Vier uur lang vergaderden de Europese staatshoofden en regeringsleiders donderdagavond tijdens de vierde videoconferentie sinds de pandemie de Europese Unie in haar greep houdt. In de eerste plaats keurden de aanwezigen het drieluik van 540 miljard euro goed dat de ministers van Financiën op 9 april overeenkwamen. Indien de nationale parlementen de maatregel bekrachtigen kunnen de lidstaten dat bedrag vanaf 1 juni aanwenden om de dringende medische en economische gevolgen van de pandemie onder handen te nemen. Daarnaast werden twee roadmaps van de Commissie verwelkomd: een voor een gecoördineerde uitfasering van de coronamaatregelen en een voor een geograniseerde economisch herstel in de eengemaakte markt.
...

Vier uur lang vergaderden de Europese staatshoofden en regeringsleiders donderdagavond tijdens de vierde videoconferentie sinds de pandemie de Europese Unie in haar greep houdt. In de eerste plaats keurden de aanwezigen het drieluik van 540 miljard euro goed dat de ministers van Financiën op 9 april overeenkwamen. Indien de nationale parlementen de maatregel bekrachtigen kunnen de lidstaten dat bedrag vanaf 1 juni aanwenden om de dringende medische en economische gevolgen van de pandemie onder handen te nemen. Daarnaast werden twee roadmaps van de Commissie verwelkomd: een voor een gecoördineerde uitfasering van de coronamaatregelen en een voor een geograniseerde economisch herstel in de eengemaakte markt. Toch waren die beslissingen vooral gerommel in de marge. Alle aandacht ging naar een langetermijnaanpak van de economische gevolgen van de coronacrisis doorheen de Europese Unie. Vaak wordt beweerd dat het coronavirus een symmetrische schok is: alle lidstaten hebben talrijke overlijdens te betreuren, hebben van de ene op de andere dag noodmaatregelen genomen en voelen dat die de economie flink beschadigen. Maar de gevolgen van de crisis zijn niet zo symmetrisch. Vooral de Zuid-Europese lidstaten die voordien al in economische en budgettaire moeilijkheden verkeerden, zullen zwaarder getroffen worden dan de rest van de Unie en de Eurozone. Die asymmetrie leidt al enkele weken tot de nodige spanningen tussen Noord- en Zuid-Europa die doen terugdenken aan de financieel-economische crisis en de daaropvolgende staatsschuldenimpasse. Italië, Frankrijk en Spanje benadrukken de lotsverbondenheid tussen de lidstaten en waarschuwen ervoor dat een nationale neergang verstrekkende gevolgen heeft voor alle Europese economieën. Sterker nog, een gebrek aan solidariteit zou ertoe kunnen leiden dat populisten aan de macht komen met het risico dat de Unie op termijn implodeert. Onder meer Nederland, Oostenrijk en Zweden wijzen erop dat ze niet zomaar met geld willen strooien. Daar waarschuwen ze voor de dezelfde gevolgen: teveel solidariteit met het Zuiden kan ertoe leiden dat ook daar populisten aan de macht komen en dat de Unie eveneens in elkaar stuikt. Als catch-22 kan dat tellen. Bij wijze van voorgerecht zaten de protagonisten zoals Frankrijk, Nederland, Spanje, Italië en Duitsland maandag al een eerste keer bij elkaar. Een therapeutische sessie waarin de grootste plooien gladgestreken moesten worden om gekissebis op donderdagavond te voorkomen. Toen al begon te dagen dat gemeenschappelijke uitgave van schuldpapier in de vorm van coronabonds de eindmeet niet zou halen. Temeer omdat Spanje een voorstel liet circuleren om een herstelfonds op te richten waarlangs de meest getroffen lidstaten directe transfers zouden krijgen. Daardoor had Italiaans premier Conte de opportuniteit om zijn eenzame positie ten opzichte van de coronabonds te verlaten. Ook Merkel - immer voorzichtig - liet omfloerst verstaan dat de piste verzoenbaar is met het conjunctuurprogramma dat ze zelf naar voor schoof. Door velen foutief geïnterpreteerd als een teken dat de Duitse regering haar positie aan het bijstellen was. Hete aardappelDonderdagavond kwamen de hoofdsteden alvast overeen om een noodfonds op te richten dat gekoppeld moet worden aan de volgende Europese meerjarenbegroting ( MFF 2021-2027). Tot zover de consensus. Hoe dat herstelfonds te financieren en vervolgens te verdelen is een andere kwestie. Die hete aardappel wordt alweer doorgeschoven naar de Europese Commissie die de komende weken nieuwe voorstellen moet uitwerken. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen gaf vorige week te kennen dat ze een centrale rol voor de Europese meerjarenbegroting weggelegd zag omdat het een bekend en vertrouwd instrument is. Waar wil ze het geld gaan zoeken? Donderdagavond liet ze optekenen dat ze het uitgavenplafond van de Europese Commissie van 1,2 procent van het bruto binnenlands product wil verhogen naar 2 procent. Die extra inkomsten wil Von der Leyen gebruiken als garanties waarmee bijkomende financiële middelen op de privémarkt kunnen worden opgehaald. Die middelen moeten dan vooral in de eerste twee jaar van de volgende Europese meerjarenbegroting ingezet worden omdat de gevolgen van het coronavirus dan nog het meest voelbaar zijn. In feite is dat principe geen nieuwe manier van werken: in de nasleep van de eurozonecrisis richtte toenmalig commissievoorzitter Jean-Claude Juncker het zogenaamde Europees Fonds voor Strategische Investeringen - ook wel het Junckerfonds genoemd en intussen omgedoopt tot InvestEU - op om de economie opnieuw op gang te trekken.De Commissie moet nog wel enkele hordes passeren. Afhankelijk van de juridische verpakking is het niet uitgesloten dat de nationale parlementen eerst hun fiat moeten geven voor de verhoging van de eigen middelen. Dat is meestal een moeizaam proces dat langer dan een jaar in beslag kan nemen en mogelijk niet afgerond is voor het begin van de volgende meerjarenbegroting. Daarnaast heerst er ook onzekerheid of voldoende bedrijven zich in crisistijd zullen aanmelden om het beoogde bedrag van meer dan een biljoen euro op te halen en of er vervolgens voldoende vraag zal zijn naar zulke leningen vanuit de privésector. Als die hordes kunnen worden overwonnen, stelt er zich nog een moeilijker vraagstuk: op welke manier en aan wie worden de centen verdeeld. De Zuid-Europese hoofdsteden vragen om financiële transfers of eeuwigdurende obligaties die niet moeten worden terugbetaald zodat de staatsschuld niet groter wordt. De Noord-Europese landen staan daar niet voor te springen en willen eerder leningen waar ook nog eens de nodige hervormingsvoorwaarden aan gekoppeld worden. Vermoedelijk komen de lidstaten de komende maanden tot een mengvorm van de twee. Daarbij moet er ook rekening gehouden worden met de Oost-Europese lidstaten. Die maken zich momenteel namelijk zorgen over het feit of de transfers van West- naar Oost-Europa in het kader van de meerjarenbegroting niet in het gedrang komen. Met andere woorden, de puzzel is nog lang niet gelegd. Wordt vervolgd.