebben zulke gemeenschappelijke obligaties in het verleden wel hun nut bewezen. Twee jaar na de oliecrisis in 1973 gaf de Europese Gemeenschap ook gezamenlijke obligaties uit waarvan de leningen door Italië keer op keer netjes werden terugbetaald. Naast de meerjarenbegroting en de Eurobonds kunnen de lidstaten - zoals onder meer Nederland eerder voorstelde - al dan niet via het Europese budget rechtstreeks geld overmaken aan andere lidstaten die het zwaarst getroffen zijn. Ook is het mogelijk om de economisch zwakkere landen minder of niet te laten bijdragen aan het Europese budget. Als Italië een procent van haar bbp aan de meerjarenbegroting op zeven jaar tijd naar nul procent mag afbouwen, dan zou het land op zeven jaar tijd ongeveer zestig miljard euro kunnen uitsparen. Vraag is dan of andere lidstaten bereid zullen zijn om de korting van zulke lidstaten bij te passen zodat projecten zoals de Europese Green Deal kunnen blijven gerealiseerd worden. Maar op die manier kunnen Italië en co. wel met voorrang hun eigen problemen oplossen waardoor die zich in de toekomst minder zullen manifesteren, en dus minder Europees zullen wegen. Volgende week donderdag steken de staats- en regeringsleiders de koppen virtueel bij elkaar om over bovenstaande vraagstukken na te denken. Het gaat om een strategische discussie waar geen alomvattende en concrete resultaten van worden verwacht. Naar Europese gewoonte is het eerder waarschijnlijk dat de lidstaten de komende weken en maanden druppelsgewijs tot een panoplie aan maatregelen komen die omwille van de nationale politieke gevoeligheden een deel van de problemen op de lange baan zal schuiven. Dat gebeurde ook in 2012 - de oprichting van de zogenaamde Bankenunie is nog steeds niet voltooid - waardoor we nu in een vergelijkbaar schuitje zitten. Charles Michel weet wat hem de komende weken en maanden te doen staat.