Opinie

Jan Wostyn

‘Zelfs de vertegenwoordiging van België in het buitenland is eigendom van een partij geworden’

Jan Wostyn Ondervoorzitter van Vista

‘De particratie heeft de democratie gekaapt’, schrijft Jan Wostyn van Vista naar aanleiding van het overdragen van de bevoegdheden van minister van Buitenlandse Zaken Sophie Wilmès aan premier Alexander De Croo.

Bijna een maand geleden bereikte ons het nieuws dat Sophie Wilmès tijdelijk zou afstand doen van haar taken als minister van Buitenlandse Zaken en als vice-premier. Bij haar echtgenoot werd een agressieve vorm van kanker vastgesteld, waarop zij ervoor koos om haar gezin om de eerste plaats te zetten. Deze beslissing verdient en kreeg zeer veel respect, begrip en oprechte steun van iedereen die met het politieke bedrijf betrokken is: politici van zowel meerderheid als oppositie, journalisten en uiteraard ook gewone burgers. In de Wetstraat blijft dus gelukkig toch nog veel menselijkheid overeind wanneer politieke collega´s getroffen worden door dergelijke persoonlijke drama´s. Het is hoopgevend vast te stellen dat de bitsigheid van het politieke bedrijf alvast daar stopt waar ziekte begint.

De “tijdelijke oplossing” die werd uitgewerkt bleef daardoor wel enigszins onderbelicht. De rol van minister van Buitenlandse Zaken zal tijdelijk worden overgenomen door premier Alexander De Croo. De functie van vice-premier werden dan weer overgedragen aan de excellenties David Clarinval en Mathieu Michel, beide MR.

De implicaties van die “tijdelijke oplossing” stemmen toch wel even tot nadenken. De komende maanden zal België geen volwaardige minister van Buitenlandse Zaken hebben, in een periode dat er een oorlog woedt op het Europese continent. Dat de premier die bevoegdheid graag overneemt hoeft natuurlijk niet te verbazen. De Croo lijkt al sinds zijn aanstelling veel meer geïnteresseerd in wat er in Europa gebeurt dan in België. Maar niemand kan zichzelf klonen en ook de job van premier is toch geen deeltijdse job?

Telkens moeten dus keuzes gemaakt worden: initiatieven nemen op het Europese toneel, of de eigen slabakkende Vivaldi-coalitie uit het moeras van stilstand trekken. Met de slechtste begroting van de hele EU, lijkt het duidelijk waar de focus ligt. Het lijkt soms maar een kwestie van timing voor De Croo, net als zijn liberale voorganger Charles Michel, het federale schip verlaat om zijn carrière Europees verder te zetten.

Bijgevolg mag de vraag gesteld worden: waarom kon er geen echte, volwaardige opvolger voor Wilmès worden aangeduid? Het antwoord hiervoor moeten we helaas zoeken in het monster van de particratie, dat in dit land de democratie stap voor stap heeft gekaapt. De post van minister van Buitenlandse Zaken hoort in het systeem van de particratie eigenlijk toe aan een partij, in dit geval de MR. Die partij lijkt er niet voor gewonnen om tijdelijk iemand nieuw aan te stellen voor de functie. Is het om het evenwicht tussen de ‘clans’ in de partij niet te verstoren?

Wij allen betalen hiervoor de prijs: België zal gedurende een klein half jaar geen volwaardige minister van Buitenlandse zaken hebben. Zelfs de vertegenwoordiging van België in het buitenland is dus eigendom van een partij geworden. Best opmerkelijk voor een regering die in de coronacrisis met de “ploeg van 11 miljoen” uitpakte. Zo belangrijk is die ploeg nu blijkbaar ook weer niet.

Het monster van de particratie verspreidt zo verder zijn tentakels. Politicologen waren het er al over eens dat de wetgevende macht, het parlement, eigenlijk reeds volledig ondergeschikt is geraakt aan de uitvoerende macht. Wetten worden eerder geschreven op kabinetten dan in de parlementsfracties. Ook de controlerende functie van het parlement is helemaal weggedeemsterd en ondergeschikt geraakt aan het partijbelang. Een afwijkende stem in het parlement is intussen zo zeldzaam geworden dat men vanuit Noord-Korea vol bewondering toekijkt naar zoveel partijdiscipline.

Uit de opvolging van Wilmès, of liever het gebrek aan opvolging, blijkt echter dat ook de uitvoerende macht eigenlijk een speelbal van de particratie is geworden. Bij de regeringsvorming worden ministerposten verhandeld als tapijten. De invulling ervan gebeurt door de hoogste cenakels van de partijen. De puzzel van de persoonlijke carrières van de kopstukken lijkt daarbij soms belangrijker dan de intrinsieke kwaliteiten van de politici. En zo eindigen we finaal met iemand als Mathieu Michel in de rol van vice-premier in ons land.

De juridische macht laat ik even buiten beschouwing, al lijkt ook daar de aanval door en de invloed van de particratie ingezet.  Rest finaal nog de befaamde 4de macht: de media. Waar zitten de blaffende en bijtende honden van de media? Vinden zij het normaal dat België maandenlang geen volwaardige minister van Buitenlandse Zaken heeft? Ik heb er alvast niet veel over gelezen.

De conclusie is dan ook glashelder: de particratie heeft onze democratie gekaapt. De trias politica is niet meer, de media bijten niet meer. Wat ons rest zijn overgefinancierde partijen met voorzitters die als oligarchen hun terrein afbakenen en hun pionnen uitzetten. Dit alles terwijl de politieke partijen in ons land in de Grondwet geen enkele officiële rol worden toebedeeld. Nieuwkomers worden vakkundig buitengehouden met kiesdrempels en nul-financiering. De burgers betalen het gelag: geen beleid, geen visie, hoge inflatie en het hoogste deficit van de EU.

De enige hoop op een politieke ommekeer is dat een nieuwe partij van onderuit dit systeem van de particratie aan de kaak stelt. Ook op lokaal niveau is er hoop, daar waar burgers zich verenigen of lokale politici de dictaten van de hoofdkwartieren naast zich neerleggen en terug een eigen koers gaan varen, in het belang van hun gemeente en hun inwoners. Overal in Vlaanderen zien we dat soort moedige initiatieven opduiken. Vandaag nog versnipperd, in de toekomst hopelijk verenigd in een sterke, decentrale partij die komaf maakt met de particratie van de Wetstraat. Moge dat de inzet worden van de vele verkiezingen die ons te wachten staan in 2024, of eerder.

Partner Content